plaque honouring Gisèle

Monday 2 May 2016 >>> festive program on the occasion of ‘the House of Gisèle’;

plaque at the façade and speeches by Job Cohen (Chair Amsterdams Comité 4 en 5 mei, advisory board CP) , Michael Defuster (director CP), Bart Rutten (Head Collections Stedelijk Museum Amsterdam) and Jorrit Nuijens (city council Amsterdam)

pictures by Maarten Nauw

Het Huis van Gisèle 08 online Het Huis van Gisèle 11 online Het Huis van Gisèle 12 online Het Huis van Gisèle 28 online Het Huis van Gisèle 31 online Het Huis van Gisèle 34 online Het Huis van Gisèle 39 online Het Huis van Gisèle 40 online Het Huis van Gisèle 42 online Het Huis van Gisèle 45 online Het Huis van Gisèle 47 online Het Huis van Gisèle 56 online Het Huis van Gisèle 78 online

OUR MEMORY, MY IDENTITY

140906_CP_beeldmerk_Memory_Machine_met_naam_en_ondertitel_altDe tekst OUR MEMORY, MY IDENTITY van Michael Defuster is geschreven in aanloop naar de programma reeks 2014 / 2015 van Castrum Peregrini.  Na het thema Fanatisme in 2011, Vrijheid in 2012 en Vriendschap in 2013 trekken we de lijn in 2014 en heel 2015 door met het thema culturele herinnering en de relatie tot identiteit onder de noemer: MEMORY MACHINE.

Dit is een werkdocument voor onze partnerorganisaties en ons publiek. Reacties zijn welkom evenals programmavoorstellen rond het thema. Het sluit ook aan bij onze Europese projecten Time Case en Silent Heroes.

 

Herinneren en vergeten

We zijn wat we ons kunnen herinneren. Veranderen onze herinneringen, dan verandert onze identiteit als een volgzame schaduw. En herinneringen veranderen, alleen al door het feit dat ons brein maar een klein deel van alle informatie kan opslaan die continu op ons wordt afgevuurd. Daardoor wordt het genoodzaakt een selectie te maken en dat doet het gewoonweg door te vergeten. Het brein onthoudt doorgaans die elementen die zinvol blijken. Bij traumatische gebeurtenissen poogt het de herinnering te verdringen, met alle beruchte bijverschijnselen van dien. Wat voor een individu geldt, geldt ook voor een groep, generatie en natie. Onze culturele identiteit wordt namelijk bepaald door collectieve herinneringen en ook die zijn vrij vloeibaar, en daar zijn we ons meestal niet bewust van.

Bovendien kunnen we ons niets consistents herinneren buiten de context van de verschillende sociale netwerken waarvan we deel uitmaken, zoals familie, werkkring, kennissen- en vriendenkring, club of natie. Onze individuele herinneringen blijken dus ineens niet zo individueel meer te zijn. Zelfs al herinneren we in ons eentje, dan doen we dat toch als sociale wezens die refereren naar onze sociale identiteiten, door gebruik te maken van talen en symbolen, die we weliswaar op creatieve manier kunnen inzetten, maar die we zeker niet hebben uitgevonden.

Gebeurtenissen die een groep ervaart, worden door de leden van die groep opgeslagen als collectieve herinneringen. De impact van de gebeurtenis bepaalt hoe ze herinnerd, vergeten of verdrongen wordt. Ook is het zo dat, als de sociale omgeving van een groep verandert, daarmee ook haar identiteit verandert, zoals bvb bij de verpaupering van wijken, of de invloed van massatoerisme op plaatselijke gemeenschappen. We reconstrueren in feite continu de herinneringen aan ons verleden en stellen zo continu het verhaal waarop we onze identiteit baseren bij aan de behoeften en perspectieven van het heden. Dit geldt zowel voor individuen als voor groepen.

 

Culturele identiteit

Sinds mensenheugenis gebruiken priesters en politici de cultische krachten van het verleden om solidariteit en eendracht binnen een groep kracht bij te zetten, en om offers te vragen. Daarbij doen ze een beroep op het collectief geheugen van de groep, of het nu om een dorpsparochie gaat, een stam of de complete bevolking van China. De oerverhalen van een groep hebben de eigenschap de leden te verbinden. Ze verankeren de culturele identiteit van de groep. Het moge duidelijk zijn dat hier een grote potentie voor manipulatie van groepen en individuen besloten ligt, waarvan niet alleen populistische bewegingen of totalitaire regimes graag gebruik of misbruik van willen maken. Hoe sterk de neiging van de mensheid is naar een groepsidentiteit blijkt uit het feit dat ondanks felle onderdrukking en vervolging een groep haar eigen identiteit in stand weet te houden door de tijd en ellende heen, zoals bvb. bij het Jodendom het geval is. Niets bindt meer dan gemeenschappelijk lijden.

Mythes, mythologieën en nationale of etnische verhalen, waarin het collectieve geheugen vastligt, zijn heel herkenbaar en meestal gemakkelijk, zoals bvb het verhaal over de krantenbezorger die het tot magnaat schopt in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Of dichter bij huis: over het land van zeevaarders, handelaren en dominees waar de bewoners van de hoofdstad heldhaftig, vastberaden en barmhartig zijn. Of ze appelleren aan de god of voorvaderen die op magische wijze de spirituele krachten van de groep belichamen. Meestal geven ze slechts één versie van het verleden weer door andere, minder gemakkelijke versies te “vergeten”, zoals bvb. de rol die de slavenhandel in hun geschiedenis speelde. Gemeenschappelijk herinneren maar ook gemeenschappelijk vergeten zijn wezenlijke elementen van een groepsidentiteit. De meeste van de verhalen die deze identiteit weerspiegelen zijn daarbij geconstrueerd. Bij het ontstaan van de natiestaten in de 19de eeuw werd er niet voor geschroomd om tradities desnoods maar uit te vinden indien er geen geschikte voorhanden waren, in het streven om een verbindend verhaal te creëren die de eenheid van de staat benadrukte. Het Nederlandse Zwarte Piet verhaal stamt uit die tijd. Elke collectieve herinnering is ingebed in een begrensde groep in ruimte en tijd. Collectieve herinnering verschaft de groep een zelfportret dat zich ontwikkeld door de tijd heen. Het is een verzameling van gelijkenissen, en in hoge mate een illusie. Of, zoals de Britse neuroloog Oliver Sacks het formuleerde: “We zijn de verhalen die we in staat zijn over onszelf te vertellen.”

Met de recente bewustwording dat de dominante groepen het verleden “framen” in hun voordeel, in termen van het behoud van macht en aanzien, is er de laatste decennia in de globaliserende wereld ruimte ontstaan voor minderheidsgroepen, wier verleden en identiteit zijn uitgewist of ondergeschikt gemaakt aan die van de dominante groepen, om hun versie van het verleden te reconstrueren. Met een beroep op rechtvaardigheid wordt het recht geclaimd om de eigen identiteit te (re-)construeren. Gezien de grote emotionaliteit die met groepsidentiteit gepaard gaat kan dit alleen zonder geweldsuitbarstingen plaatsvinden in een volwassen democratie en rechtsstaat, waar elke groep en elk individu de rechten, middelen en ruimte heeft om zichzelf uit te drukken. Dat het mis kan gaan kunnen we zien bij de Holocaust, Srebrenica,.. En heel actueel: de situatie in het Nabije en Midden Oosten, waarbij zo ongeveer elke etnische en religieuze groep elkaar onderling bestrijdt, met als gemeenschappelijke vijanden Israël en de USA.

 

De impact van de media

Met de uitvinding van het schrift werd voor het eerst een extern geheugen ontwikkeld waarin meer gegevens konden worden verzameld dan een mensenbrein kan bevatten. Een brein dat lange verhalen van buiten moet kennen ontwikkelt zich anders dan een dat moet kunnen lezen en schrijven, of een dat zijn weg in een bibliotheek moet kunnen vinden. Met de introductie van elektronische communicatiemiddelen en vervolgens internet werden telkens weer andere capaciteiten verwacht. Sinds internet is herinneren haast overbodig geworden. In de plaats daarvan wordt van succesvolle gebruikers verwacht dat ze razendsnel gegevens kunnen vinden en interpreteren op hun gebruikswaarde. Dat vergt een totaal ander brein dan dat van de verteller. Het menselijke brein is flexibel en evolueert met deze externe ontwikkelingen mee.

 

Door internet en de alomtegenwoordigheid van de elektronische massamedia in het dagelijkse leven van zowat de gehele mensheid vindt er nog een andere ontwikkeling plaats: de grenzen van het collectieve geheugen vervagen, doordat men zich kan inleven in culturen en de levens van individuen die totaal anders zijn dan die van hun eigen groep. De wereld “globaliseert” en “homogeniseert” daardoor met de snelheid van het licht door het glasvezelnetwerk. Honderden miljoenen mensen hebben een beeld van het magische landschap van Nieuw Zeeland, nu Frodo de Hobbit er doorheen trok, in de verfilming van Tolkien‘s Lord of the Ring. Zelf zijn ze er nooit geweest.

Sommigen zien deze ontwikkeling als een “informatie ziekte” die door de snelheid en de hoeveelheid waarmee het op ons afkomt de persoonlijke herinneringen overspoelt. Publieke en persoonlijke ervaringen worden niet dichter bij elkaar gebracht, maar integendeel, uit elkaar gedreven. Dat men tegenwoordig zoveel behoefte heeft aan een cultus van het verleden geeft aan dat men tijd weer als een cyclisch gegeven wil ervaren i.p.v. een rechtlijnige grootheid, dat men een manier van contemplatie wil herwinnen dat buiten het universum ligt van simulatie en glasvezelnetwerken, dat men een ankerplaats van authenticiteit zoekt in een wereld van verwarrende en soms bedreigende uniformiteit. Dit gegeven is in wezen een zeer krachtige uitdaging voor culturele en artistieke creativiteit.

 

De rol van de kunst

De term culturele herinnering is eenvoudigweg een vertaling van het Oud Griekse Mnemosyne. Daar Mnemosyne de moeder was van de negen muzen, stond haar naam voor het totaal van culturele activiteiten, zoals die door de verschillende muzen werden uitgebeeld. Door deze culturele activiteiten onder te brengen bij de personificatie van de herinnering, beschouwden de Grieken cultuur niet alleen gebaseerd op herinnering, maar zagen ze cultuur zelf als een vorm van herinnering. Aby Warburg vond kunst een “orgaan van gemeenschappelijke herinnering”. Volgens hem zijn kunstenaars, samen met de historici, het gevoeligst voor de onmerkbare invloeden van het verleden op het heden.

Herinnering is meer een smeltkroes van betekenis dan een vat vol waarheid. Herinnering, individueel of collectief, is werkzaam in elke act van waarneming, in elk intellectueel werk, in elk gebruik van taal. De kunsten zijn in staat om met behulp van hun specifieke vaardigheden historische tijden te veranderen in collectieve herdenkingen. De kracht van collectieve herinneringen ligt niet in de accurate, systematische, of gesofisticeerde weergave van het verleden, maar juist in het scheppen van basale beelden die een (ideologisch) gezichtspunt weergeven en versterken. De selectie en organisatie van een uitgebreide rij van feiten in een verhaal verlangen vaardigheden die in essentie literair en poëtisch zijn. Deze fictieve dimensie komt zelfs meer tot uitdrukking in het geval van herdenkingen, waarvan de verhalen gemakkelijk de grens tussen echt en het imaginaire doorbreken.

Kunst, literatuur, film, fotografie, architectuur, vormgeving, creëren en becommentariëren voortdurend  het zelfbeeld van de verschillende groepen die een maatschappij rijk is, via de journalistiek, de media, herdenkingen, opvoeringen, de religie, de sociale media, reclame-uitingen, de musea. Zoals de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa onlangs in het programma Buitenhof het belang van kunsten in het algemeen en literatuur in het bijzonder uitdrukte: “Kunst en literatuur zijn de motor van de vooruitgang. De mens onderscheidt zich van dieren doordat hij zich de levens van duizenden anderen kan voorstellen. Kunst en literatuur voorzien in die behoefte. Tegelijkertijd maken ze de kloof zichtbaar tussen alle mogelijkheden die een individu in potentie heeft en het feit dat we slechts één leven kunnen leven. Dit schept een structureel ongenoegen zodat de mensheid bij voortduring de noodzaak ondervindt de wereld te willen verbeteren”. Bij Castrum Peregrini,  tijdens WOII, toen jongeren ondergedoken zaten in het appartement van de kunstenares Gisèle d’ Ailly en de Duitse dichter Wolfgang Frommel, speelden kunst en literatuur een belangrijke rol bij de overlevingsstrategie: ondanks het feit dat de jongeren jaren lang afgesloten waren van verkeer met de buitenwereld hadden ze door middel van literatuur en kunst vensters op de complexiteit van de wereld waardoor ze zich toch uitstekend met het leven uiteen konden zetten.

 

De maatschappelijke betekenis van culturele herinnering

Culturele herinnering is zo manifest in de maatschappij dat het over het hoofd wordt gezien. Als individuen leven we zo vanuit herinnering dat dit feit onzichtbaar is voor onszelf. Nochtans bepaalt het in grote mate onze culturele identiteit. Dat merken we het best als we vrij direct geconfronteerd worden met andere culturen, die in wezen niets anders zijn dan een set verschillende collectieve herinneringen.

Door de opkomst van de nieuwe economieën is de suprematie van de Westerse cultuur niet meer vanzelfsprekend. De Aziatische en Zuid Amerikaanse nieuwkomers zijn in toenemende mate in staat om hun eigen “master narrative”, waarin hun eigen identiteit, waarden en normen in verweven zit, als gelijkwaardig naast die van de Westerse cultuur te zetten. Dit was merkbaar op de Dokumenta 13 en op de Biënnale van Venetië van dit jaar. Een financieel daadkrachtig publiek in India, China, Rusland of Brazilië schaffen tegenwoordig kunst aan dat tegemoet komt aan hun eigen culturele geheugenmatrix. Daarbij laat die kunst zich niets gelegen liggen aan de smaak van een Westers publiek. Hier wordt zichtbaar hoezeer kunst, cultuur en identiteit in elkaars verlengde liggen.

Herinnering bij Castrum Peregrini

Castrum Peregrini heeft haar kernwaarden Vrijheid, Vriendschap en Cultuur gebaseerd op haar onderduikgeschiedenis tijdens WOII. Castrum Peregrini verbindt die gebeurtenissen uit het verleden met de actualiteit van het heden door jaarlijks haar kernwaarden in uitgebreide programmareeksen uit te diepen. In voorgaande jaren waren vrijheid en vriendschap aan de beurt. In 2014 wordt het maatschappelijk belang van cultuur onderzocht vanuit het perspectief van collectieve herinnering. De rol van de kunsten bij het vormen van een identiteit staan daarbij centraal.

 

Referenties:

  • Jeffrey K. Ollick e.a.
  • Jan Assmann
  • Aleida Assmann
  • Richard Sennett
  • Maurice Halbwachs
  • Pierre Nora
  • Andreas Huyssen
  • Eric Hobsbawm and Terence Ranger
  • Merlin Donald
  • E.a.

Michael Defuster, September 2013

Vrijheidsdiner 5 mei

opening bevrijdingsdiner door Michael DefusterBevrijdingsdiner bij Castrum Peregrini i.s.m. Amsterdams Comite 4 en 5 mei zaterdag 5 mei in de Beulingstraat met optredens van Ed Spanjaard, Maarten Koningsberger, Hedy d’Ancona, Vincent Bijlo, Thomas Spijkerman & Circus Treurdier, Teresien da Silva, Erik Somers, Wichert ten Have, Christa Meindersma en Ingeborg Beugel.

Openingsspeech door Michael Defuster:

Beste buren en genodigden,

[…]

Het Amsterdamse comité heeft dit jaar een mooi plan ontwikkelt. Het heeft enkele plekken aangewezen met een bijzonder verhaal dat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft. Castrum Peregrini, gevestigd hier op de hoek van de Herengracht en de Beulingstraat, is er een van. Het comité wil met het vrijheidsmaal op 5 mei een nieuwe traditie opzetten: de Amsterdamse burgers vieren op die dag dat ze in vrijheid leven! En dat doen ze samen, ieder op zijn eigen manier, precies zoals Amsterdammers dat gewend zijn.

[…]

Ik begroet Gisèle d’ Ailly die dit jaar 100 wordt. Gisèle was het die tijdens de Tweede Wereldoorlog haar appartementje drie hoog, hier op de hoek van het Beulingstraatje en de Herengracht, aanbood aan de Duitse dichter Wolfgang Frommel en zijn Joodse pupillen en de onderduikers beschermde en verzorgde. Zij is de aanleiding dat we vandaag, hier op deze plek, op Bevrijdingsdag, met zijn allen de bevrijding van tirannie herdenken en tevens vieren dat we in vrijheid mogen leven. Het bijzondere aan het verhaal van Castrum Peregrini, de naam die de onderduikers aan hun schuiladres gaven en later, na de oorlog aan de uitgeverij, het bijzondere is dat Gisèle en Wolfgang Frommel de persoonlijke vrijheid van de jonge onderduikers waarborgden door hun vriendschap en door kunst en literatuur. Het huis staat dan ook vol met boeken en overal hangen tekeningen en prenten uit die tijd.

Ik begroet ook Hedy d’ Ancona die het ambassadeurschap van de manifestatie IN ME, THE PARADOX OF LIBERTY op zich heeft genomen, waarvoor onze oprechte dank en erkentelijkheid. De komende dagen en weken zullen diverse activiteiten, hier, elders in de stad en in het land, plaatsvinden rondom het simpele woord vrijheid, dat, als je er wat meer over nadenkt, een moeilijk en verwarrende begrip is dat ons allemaal aangaat, of we dat nu leuk vinden of niet.

[…]

Vrijheid, u zult dit woord vanavond nog vaker horen, is voor ons zo normaal dat we eigenlijk helemaal niet meer stilstaan bij de betekenis van dit woord. Zoals het vaker gaat: iets wat normaal gevonden wordt verdwijnt uit het gezichtsveld tot niemand meer weet dat het bestaat. Pakweg 70 jaar geleden leefde deze stad in onvrijheid, bezet door een totalitair regime. De levende herinnering aan deze gebeurtenis verdwijnt uit de maatschappij. Nochtans blijft de Tweede Wereld oorlog in het collectieve bewustzijn aanwezig als een moreel ijkpunt tussen goed en kwaad, waarbij helaas heel vaak de veronderstelling de overhand heeft dat het kwaad van buiten de landsgrenzen komt en het goede van eigen bodem is.

Zoals de laatste jaren overvloedig werd gedemonstreerd op het nationale politieke toneel klopt deze simplistische verdeling tussen goed en kwaad niet meer. Nederland werd geconfronteerd met zichzelf: binnen de eigen landsgrenzen blijkt een stevige dosis xenofobie te heersen en is een niet te veronachtzamen deel van de Nederlandse bevolking gevoelig voor populistische taal en manoeuvres. De snelheid waarmee het politieke landschap en de omgangsvormen zijn omgeslagen, benam velen de adem. De politieke en morele verwarring en onzekerheid die deze confrontaties de laatste jaren hebben veroorzaakt is voor menigeen van ons één van de onprettigste en schokkendste ervaringen van de laatste decennia geweest.  Nochtans schuilt er ook een goede kant aan deze ontwikkelingen.

We weten nu dat wij, inwoners van Nederland, niet gevrijwaard zijn van de smetten van het kwaad: groepen mensen buitensluiten, haat zaaien, polariseren, collectief egoïsme, het onredelijke en ongenuanceerde…. De verlammende zelfgenoegzaamheid van een natie die trots was op haar verworven vrijheden is gelukkig genoeg verdwenen. De politieke ontwikkelingen van de laatste weken geven de hoop dat het maximum aan verdraagzaamheid ten opzichte van intolerantie is bereikt en een brede consensus is ontstaan dat de grens van onredelijkheid is bereikt.

U hoorde van mij tot nu toe vaak het woordje “politiek”.  Dat komt omdat vrijheid heel erg politiek ís. Het is zelfs het hoogst haalbare politieke doel. Wie over vrijheid praat heeft het over de essentie van de politiek: het realiseren van een maatschappij waarin de burgers zich vrij voelen. Ik benadruk nogmaals: zich vrij voelen. Een van de vele paradoxale kanten van vrijheid is dat het nooit in een zuivere vorm kan bestaan. Wilt u precies kunnen doen en laten wat uw individuele behoeften ingeven, dan mag u erop rekenen dat u spoedig geïsoleerd raakt van de groep waartoe u behoort. Vindt u dat veiligheid de hoogste prioriteit heeft? Dan zult u een groot deel van uw vrijheden moeten afstaan. De betekenis van vrijheid is voor iedereen verschillend en helaas vaak tegenstrijdig: bestaat uw hoogste vrijheid uit het racen op brede autosnelwegen? Dan mag u op weerstand rekenen van diegenen die hun vrijheid in de natuur en de rust vinden.

Gelukkig leven we in een democratie, waar elke visie en levensvervulling aan bod kunnen komen in een waaier van politieke stromingen en programma’s. Een andere essentiële eigenschap van een goed functionerende democratie is dat nooit één mening of opvatting de overhand mag krijgen want anders leeft een belangrijk deel van de gemeenschap in onvrijheid. Zo bezien is vrijheid dus het in standhouden van de dialoog en het eeuwig onderhandelen tussen de verschillende belangengroepen. Kortom, het oeroude Hollandse overlegmodel, waaraan Nederland haar echte roem en voorspoed te danken heeft.

Laten we vandaag de redelijkheid gedenken, als de beste waarborg voor onze vrijheid.

Michael Defuster

 

[nggallery id=14]

 

En nog een selectie foto’s gemaakt door Rien Buter

[nggallery id=15]

Een portret van Gisèle op RTV N-H

29 januari 2011 – Radio&TV Noord-Holland

Een portret van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht. Op 29 januari wordt de 98-jarige beschermvrouwe van Castrum Peregrini, kunstenares en voormalig echtgenoot van de amsterdamse burgemeester d’Ailly, geëerd voor haar bijdrage aan de kunst. Haar huis aan de Herengracht in Amsterdam is een broedplaats en beschermplek voor schrijvers, kunstenaars, wetenschappers…

Volkskrant 29-01-2011

Volkskrant_29-01-11