Important Souvnirs

Exhibition

Amie Dicke: Important Souvnirs

castrum_24On show until 23 december 2016 during guided Visits House of Gisèle and during events.
Important Souvnirs is also part of Amsterdam Art Weekend 24-27 November

Since 2009 Amie Dicke is attracted to the house of Castrum Peregrini, its interiors and its stories. She has made work related to the place, in situ or conceptually. Her artistic interventions have challenged the development of the place. Simultaneously the place had a significant impact on the artistic development and the works of Dicke. Starting off with bold statements like the work Claustrophobic (2009) her perspective and approach has changed from that of an intervenor towards that of an observer, reading traces, isolating images from their contexts and therefore challenging our perspectives. Since 2014 Dicke has put her focus on the private apartments and the studio of Castrum Peregrini founder, the artist Gisèle van Waterschoot van der Gracht (1912 – 2013). Dickes research fed into important-souvnirs.com named after a brief note by Gisèle: ‘do not touch I am sorting Important Souvnirs’ During the whole autumn season – in conjunction with other events – Castrum Peregrini will show work of Dicke within the historic contexts that are challenged by the work.

During Amsterdam Art Weekend, on Friday 25, Saturday 26 & Sunday 27 November from 14.00 – 15.00 hrs Amie Dicke will illustrate her approach in situ, from the historic material in the House of Gisèle to the outcomes presented in the studio of Gisèle.  Upon resservation only through mail(at)castrumperegrini.nl. Price: 10 euro per person in groups of 12 persons max. See http://weekend.amsterdamart.com/event/important-souvnirs-amie-dicke

n8 2015 Gisèles Atelier. A Still life.

Museumnacht AmsterdamAmie Nina Maria Claartje

Gisele’s Atelier.

A still life.

7 November 2015, 19-02 uur

with curators Nina Folkersma and Maria Rus Bojan, art historian Claartje Wesselink and artist Amie Dicke.  Including guided tour to Gisèle’s studio – do not miss it, hope to see you all.

Tickets only via de site of Museumnacht Amsterdam.

SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC

 

Silent Heroes, Invisible Networks

Symposium

Silent Heroes,

Invisible Networks

13 October 2015, 20 hrs

With Marjan Schwegman (director NIOD), Nienke Venema (director St. Democratie en Media) and Avraham Burg (author, former speaker of the Knesset). Entree 7,50 euro; studenten 5 euro; jaarvrienden vrij – wees verzekerd van je plek, RSVP: productie@castrumperegrini.nl

An evening about the role of helpers and rescuers during WWII. What is their representation today and could they be role models for an engaged civil society?  With a focus on brave people during WWII, how they can inspire us today and the necessary mind shift to support an engaged civil society. The way we remember collectively determines the way we identify ourselves today: we are what we remember. First the three panelists will open their conversation by each giving a statement from their own expertises: Marjan Schwegman will set out the historic context, Avraham Burg will focus on the political perspective and Nienke Venema will bring in the perspective of today’s civil society. The public will be invited to ask questions and enter the conversation.

SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC

O Muze! – portretten van Gisèle

O Muze!

De Hallen Haarlem Zomerserie

6 juni t/m 30 Augustus 2015

voor deze grote zomertentoonstelling in museum De Hallen Haarlem zijn er drie ‘portretten’ van Gisèle van Waterschoot van der Gracht geselecteerd, van Joep Nicolas, Charlotte van Pallandt en Koos Breukel.

De mooi uitgevoerde, verzorgde catalogus bevatte de onderstaande tekst geschreven door conservator moderne kunst Antoon Erftemeijer  Frans Hals Museum / De Hallen Haarlem:

portret J Nicolas 1935 Foto Arend Velsink

portret J Nicolas 1935 Foto Arend Velsink

GISÈLE VAN WATERSCHOOT VAN DER GRACHT (1912-2013)

Vele kunstenaars hebben haar geportretteerd. De glazenier/schilder Joep Nicolas meermaals, toen zij hem als jonge vrouw in de jaren 1930 assisteerde bij diens glas-in-loodwerken en hem boeide door haar uiterlijk en artistieke talent.1 Dan de Duitse schilder Max Beckman, toen deze tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam ondergedoken zat; hij noemde haar later ‘eine meiner Getreusten’.2 De beeldhouwster Charlotte van Pallandt vereeuwigde haar markante hoofd. En de fotograaf Koos Breukel maakte een serie portretfoto’s van haar toen zij 100 jaar was geworden. Gisèle van Waterschoot van der Gracht – over haar gaat het hier – kon op dat moment terugkijken op een niet alleen lang, maar ook artistiek vruchtbaar en zeer internationaal leven met vele inspirerende contacten.

Zelf inspireerde zij niet alleen mede-kunstenaars tot portretten als de genoemde, en later in haar leven tot een documentaire en zelfs een roman (‘Gisèle’ (2012) van Susan Smit). Ook was zij steun en toeverlaat voor collega’s en anderen die in de Tweede Wereldoorlog bij haar onderdoken of anderszins een beroep op haar deden, onder wie ook schrijvers als Adriaan Roland Holst en Eddy du Perron. Haar eigen beeldende werk is zeer veelzijdig, variërend van schilderijen en ruimtelijke werken tot series wandtapijten en expressieve glas-in-loodramen (Nieuwe Bavo te Haarlem, Begijnhof te Amsterdam, en elders). Kunst maken was voor haar een zoektocht: ‘Het màg niet anders dan moeilijk zijn’, stelde zij zelfs ooit.3 Vernieuwing schuwde zij allerminst, zij het vanuit een besef van afhankelijkheid van het verleden: ‘Als het goed is, begint men waarschijnlijk steeds weer opnieuw, hoewel nooit iets zomaar uit het niets komt. Wat boven de aarde zijn kop uitsteekt, spruit altijd voort uit de zaadkorrel eronder. Tussen wat is en wat was is altijd een samenhang.’4

In het pand Herengracht 401, Gisèles vaste woning en uitvalsbasis sinds 1941, werd door haar, de Duitse dichter Wolfgang Frommel  en anderen in 1950 het eerste nummer van het literaire tijdschrift ‘Castrum Peregrini’ uitgebracht. Daarmee werd de basis gelegd voor een enkele jaren later officieel opgerichte stichting met dezelfde naam en op hetzelfde adres, met een muzische culturele bestemming: uitgeverij van een eigen tijdschrift en boeken, evenementenplek, en ruimte voor exposities en ontmoetingen. Een inspirerende en internationaal gerichte, geëngageerde ‘intellectual playground’ (zoals het centrum zich tegenwoordig noemt5) waarvan Gisèle decennialang beschermvrouwe en drijvende kracht is geweest. [A.E.]

Joep Nicolas (1897-1972)

Portret van Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 1935

Olieverf op doek,102 x 78 cm

Amsterdam, Collectie Castrum Peregrini

Charlotte van Pallandt (1898-1997)

Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 1966

Brons, 56 x 38 x 27 cm

Eelde, Museum De Buitenplaats

Koos Breukel (1962)

Portret van Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 2012

Inktjetprint, 60 x 40 cm [incl. lijst]

Amsterdam, particuliere collectie

1 – Twee andere portretten van Gisèle dan het hier gereproduceerde zijn in het bezit van de Roermondse Stichting 1880 (zie Stedelijk Museum Roermond). Zie over de relatie Nicolas-Gisèle o.a. Van der Varst 2014 en Nicolas White 1979. 2 – Smook-Krikke 2012, 47. 3 – Van Waterschoot van der Gracht 1956. 4 – Van Keulen en Van Waterschoot van der Gracht 1979. 5 – Zie verder de website van Castrum Peregrini (www.castrumperegrini.org).

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

 

Het steentje van Gisèle

 

 

Documentaire Portret van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht

Als dochter van een Oostenrijkse barones en een Nederlandse geoloog leidde Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht als kind een nomadenbestaan, dat bepalend werd voor de rest van haar leven. Ze reisde de hele wereld over waarbij Amerika, Oostenrijk, Frankrijk, Nederland en vooral Griekenland de belangrijkste pleisterplaatsen werden. Van jongs af aan wist ze dat ze schilderes zou worden, een passie die ze erfde van haar vader. In de loop der jaren heeft ze een groot en zeer divers oeuvre opgebouwd.  Regie: Cees van Ede. Productie: Maud Keus, NPS, 1997

klik hier om de documentaire Het Steentje van Gisèle (60min) te bekijken:

Het Steentje van Gisèle - Cees van Ede en Maud Keus

Het Steentje van Gisèle – Cees van Ede en Maud Keus

Persbericht: Gisèle overleden

 

Gisèle

11 september 1912 – 27 mei 2013

 

M.G.J.M. d’Ailly van Waterschoot van der Gracht

 

Maandagavond 27 mei is de kunstenares Gisèle op ruim 100 jarige leeftijd thuis in haar atelier overleden. Ze wordt in besloten kring begraven op de begraafplaats De Stompe Toren bij Spaarnwoude.
.

Gisèle by Koos Breukel

Photo Koos Breukel

Het leven van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht leest als een sprookje.  Geboren in 1912 in Den Haag, als dochter van de Nederlandse geoloog Willem van Waterschoot van der Gracht en de Oostenrijkse barones Josephine von Hammer Purgstall, groeide ze op in de Verenigde Staten en Oostenrijk. Gisèle volgde haar opleiding aan de Académie de la Grande Chaumière en de Ecole Nationale des Beaux Arts in Parijs.

Midden jaren ’30 vestigde zij zich voor het eerst in Nederland. Gisèle ging in de leer bij de bekende Nederlandse glasschilder Joep Nicolas in Zuid-Limburg. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereld oorlog verhuisde zij met haar ouders naar Bergen NH en maakte daar kennis met Nederlandse kunstenaars en schrijvers. In 1940 vestigde zij zich aan de Herengracht 401 in Amsterdam, waar ze de rest van haar leven is blijven wonen.

Tijdens de oorlogsjaren was haar huis een onderduikplek voor Joodse scholieren. Gisèle nam niet alleen de materiële zorg op zich voor haar jonge onderduikers maar wijdde hen in en beoefende met hen kunst en literatuur, die de jonge onderduikers een bovengemiddeld inzicht verschaftte in de buitenwereld, waarvan ze zelf jarenlang geen deel van uit konden maken. Voor Gisèle was vriendschap en kunst essentiële voorwaarden voor het leven. Deze onderduikervaring heeft hen doen besluiten na de oorlog de culturele stichting Castrum Peregrini – ‘burcht van de pelgrim’- op te richten, de nom de guèrre van het schuiladres. Hiermee creëerde zij een open huis voor schrijvers, dichters en kunstenaars en legde de basis voor de huidige culturele stichting Castrum Peregrini, die in haar diverse activiteiten de band tussen het individu en de maatschappij belicht: vriendschap en cultuur zijn de fundamenten voor betekenisvolle vrijheid.

Gisèle is een veelzijdig kunstenaar die veel glas-in-lood ramen heeft gemaakt – o.a. in Amsterdam in de R.K. Begijnhof kerk en de Krijtberg aan het Singel, wandtapijten voor de SS Rotterdam het schip van de Holland Amerika lijn en veel schilderijen zowel figuratieve, fantasie- en mythische figuren als abstract werk.

In ’59 huwde zij de naoorlogse Burgemeester van Amsterdam, Arnold d’Ailly. Ruim 25 jaar woonde en werkte zij elke zomer in haar atelier op het Griekse eiland Paros, Griekenland.

In 1997 werd haar naam gegraveerd in de eremuur in de tuin der rechtvaardigen, bij Yad Vashem, Jerusalem. In 2011 ontving Gisèle uit handen van burgermeester Eberhrad van der Laan een Koninklijke onderscheiding.

Dinsdagavond 28 mei wordt om 23:55uur op Nederland 2 de documentaire ‘Het Steentje van Gisèle’ uitgezonden, destijds gemaakt door Cees van Ede en Maud Keus.

 

Voor vragen en / of beeldmateriaal

 

Frans Damman

Stichting Castrum Peregrini

Herengracht 401

1017 BP AMSTERDAM

E: f.damman@castrumperegrini.nl

T: 020 6235287

 

Gisèle 12 september 1912 – 27 mei 2013

Creatures for a day! What is a man?

What is he not? A dream of a shadow

Is our mortal being. But when there comes to men

A gleam of splendour given of heaven,

Then rests on them a light of glory

And blessed are their days.

(Pythian 8, Pindaros)

 

Niet onverwacht maar toch onverhoeds is van ons heengegaan na een rijk en productief leven dat volledig in het teken stond van kunst en vriendschap

Gisèle d’Ailly –

van Waterschoot van der Gracht

Ze overleed in de leeftijd van 100 jaar.
Gisèle was  de beschermvrouwe van Castrum Peregrini
Namens Castrum Peregrini ,
Frans Damman, Lars Ebert en Michael Defuster
27 mei 2013
Herengracht 401, 1017 BP Amsterdam

 

Gisèle

 

Hier de advertentie van 31 Mei 2013 in de Frankfurter Allgemeine Zeitung:

Capture

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Volkskrant, 29 mei 2013

VK2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

heldin

 NRC, 31 mei 2013

NRC

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het Parool, 30 mei 2013

Parool

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TROUW, 30 mei 2013

TROUW

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Frankfurter Allgemeine Zeitung, 31 mei 2013

FAZ

 

 

 

 

 

 

Gisèle – Freunde von Freunden & Die Zeit

Freunde von Freunden

 

Portrait of Gisèle by Thijs van Velzen, pictures by Jordi Huisman

Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht is a woman of the castle. She never learned how to use a stove or how to prepare fried eggs. She simply never had to learn it. She let herself be carried away by the stillness of thick brick walls. Pealing paint from the ceiling, men hiding in the structure of ornaments, fluttering of bird wings, fish bone revealing hooded figures. read the complete article, including the pictures

 

This portrait is part of an ongoing collaboration with ZEIT Online, Die Zeit presents a special curation of FvF pictures on their site.

DWDD – Gisèle ontvangt Jakhals Erik

DWDD – vrijdag 19 oktober 2012

kunstenares Gisèle (1912) ontvangt Jakhals Erik 

Gisèle 100: receptie

 11 september 2012
.

.
Toespraak van Michael Defuster, directeur Castrum Peregrini:

 ”

Lieve Gisèle, geachte burgemeester, beste verwanten, vrienden en bewonderaars van Gisèle,

Ik heet jullie als directeur  van de stichting Castrum Peregrini welkom op de viering van de 100ste verjaardag van haar beschermvrouw.

Ik zal u niet vermoeien met een lange welkomstspeech, hoewel ik het best wel moeilijk vind om een korte laudatio te houden over zulk een veelzijdig persoon. Ik geloof dat niemand hier aanwezig eraan twijfelt dat men over Gisèle alleen maar in lofuitingen kan spreken.

Ik wil zoveel mogelijk ruimte laten voor burgemeester van der Laan die zo attent is om Gisèle te eren met zijn welbespraakte aanwezigheid.

Maria Smook Krikke zal daarna het boekwerkje Gisèle en haar Bergense Connecties presenteren. Een klein maar fijn boekwerkje, dat ze schreef in opdracht van het Museum Kranenbrug uit Bergen, waar aanstaande zaterdag de bijhorende tentoonstelling geopend wordt en waar jullie allen natuurlijk van harte welkom zijn. Informatie kun je vinden op de bar in de ruimte hiernaast.

Patrick Amtsberg, Gisèle’s  buurman en een van haar vele bewonderaars,  heeft uitgerekend wat 100 jaar betekent in de tijdseenheden waarmee we doorgaans ons dagelijks leven indelen:

  • In een eeuw worden meer dan 3 miljard seconden weggetikt
  • Dat zijn bijna 53 miljoen minuten.
  • Dat betekent dat Gisèle al bijna  880duizend manuren rondloopt op deze planeet.
  • Die uren vormen samen de bijna 37 duizend dagen waarin ze haar rijke leven gestalte heeft gegeven
  • En meer dan 5 duizend weken en 12 honderd maanden scheiden haar geboorte-uur van het moment waarop we hier samenzijn om deze bijzondere vrouw te eren.

Gisèle is één van die personen die de kunst verstaan om elke minuut te benutten om hun innerlijke roeping te vervullen. En Gisèle heeft meteen twee roepingen meegekregen, waardoor ze haar dagen dubbel benut: de eerste betreft kunst in het algemeen en schilderkunst in het bijzonder, de tweede is haar passie voor mensen. Van allebei heeft ze in die honderd jaren met grote toewijding en enthousiasme en een onuitputtelijke liefde een enorm oeuvre opgebouwd.

Voor degenen die enigszins bekend zijn met haar kunst blijft het verrassend om telkens weer nieuwe dingen te ontdekken die ze in haar productieve leven schiep: kerkramen, portretten en schilderijen, wandtapijten, beeldhouwwerken, diverse voorwerpen voor de kunstnijverheid… Er is nauwelijks een discipline die Gisèle niet heeft beoefent. Ik weet niet of iemand ooit de moeite genomen heeft om het  aantal werken te tellen die uit haar hoofd en handen ontsproten is, maar het moet zonder meer een hoog getal met drie nullen zijn. Hier ligt nog een veld braak voor onderzoek.

Diezelfde flexibiliteit, nieuwsgierigheid en drive vind je ook in haar omgang met mensen. Gisèle is uitgerust met de gave om haast feilloos binnen te glippen in iemands emotionele systeem. Hoewel ik haar meer dan 30 jaar ken vind ik het nog altijd een raadsel hoe ze deze chemie tot stand kan brengen. Laten we het gemakshalve charisma noemen: haar verschijning, haar uitstraling en wellicht nog belangrijker: haar sociale intelligentie en haar liefde voor mensen die oprecht zijn en mooi vanbinnen en vanbuiten…  Met alle personen die ze heeft leren kennen, verstaat ze de kunst om een persoonlijke band op te bouwen. En wees ervan verzekerd, dat doet ze uit overtuiging.

Met een aanstekelijke lichtheid en vrolijkheid zweeft Gisèle boven de grote thema’s en drama’s van haar tijd, die ze soms aanraakt of waaraan ze soms doortastend participeert, maar die ze telkens wonderbaarlijk achter zich kan laten zonder er merkbare sporen van te dragen. Deze regeneratieve kracht bezit ze tot op de dag van vandaag en maakt dat ze altijd zichzelf kan blijven, in wat voor situatie dan ook, het meisje dat begin 20ste eeuw in Ponca City in de Wild Wild West het liefste speelde met leeftijdgenootjes van de naburige indianenstam. Homo Ludens is een term die voor haar uitgevonden lijkt te zijn.

Gisèle is een modern mens: ze is thuis in de wereld en tegelijkertijd verbonden met de plek waar ze woont. Bij die moderniteit hoort een vanzelfsprekende portie gespletenheid, of, als je wilt, dubbelheid. Ze combineert de feestelijkheid en raffinesse  van het oude Europa met de dynamiek en de can do mentaliteit van de Verenigde Staten, waar ze haar formatieve jaren doorbracht. Diep respect voor het oude, combineert ze verbluffend met openheid voor verandering….

Beste mensen, ik moet mijzelf onderbreken want ik kan hier nog eindeloos mee verder gaan. Het is moeilijk stoppen.

Maar laat mij nog één voorbeeld noemen van de inspiratie die jongere generaties uit Gisèle’s levenswandel halen: de huidige stichting Castrum Peregrini heeft haar kernwaarden vrijheid, vriendschap en cultuur heimelijk geënt op Gisèle.

Om de ware betekenis van vrijheid te ontdekken en te kunnen beleven  zijn vriendschap en cultuur onontbeerlijke grootheden. Rondom deze centrale boodschap organiseert de stichting talloze activiteiten en zet zo het werk voort van deze grote vrouw.

Burgemeester Eberhard van der Laan, aan u het woord.

 

Toespraak van burgemeester Van der Laan bij de 100-ste verjaardag van mevrouw Gisèle d’Ailly, 11 september 2012

 

 

Mevrouw d’Ailly,

Van harte gefeliciteerd met uw 100-ste verjaardag. Het bereiken van een dergelijke mijlpaal in een mensenleven is slechts weinigen gegeven. Het is alleen weggelegd voor de allersterksten.

Vorig jaar mocht ik u een Koninklijke onderscheiding uitreiken en memoreerde ik het verhaal van Godfried Bomans: de 100-jarige. Het verhaal van Bomans begint ermee dat hij de 100-jarige aanspreekt alsof die niet helemaal meer goed bij zijn hoofd is. De 100-jarige laat merken dat hij geheel compos mentis is en wel weet dat ie 100 is geworden en hij vraagt: Vanavond komt de burgemeester met een schemerlamp en een enveloppe met inhoud. Die schemerlamp kan me niet schelen, maar die enveloppe interesseert me. Wat doen ze daar gewoonlijk in?

Dames en heren,

Ik beloofde dit jaar langs te komen wanneer Gisèle d’Ailly haar verjaardag zou vieren. Ik heb weliswaar geen schemerlamp meegenomen, maar wel een enveloppe met een schriftelijke gelukwens, die ik Gisèle aanstonds zal overhandigen.

Waarde mevrouw Gisèle d’Ailly,

Uw leven staat al een eeuw in het teken van kunst en cultuur. Ruim zeventig jaar geleden betrok u de derde verdieping betrok van dit pand. Hier hebt u onderduikers verborgen voor wie u ook de kost verdiende door portretten te schilderen. Hier ontstond ook het idee van de stichting Castrum Peregrini, onder het motto van de onderduikgroep ‘vrijheid, cultuur en vriendschap’. Deze ‘burcht voor onverzettelijken’ heeft zich in de loop der tijd uitgebreid. In fysieke zin kocht de stichting – daartoe door u in staat gesteld – dit gehele pand aan en later verwierf de stichting de twee huizen om de hoek in de Beulingstraat. Inhoudelijk richtte de stichting zich op het uitgeven van Duitstalige literatuur en een literair tijdschrift. Daarnaast organiseert Castrum Peregrini lezingen en discussie-avonden over actuele, culturele en maatschappelijke onderwerpen, de salons, die nu ‘intellectual playgrounds’ heten. U was daar decennia lang de drijvende kracht van. De stichting gaat in uw geest verder, richt zich nu op een breder publiek en blijft reflectie en discussie bevorderen. Het is uw uitdrukkelijke wens dat de stichting zich blijft vernieuwen, en zich niet richt op het conserveren van het oude.

U doet denken aan het boek uit 1938 van Johan Huizinga: Homo Ludens, wat spelende mens betekent. De Homo Ludens op de ‘intellectual playgrounds’. Huizinga’s betoog komt hier op neer: echte cultuur kan zonder zeker spelgehalte niet bestaan, want cultuur veronderstelt zekere zelfbeperking en zelfbeheersching, zekere vatbaarheid om in haar eigen strekkingen niet het uiterste en het hoogste te zien, doch zich besloten te zien binnen zekere vrijwillig aanvaarde grenzen. Cultuur wil nog altijd in zekeren zin bij onderlinge afspraak naar bepaalde regels gespeeld worden. Echte beschaving eischt altijd en in ieder opzicht fair play, en fair play is niet anders dan het in speel-termen uitgedrukte equivalent van goede trouw. De spelbreker breekt de cultuur zelve. Zal dat spelgehalte der beschaving cultuurscheppend of -bevorderend zijn, dan moet het zuiver zijn. Het moet niet bestaan in verdwazing of in afval van de normen die door rede, menschelijkheid of geloof zijn voorgeschreven.”

Waarde mevrouw Gisèle d’Ailly,

Al honderd jaar speelt u het spel der beschaving met verve. U bracht zelfs het spelelement in uw huwelijk in met Arnold d’Ailly, in 1959.  Arnold stelde aan u de eis dat u dagelijks zou  blijven schilderen. Aan die voorwaarde hebt u zich tot vorig jaar kunnen houden. U stelde aan hem de eis dat de twee molens aan de Haarlemmerweg zoden worden behouden door de gemeente. Ze zijn inderdaad dankzij hem behouden gebleven.  (Een is er later verhuisd naar Osdorp). Wat je noemt trouwen op huwelijkse voorwaarden.

Mevrouw Gisèle d’Ailly-van Waterschoot van der Gracht

Ik acht mijzelf een bevoorrecht burgemeester dat ik op het eeuwfeest mag komen van de vrouw die van zichzelf zegt dat zij de  “natste” achternaam van Nederland heeft  (Van Waterschoot van der Gracht). Ik zou u eigenlijk willen vragen hoe het komt dat u zo oud bent geworden. Maar daar zult u ongetwijfeld op antwoorden: ach burgemeester, dat is gewoon een kwestie van geduld. Het gaat eigenlijk vanzelf, ik heb er niets voor hoeven doen.”

Gisèle d’Ailly, van harte gefeliciteerd. Lang zal je leven!

Foto’s van Simon Bosch

 

 

 

 

Gisèle 100: foto’s

100th birthday Gisèle!

11 September 2012

.
These pictures were taken by Jordi Huisman in September 2012 for Freunde von Freunden. One of them was also used for the birthday article in the Frankfurter Allgemeine Zeitung. Leave your birthday wish in the comment field below.

.

Gisèle 100: FAZ

Frankfurter Allgemeine Zeitung

10. September 2012

 

Retterin des Geistes

‘Gisèle en de anderen’ – mister Motley

‘Gisèle en

de anderen’

mister Motley 2012

Hanne Hagenaars, de hoofdredacteur van mister Motley is tevens curator van bijbehorende tentoonstelling De Nederlandse Identiteit? Half suiker, half zand te zien tm 23 september in Museum De Paviljoens Almere.

.

Het verhaal “Gisèle en de anderen’ pag 31 – 35 wordt verteld door kunstenares Yeb Wiersma. Zij bezocht de inmiddels bijna 100-jarige Gisèle in haar atelier en reisde samen met haar door Gisèle’s rijk gevulde eeuw. Uitgebreid en sensitief vertelt Yeb het verhaal van de personen en de plek met bijzondere aandacht voor de ontstaansgeschiedenis van stichting Castrum Peregrini in Gisèle’s appartement aan de Herengracht 401. Yeb belandde ook in de nog in authentieke staat bewaard gebleven onderduiketage, waar op dat moment kunstenares Amie Dicke aan het werk was, samen met haar assistente fotograaf Anniek Mol.

“de chronologie van de tijdlijn biedt een frame voor het vertellen van verhalen.” Hanne Hagenaars

In het dubbeldikke nr 32 van ‘mister Motley’ wordt de tijdlijn van de recente geschiedenis vanaf WOII met de kunst verweven om zo aanvulling te geven op de canon. De wederopbouw, de watersnoodramp, de voormalige Nederlandse koloniën, de Rotterdamse haven, Srebrenica, ‘veelkleurig Nederland’ – hoe reflecteren kunstenaars op de onderwerpen uit de canon? Met deze keuze van kunstwerken uit de afgelopen vijftig jaar wordt de canon uitgerekt tot een complex en gelaagd verhaal.

Op de tentoonstelling in De Paviljoens is een ‘installatie’ van Amie Dicke te zien gemaakt van meegebrachte suikerzakjes en zeepjes van reizen door heel Europa, deze zijn afkomstig uit de onderduik etage. Verder is er werk te zien van: Tiong Ang, Gijs Assmann, Pedro Bakker, Jasper de Beijer, Paul Beumer, Gilles de Brock & Jaap Giessen, Nik Christensen, Hans Citroen, Amie Dicke, Jan Dietvorst, Gilbert van Drunen, Uta Eisenreich, Hadassah Emmerich, Daan van Golden, Kaleb de Groot, Maja van Hall, Toine Horvers, Simonka de Jong, Hamid El Kanbouhi, Iris Kensmil, Natasja Kensmil, Johan van der Keuken, Friso Keuris, Rob van Koningsbruggen, Marijn van Kreij, Otobong Nkanga, Ronald Ophuis, Oksana Pasaiko, Wim T. Schippers & Willem de Ridder, Charlotte Schleiffert, Henk Wildschut, Zijlmans & Jongenelis.

.

Gisèle 100: Pressemeldung

11ter September 2012

Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht wird 100!

 

Am Dienstag den 11ten September2012 feiert die Künstlerin Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht ihren hundertsten Geburtstag. Noch im letzten Jahr (29  jan. 2011) wurde sie im Abendjournal des niederländischen Fernsehens als “Phänomen” porträtiert. Ihr reiches Leben ist ein Spiegel des Jahrhunderts.

Gisèle wurde 1912 in Den Haag als jüngste Tochter  eines bekannten Niederländischen Geologen und der österreichischen Baronesse  Josephine Hammer-Purgstall geboren.  Sie wuchs in den Vereinigten Staaten auf, als Spielkameradin von Kindern der Ponka Indianer und Internatsschülerin an der East Coast. Später zog die Familie nach Österreich auf das Familienschloss Hainfeld der Hammer-Purgstalls in der Steiermark. Mit achtzehn Jahren brach sie auf, die Kunstwelt von Paris zu erkunden. Mitte der 30er Jahre, durch den Börsenkrach gezwungen, kam sie zurück in die Niederlande, wo sie vom bis heute berühmten Joep Nicolas in der Glasmalerei ausgebildet wurde. Ihre Familie liess sich im nord-holländischen Künstlerdorf  Bergen nieder. Gisèle bezog im Januar 1941 als nun  selbständige Künstlerin eine Wohnung an der Herengracht 401 in Amsterdam. Nach dem Krieg gelang es ihr, das gesamte Gebäude zu erwerben, wo sie bis heute wohnt.

Während der Besatzungsjahre richtete sie ihre Wohnung als Versteck für jüdische Jugendliche und den deutschen Dichter und Radiojournalisten Wolfgang Frommel ein. Der Freundeskreis, der sich während dieser Zeit und in diesem Versteck bildete blieb auch nach dem Krieg in enger Verbindung und wurde unter dem Namen Castrum Peregrini bekannt, bis heute eine Kulturstiftung, deren Schirmherrin Gisèle ist. Ihr weitverzweigtes Netz von Freunden reicht um die ganze Welt und umfasst illustre Personen wie Adriaan Roland Holst, Aldous Huxley, Marguerite Yourcenar und Max Beckmann. 1959 heiratete sie Arnold J. d’Ailly, legendärer Nachkriegsbürgermeister von Amsterdam. 1992 erhielt sie das Verdienstkreuz der Bundesrepublik Deutschland, 1997 die Yad Vashem  Auszeichnung „Righteous Amoung the Nations“ vom Staat Israel. Zuletzt erhielt sie im Jahr 2011 den königlichen Ritterorden von Oranje-Nassau für ihre Rolle als Mäzenatin der Stiftung Castrum Peregrini.

Als Künstlerin erlangte sie Bekanntheit mit ihren bleiverglasten Fenstern, z.B. in der berühmten Beginenhofkirche in Amsterdam, und mit ihren Gobelins und Möbelentwürfen, wie jene des  legendären Amerikaliners SS Rotterdam. Ihr bildnerisches Werk war in nationalen und internationalen Ausstellungen zu sehen und ist in privaten wie offiziellen Sammlungen vertreten.

Als Gründerin und Schirmherrin der Kulturstiftung Castrum Peregrini war sie zusammen mit Arnold d’Ailly eine wichtige Mäzenatin für Amsterdam. Durch ihr lebenslanges Wirken hat sie auch für sich selbst eine Umgebung geschaffen, in der sie bis auf den heutigen Tag Inspiration und Stütze sein kann.

 

Ihrer fragilen Gesundheit wegen wird das Programm zu ihrem Geburtstag kurz, aber festlich sein:

 

  • Am Dienstag den 11. September  2012, 18 Uhr findet ein festlicher Empfang in Anwesenheit von Bürgermeister Eberhard van der Laan statt. Zu diesem Anlass wird auch das erste Exemplar des Büchleins  ‘Gisèle en haar Bergense connecties’ von Maria Smook-Krikke präsentiert. Der Empfang findet statt im Projekt- und Ausstellungraum von  Castrum Peregrini, Herengracht 401 in Amsterdam.
    .
  • Am Samstag den 15. September 2012 eröffnet das Museum Kranenburgh in Bergen NH  eine intime Ausstellung mit Exponaten aus dem Besitz von Gisèle und der Stiftung Castrum Peregrini. Cees van Ede wird seinen Dokumentarfilm ‘Het Steentje van Gisèle’, die Autorin Susan Smit wird ein Kapitel über Gisèle aus ihrem neuen Roman vorlesen.

_________________________________________________________________

 

Castrum Peregrini ist ein kulturelles Podium für aktuelle gesellschaftliche Themen in historischer Perspektive. Die Kernwerte der Stiftung – Freiheit, Freundschaft und Kultur- stehen in einem wechselseitigen Abhängigkeitsverhältnis und müssen von jeder Generation stets aufs neue definiert werden. Castrum Peregrini setzt dafür sein reiches historisches Erbe ein. Mit Ausstellungen, Lesungen, Debatten, mit Theater, Publikationen und europäischen Forschungsprojekten wird so die Bedeutung von Erinnerungskultur und kulturellem Erbe ins gesellschaftliche Bewusstsein gebracht .

Für mehr Informationen und/oder Bildmaterial:
Lars Ebert T: 020 6235287 *  M: 06 460 860 52 * l.ebert@castrumperegrini.nl

Gisèle 100: persbericht

11 september 2012

Gisèle d’Ailly v an Waterschoot van der Gracht  wordt 100 jaar!


Dinsdag 11 september2012 zal de kunstenares Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht haar 100
e verjaardag vieren. Vorig jaar nog (29  jan. 2011) werd zij in het NOS acht uur journaal als  “fenomeen” geportretteerd. Haar rijk gevuld leven is een spiegel van de eeuw.

Gisèle werd geboren in 1912 in Den Haag als jongste dochter van een beroemde Nederlandse geoloog en een Oostenrijkse barones. Als kind groeide ze op in de Verenigde Staten, spelend met leeftijdgenootjes van de Ponka indianen en als meisje schoolgaand op een kostschool aan de East Coast. Later verhuisde de familie naar Oostenrijk, naar het familiekasteel van haar moeder. Op 18 jarige leeftijd verkende zij de kunstwereld van Parijs. Midden jaren ’30, gedwongen door de beurscrach, kwam ze met haar ouders terug naar Nederland, eerst in Wijlre in Limburg, waar ze door Joep Nicolas tot glazenier werd opgeleid. Vervolgens vestigde de familie zich in Bergen NH. In  januari 1941 betrok ze als zelfstandig kunstenaar een appartementje aan de Herengracht 401 te Amsterdam. Na de oorlog verwierf ze het hele pand en is er tot op heden blijven wonen.

Tijdens de bezetting creëerde ze in haar appartement een onderduikplek voor Joodse scholieren. De vriendenkring in en rond deze schuilplek bleef ook na de oorlog bij elkaar en werd bekend als Castrum Peregrini, later een culturele stichting waarvan Gisèle beschermvrouwe is. Haar uitgebreide netwerk van vrienden strekt door de hele wereld en bevat illustere namen zoals Adriaan Roland Holst, Aldous Huxley, Marguerite Yourcenar en Max Beckmann. In 1959 huwde zij Burgemeester Arnold J. d’Ailly.

In 1992 ontving zij het „Verdienstkreuz“ van de Bondesrepubliek Duitsland,  in 1997 werd haar de eretitel „Rechtvaardige onder de Volkeren“ verleend met de uitreiking  van Yad Vashem door de staat Israel. En op 29 januari 2011 werd zij met een  Koninklijke Onderscheiding gehuldigd voor haar grote betekenis als mecenas voor de kunsten.

Als kunstenaar verwierf zij bekendheid met glas-in-lood werk zoals de ramen van de Begijnhofkerk in Amsterdam en met ontwerpen voor wandtapijten en gebruiksvoorwerpen, zoals voor de SS Rotterdam. Haar schilderwerk was in (inter)nationale tentoonstellingen te zien en is vertegenwoordigd in privé en openbare collecties.

Als oprichter en beschermvrouwe van de culturele stichting Castrum Peregrini was ze gezamenlijk met Arnold d’Ailly een belangrijke mecenas voor Amsterdam en heeft daarmee ook  voor haarzelf een omgeving gecreëerd waarin ze tot op de dag van vandaag inspiratiebron en steun kan zijn.

 

 

Haar broze gezondheid maakt het programma rond haar verjaardag kort, maar feestelijk:

Op dinsdag 11 september  2012, 18 uur vindt een feestelijke ontvangst plaats in bijzijn van Burgemeester Eberhard van der Laan. Hier wordt ook het 1e exemplaar van het boekje ‘Gisèle en haar Bergense connecties’  van Maria Smook-Krikke gepresenteerd. Het programma vindt plaats in de project- en expositieruimte van Castrum Peregrini aan de Herengracht 401 (ingang Beulingstraat) in Amsterdam.

Op zaterdag 15 september opent Museum Kranenburgh in Bergen NH  een intieme expositie met bruiklenen van Gisèle zelf en Stichting Castrum Peregrini. Met een toespraak van Cees van Ede en de vertoning van zijn documentaire ‘Het Steentje van Gisèle’.  De schrijfster Susan Smit zal een fragment voorlezen uit haar nieuwe roman over Adriaan Roland Holst en zijn band met Gisèle.

 

 

NOS Journaal

Het NOS Journaal van 29 januari 2011, 20 uur
over Gisèle en Castrum Peregrini.
. 


.

Michael Defuster directeur van de Stichting Castrum Peregrini over Gisèle d’Ailly in gesprek met de NOS.

.
Op Herengracht 401 zaten in de oorlog vijf onderduikers. Het onderduikhuis aan de Herengracht is vermoedelijk met het Achterhuis het enige onderduikadres dat nog intact is. De vrouw die alles mogelijk maakte was Gisele d ‘Ailly. Ze werd gehuldigd door burgemeester Van der Laan van Amsterdam.

Een portret van Gisèle op RTV N-H

29 januari 2011 – Radio&TV Noord-Holland

Een portret van Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht. Op 29 januari wordt de 98-jarige beschermvrouwe van Castrum Peregrini, kunstenares en voormalig echtgenoot van de amsterdamse burgemeester d’Ailly, geëerd voor haar bijdrage aan de kunst. Haar huis aan de Herengracht in Amsterdam is een broedplaats en beschermplek voor schrijvers, kunstenaars, wetenschappers…

Volkskrant 29-01-2011

Volkskrant_29-01-11

Het Parool 26-01-2011

26 januari 2011

Het Parool

PS Kunst

Het Mecenaat in de 21e eeuw

Besloten themamiddag
Receptie op 29 januari a.s. vanaf 17 uur

Eerbetoon aan de 98-jarige mecenas Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht en discussie over het nieuwe cultuurmecenaat.

29 Januari 2011 huldigt Eberhard van der Laan burgemeester van Amsterdam Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht (1912). Dat gebeurt op een themamiddag rondom het nieuwe mecenaat.  De door haar opgerichte stichting Castrum Peregrini is een cultuurpodium dat sinds de Tweede Wereldoorlog kunstenaars en intellectuelen ondersteunt. Gisèle d’Ailly wil graag dat haar mecenaat in de 21e  eeuw wordt voortgezet.

Ernst Veen (directeur van De Nieuwe Kerk en Hermitage Amsterdam) zal op 29 januari een voorzet geven over hoe het cultureel ondernemerschap anno nu kan worden ingevuld. Hij ontving de ‘Gouden Medaille’ van de stad Amsterdam voor de realisatie van museum de Hermitage Amsterdam in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Renée Steenbergen, auteur van het succesvolle boek De Nieuwe Mecenas, belicht de mogelijkheden van het mecenaat en roept op tot een nieuwe betrokkenheid van de particulier bij kunstfinanciering.

De discussie over het mecenaat woedt volop nu de overheid zich financieel terugtrekt uit de kunstwereld. Voor Castrum Peregrini echter is private ondersteuning van cultuur al lang vanzelfsprekend. Begonnen in de Tweede Oorlog als onderduikadres in Amsterdam voor  joodse jongeren, is door Gisèle d’Ailly de traditie ontwikkeld om intellectuelen en hun werk te steunen. Eerst door contacten met schrijvers als A. Roland Horst en kunstenaars als Max Beckmann. Tegenwoordig als crossdisciplinaire tentoonstellingsplek waar werk is te zien van Amie Dicke, Claire Harvey en Michiel Schuurman.

Gisèle d’Ailly is bijna 70 jaar lang hart, ziel en benefactor van de stichting geweest. Hoe haar bevlogenheid en betrokkenheid bij kunst wordt gewaardeerd, blijkt deze middag uit de aanwezigheid van de (oud-) burgemeester(s) van Amsterdam: Ed van Thijn en Eberhard van der Laan. Ook oud-minister van Cultuur Hedy d’Ancona is aanwezig.

NRC 07-01-2011

NRC Handelsblad

7 januari 2011

Klik hier om het artikel in een pdf document te lezen:

NRC_20110107_1_010_article9

Untergetaucht um aufzutauchen

Die Erinnerungen Buris

an seine Zeit im Versteck,

Amsterdam, Herengracht 401

.
Am 15. Oktober 1944 wird während einer Razzia der dritte und vierte Stock an der Herengracht 401 in Amsterdam von der ´grünen Polizei´ durchsucht. Es ist nicht auszuschließen, dass es sich um Verrat handelt. Als der Offizier mit seinen Schergen die Wohnung auf der dritten Etage betritt, sitzen dort am Esstisch Gisèle van Waterschoot van der Gracht, Wolfgang Frommel, Claus Victor Bock, Reinout Vreijling. Auf dem Tisch liegt ein Band mit Nietzsche-Aphorismen, aus denen Wolfgang gerade anlässlich von Nietzsches Geburtstag vorgelesen hatte. Hätte der Offizier gezählt, hätte er einen überflüssigen Stuhl entdeckt, dessen Kissen wohl noch warm war. Hätten die Schergen Hunde bei sich gehabt, hätten sie  das Klavier angebellt. Darin kauerte Buri, der kurz zuvor noch am Tisch saß, einer von drei permanenten Untertauchern des Hauses Herengracht 401, das im Untergrund unter dem Decknamen Castrum Peregrini bekannt war. Die Runde war so überrascht vom Überfall der Polizei, dass Claus, Untertaucher Nummer 2, es nicht mehr rechtzeitig in sein eine Etage höher gelegenes Versteck schaffte, wo zu diesem Zeitpunkt Untertaucher Nummer 3, Guido Theunissen, sicher verborgen war. Claus hätte zum Verschwinden nicht einmal das Treppenhaus benutzen müssen, er wäre binnen weniger Sekunden mittels einer geheimen Leiter im Einbauschrank durch eine Luke geschlüpft. Auf wunderbare Weise wird keiner der drei Untertaucher und der anderen Anwesenden verhaftet. Die Rettung wird den charismatischen, gar magischen Fähigkeiten Wolfgang Frommels zugeschrieben.

Dies wissen wir aus Augenzeugenberichten, aus den 1982 erschienen Erinnerungen von Claus Victor Bock (Untergetaucht Unter Freunden. Ein Bericht. Amsterdam 1942-45, Castrum Peregrini Presse in mehreren Auflagen) und aus dem gerade 2009 posthum erschienenen Ich gab Dir die Fackel im Sprunge, W.F. Ein Erinnerungsbericht von Friedrich W. Buri, herausgegeben von Stephan C. Bischof, Verlag für Berlin Brandenburg, 2009.

Stephan Bischof hat als Erbe der Schriften Buris das Werk sorgfältig herausgegeben und mit einem Nachwort sowie einem Personenregister versehen. Aus dem Nachwort erfahren wir, dass der Erinnerungsbericht in den Jahren 1986 bis 1993 entstand. Es sind Erinnerungen Buris an sein eigenes Leben, im besonderen an die Beziehung zu seinem Erzieher, Lebensretter und Dichterfreund Wolfgang Frommel und an Gisèle, in deren Wohnung er im Versteck lebte und mit der ihn ein inniges, wenn auch problematisches Liebesverhältnis verband. Der Bericht endet unmittelbar nach dem II. Weltkrieg, als sich die Wege der Untertauchergemeinschaft vorerst trennten.

Adolf Friedrich Wongtschowski, genannt Buri, wird 1919 in Mainz als Sohn deutsch-jüdischer Eltern geboren und wächst in Frankfurt am Main auf. 1933 begegnet er dort während seiner Malerlehre Wolfgang Frommel, der damals beim Südwestrundfunk die Abteilung Wort leitete, schriftstellerisch tätig war und einen Freundeskreis im Geiste Stefan Georges unterhielt. Die Freundschaft mit Frommel bewegt Buri dazu, trotz des wachsenden politischen Drucks, nicht mit seiner Familie nach Brasilien auszuwandern. Als die Situation in Deutschland schliesslich für den Juden Buri zu gefährlich wird, besorgt Frommel ihm eine Ausreisegenehmigung nach Holland und dort ein Auskommen zuerst in Bilthoven, später auf der Qakerschule Eerde bei Ommen. Nach der Besetzung der Niederlande durch die Deutsche Wehrmacht im Mai 1940 zieht Buri in das Haus des Malerehepaares Charles und Karin Eyck in Limburg. Dies erste Versteck wird ihm vermittelt von der Malerin Gisele van Waterschoot van der Gracht, die den inzwischen ebenfalls emigrierten Wolfgang Frommel in Bergen Noord Holland kennen gelernt hat. Als 1942 mit der systematischen Verfolgung und Deportation aller Juden in den Niederlanden begonnen wird, erscheint das Haus der Eycks nicht mehr sicher genug. Gisele stellt Wolfgang Frommel ihre kleine Wohnung an der Amsterdamer Herengracht zur Verfügung und mit ihm den Untertauchern Buri und Claus. Zusammen mit dem Schreinermeister und Orgelbauer Guido Theunissen, der selbst untertauchen muss, werden Versteckplätze, geheime Kommunikationssysteme und Fluchtwege gezimmert.

Untergetaucht unter Freunden: links unten Buri, rechts von ihm Wolfgang FrommelDie Geschichte der Kriegsjahre liest sich wie ein wunderbares Märchen. Gisèle und Wolfgang schaffen im geheimen einen Lebensraum, der den Bedrohungen der Aussenwelt eine lebensbejahende, künstlerisch inspirierte, geheime Freundesgemeinschaft entgegensetzt. Der bekannte Bericht von Claus Victor Bock hat davon ein eindrückliches Bild gezeichnet. Bock hat in seinen gedruckten Erinnerungen das Erlebte bereits zu einem nüchternen, beinahe monolithischen ‚Bericht’ verarbeitet, sprachlich geschliffen und stilisiert. Buri dagegen schreibt seine Erinnerungen mit  ungeübter Feder, beinahe naiv. Manche  komplexe Schachtelsätze in ‚hohem Ton’ lassen jedoch die Schulung durch Frommel in den Kriegsjahren erkennen. Die Erzählung gibt ein unmittelbares Bild vom Miteinander im Versteck, den täglichen Sorgen der Nahrungsbeschaffung, den psychischen Spannungen, der kontemplativen Konzentration beim Dichten, Auswendiglernen, Abschreiben, dem nächtlichen Diktat und dem sozialen Umfeld der Untertaucher. Ja, auch das war ein Kunststück, das vor allem Wolfgang und Gisele zuzuschreiben ist: in der Bedrohung wuchs der Freundeskreis der Eingeweihten, der Freunde, der Komplizen, der Helfer.

Die Produktivität ist auffallend, das ständige Schreiben, Diktieren, Lesen, Zeichnen, das Ringen mit und um erwachende Liebe. Bei allen begreiflichen Spannungen und Nöten ist es beinahe nicht vorzustellen, wie immer die Interessen der Gemeinschaft über denen des Einzelnen standen. Lesenswert macht diese Erinnerungen die Unmittelbarkeit der Erzählung, die Verletzlichkeit, mit der der Autor sich vor dem Leser bloßlegt. Wo Claus Victor Bock selbst die Gefahr, die Bedrohung und das Scheitern stilisiert, da lässt Buri tatsächlich Verzweiflung fühlen. Sein Ringen um seine persönliche Freiheit von Frommel ist eindrücklich, beklemmend, auch in der ungebremsten Selbstbespiegelung. Wo Claus Victor Bock versucht, die Gesamtsituation zu beleuchten, objektiv zu sein, geht Buri immer von seiner eigenen subjektiven Erfahrung aus. Sie ist aufschlussreich für das Verständnis eines Kreises mit charismatischem Führer. Bei aller sprachlichen Schwerfälligkeit, bei allen Störgeräuschen eines ‚Egos’, das gewöhnt war, Primus Inter Pares zu sein: ein einzigartiger Lebenslauf, der die Keimzelle von Castrum Peregrini, das Leben um und mit Wolfgang und Gisèle im Versteck Herengracht 401 lebendig werden lässt und der in der Erinnerungsliteratur einen zentralen Ort einnehmen wird.

Gisèle op de SS Rotterdam

Klik op de afbeelding om ze te vergroten:

NRC en RTV-NH on ‘Gisèle – eigen keuze’

De tentoonstelling ‘Gisèle – eigen keuze’ is te zien

t/m 11 december; dinsdag t/m zondag, 14-18 uur
entrée 5 euro, onder 18 jaar gratis
Herengracht 401, Amsterdam

Klik op de afbeelding om de artikel uit de NRC van 4 november te openen; klik nog een keer om hem te vergroten!

art Gisele_NRC_4nov09

 

Zie ook RTV-NH:

 

 

[Read more…]

Opening ‘Gisèle- eigen keuze’

Hedy d’Ancona opent

Gisèle – eigen keuze

Oud minister van cultuur, Europa parlementariër, feministe, cultureel bestuurder, – haar naam is niet weg te denken uit culturele ontwikkelingen van Nederland en Amsterdam in de laatste decennia. Ze heeft cultuur op de Europese agenda gezet. Hedy opende donderdag 15 oktober jl. de tentoonstelling met de volgende worden: 

Hedy D'Ancona door Simon Bosch

Hedy D'Ancona tijdens haar openingstoespraak gefotografeerd door Simon Bosch

“Omdat er al zo veel over Gisele bekend is, een prachtige uitgave over haar werk en haar leven en ook een mooie documentaire, gemaakt door Cees van Ede, voor het uur van de Wolf, heb ik besloten de opening te doen aan de hand van Giseles eigen verhalen over haar huis, haar interieur en haar werk toen ze me enkele dagen geleden ontving.  

Ze kwam me tegemoet in haar atelier- en verblijfsruimte boven in haar huis. De ramen geven een prachtig licht op de eindeloze hoeveelheid voorwerpen, foto’s, zitjes en bovenal haar eigen werk. Dit is mijn vakantie-verblijf zei Gisele tegen mij. De plek war ik het liefste vertoef nu ik niet meer reis en mijn werk vooral bestaat uit het ordenen van mijn herinneringen. Ze wees me op een foto van het huis in Griekenland wat ze had ontdekt op een reis met haar man. Ze vertelde hoe ze die plek ontdekten en hoe het sindsdien een oneindige inspiratie-bron was geworden voor haar werk. Ze laat me zien hoe de cirkel een belangrijk thema voor haar geworden is nadat ze in Griekenland zagen hoe de zijkant van een oud huisje was gerenoveerd met de ronde stenen van een oude zuil.  Ik vraag Gisele naar haar opleiding. Ze mocht van haar vader, die zelf zo graag beeldend kunstenaar had willen worden maar moest gaan studeren, naar Parijs. Daar leerde ze als 20-jarige heel veel van de etser Eduard Leon, bij wie ze op het atelier ging werken. Terug in Limburg, ging ze in de leer bij Joep Nicolas, een glazenier. Vandaar ook dat Gisele vele ramen heeft ontworpen o.a. van de Krijtberg waarop ze uitkijkt vanaf haar bovenverdieping. Ze verhuist mee met de familie Nicolas naar Amsterdam Ook, omdat ze zeer bevriend is geworden met het gezin. Maar dan breekt de oorlog uit en vlucht de familie naar Amerika. Gisele heeft de gehele oorlog onderduikers in haar huis; jonge kunstenaars en intellectuelen. Het is de oorsprong van de stichting Castrum Peregrini, die nog steeds bestaat en o.a. deze tentoonstelling heeft geproduceerd. Na de oorlog trouwde ze met d’Ailly die burgemeester van Amsterdam werd. Maar, dat was geen belemmering voor haar werk. Integendeel, ze waren natuurliefhebbers en maakten de prachtigste reizen tot ze neerstreken in het al eerder genoemde kloostertje.  

Hedy D'Ancona, Aad Veldhoen en Gisèle gefotografeerd door Simon Bosch

Hedy D'Ancona, Aad Veldhoen en Gisèle gefotografeerd door Simon Bosch

Gisele laat me ook de rest van haar huis zien. En haar terras vanwaar ze een glorieus uitzicht heeft op de binnenkant van de binnenstad. Haar energie en vrolijkheid is ongelofelijk voor een dame van haar leeftijd. Geen dame eigenlijk, nog steeds een meisje. Een jongens-meisje zoals ze dat zelf noemt. Ze groeide op met drie broers en deelt nu haar enorme pand met de drie mannen die de stichting leiden. Meestal eten ze samen want Gisele heeft in haar hele leven nog nooit gekookt. Ze wijst me op drie kleine secretaires die in haar lievelingsruimte staan. Als ik ben opgeveegd, zegt ze met een lachje, dan zitten de jongens hier. Ieder aan een eigen bureautje. En vreemd genoeg, lijkt dat nog heel ver weg, als je al dat werk en al die doorleefde ruimtes ziet. Maar het beste bewijs is haar springlevende werk, Een door haar zelf geselecteerde proeve daarvan, hangt op de tentoonstelling. Die met deze woorden geopend is.

Michael Defuster, directeur van Castrum Peregrini begroete de zeker 120 aanwezignen:

Michael Defuster door Simon Bosch

Michael Defuster door Simon Bosch

Gisèle en de stichting Castrum Peregrini: dat zijn meerdere handen op één buik. Niet zozeer aan Gisèle’s materiële bijdragen heeft Castrum Peregrini haar bestaan te danken dan wel aan haar geest die immer jeugdig is: open en flexibel, nieuwsgierig en onderzoekend, speels en genietend, bereid om te vervoeren en vervoerd te worden, maar ook genereus, moedig, vastberaden, verantwoordingsvol en barmhartig. Karaktereigenschappen waarmee het haar lukte verdrukten tijdens de Tweede Wereldoorlog onder te laten duiken in haar appartement en psychisch fit te houden met kunst en literatuur. Door deze  daad was de geboorte van Castrum Peregrini een feit.

Het kan u niet ontgaan zijn dat de jonge generatie van Castrum Peregrini grote fans zijn van deze wonderbaarlijke persoon die de bloei van 97 lentes mocht meemaken en er verbaasd over is dat ze “niet kapot te krijgen is”, zoals ze zelf vaker zegt.

Wie zou de genoemde eigenschappen niet de zijne willen noemen? Juist als dat gepaard gaat met eigenzinnigheid en een tikje naïviteit? Wij nemen Gisèle als voorbeeld om de toekomst van Castrum Peregrini gestalte te geven: een speeltuin voor scheppende geesten en intellectuelen, kortom, an Intellectual Playground, die ruimte biedt aan experimenten, kosmopolieten met elkaar in contact brengt en betekenisvolle verbindingen laat ontstaan.

Vrij logisch dat we Gisèle centraal zetten in deze vernieuwde ruimte. Met deze tentoonstelling willen we haar uiteraard bedanken voor alles wat ze heeft betekend voor de stichting, maar nog meer voor haar huidige enthousiasme en medewerking aan de toekomstplannen van Castrum Peregrini, die ze ondanks haar leeftijd, voor 100% steunt. En dit illustreert dan weer mooi haar eeuwige jeugdigheid van geest en haar moderniteit.”

 

Foto’s van Simon Bosch:

[nggallery id=1]

A Ballad on Schloss Hainfeld

Hainfeld interior; By Jeannine Govaers

Hainfeld interior; By Jeannine Govaers

Just after we opened Gisèles exhibition, Jeanine Govaers, Simon Bosch and Youssef Bchiri travel to Vienna, representing Castrum Peregrini at the Ballad Portal meeting at Volkshochschule Hietzing, 16/17 October 2009.

Jeanine Govaers is fotografe en sinds lang bevriend met Gisèle met wie ze verschillende reizen naar Hainfeld heeft gemaakt die zij fotografisch gedocumenteerd heeft. Jeannine heeft in het verleden menig foto-opdracht voor Castrum Peregrini uitgevoerd. Mooi dat ze de traditie van de Hainfeld-reizen voort kan zetten.

Simon Bosch is fotograaf. Hij heeft als afstudeerproject Castrum Peregrini over een langere periode met de lens begeleid. Zelfstandig en in opdracht volgt hij Castrum Peregrini nog steeds. Op Hainfeld zal hij een stap diep in het verleden van Gisele zetten. Wij zijn benieuwd!

Youssef Bchiri, studeert Communicatie in Amsterdam. Hij werkt als student bij Castrum Peregrini.

They will bring with them a poem by Gisèle, founder of Castrum Peregrini, and two photographs, which will be exhibited there with the text. This ‘ballad’ is highly autobiographical, referring to Hainfeld Castle, the family seat of Gisèle’s Mother, which was until recently inhabited by Gisèleaunt Cleo von Hammer Purgstall, thus in family hands. Throughout her life Gisèle has maintained a strong emotional relationship with this ferrytale castle in which the legendary Baron von Hammer Purgstall has lived and worked. The castle was cut off from the outside world and only now, after centuries, the new owner Annabella Dietz is gradually opening up this unique heritage to the broader public. Castrum Peregrini and Schloss Hainfeld maintain an informal and amicable relationship.

Our delegation will – after the workshop in Vienna-  travel to Hainfeld to meet Annabella and report on the state of the art. Follow their experiences here on this blog!

 

WhenIwasTe

Gisèle in 2008 by Simon Bosch

 

 

 

 

 

 

 

When I was Ten

– by Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht –

 

A Note

Life started at The Hague, not far from the sea.  In 1915 my father and mother, my three brothers and I went to the United States. We sailed on S.S. New Amsterdam. Father’s work as a geologist took us to what was then the rather wild west. I Remember once living near the Ponca Indians, who wore wonderful feathers! When I was ten tells the rest of the story. Maybe I should add that although I like to write, I am really a painter and Amsterdam is my home.

 

When I was Ten

When I was ten
My brothers were almost men
Busy acquiring degrees.
Father and mother took me
Back overseas, to visit our homelands.
My grandfathers were dead.
The house on the Herengracht 280
Had been sold… Amsterdam was cold…
Everyone was skating.
Grandmother, transparent as a Van Dyck,
Seemed wrapt in ruffles of recollection.

From Holland we hastened to Austria –
Too late alas. Mother’s mother died
A few hours before we arrived.
Between folded fingers she still held
An old bracelet.
I thought she was asleep – her cheeks were so pink,
Her lips even smiling- when I was told
To take it.

Today writing this an benignly blest
With the illusion of being young,
It is curious to stop and think
That I am as old as my grandmother then
When I was ten. 

‘In lower Styria’, father said, ‘the Orient begins’.
We settled there with uncle Heinz, mother’s brother,
A lover of music, of puns, of tradition.

Hainfeld is a square castle in the middle of a valley,
Four square towers at the corners
And a higher one for the chapel,
Topped by a green copper onion.
Outside it is severe. One bridge only
Crosses the moat. It draws no longer
But leads to the entrance crowned by an Arabic inscription-
Mother’s great grandfather put it there.
The heavy gate of iron-plate
Has a small door, safety latched, for foot-folk.
I knew the trick to open it
When I was ten.

...arcades the colour of apricots. Foto by Jeannine Govaers.

...arcades the colour of apricots. Foto by Jeannine Govaers.

Inside, Hainfeld has two storeys of open arcades
The colour of apricots.
They frame a large square garden
Around a loose-lipped fountain’
To listen to.
Only winter could tie its tongue,
Freeze it to perpendicular silence
Like an obelisk-
Freeze the basin, freeze the moat, cover us.
In dead-still whiteness. Then

We circulated in snow-shoes, even upstairs,
Where everyone lived.
Below were the kitchens, the bakery, the laundries,
The two store-rooms for wood and for a game,
The cellars for wine and for schnapps
And the black one for smoking hams…
The rooms of the Verwalter and his family,
And the rooms of all the other servants.
In one tower was the old law-court.
I have heard that witches were judged there.

My room- as all the other bedrooms- had a Himmelbett
(a four posted, canopied and curtained)
Too close like a room in a room.
It was fun to play peek-a-boo with a Persian shah
Who stared from the far-end wall.
But my real friend was Pippin-
A pea-green tree-frog,
Housed in a crystal palace.
I built him ladders and terraces and succulent arbours,
And served him irresistible insects.

Early morning, aproned women tiptoed in
Carrying steaming jugs and big flat tin
Tub for my bath-
Performed on the floor.
Odder still: was the place next door
Where I had to dive under a row of bats
To a hole in a board with a lid.
How I was longed for our U.S. bathroom
When I was ten.

Meals were announced by a gong. From all quarters
We proceeded to the Speisezimmer,
My parents and the two generations of uncles and aunts.
Uncle Ottokar wore twisted moustaches
Aunt Fini a mysterious wig,
Aunt Helene brandished a tortoise lorgnette.
What everyone had in common was something to smoke.
Some smoked log pipes and some thin cigars,
Some rolled cigarettes in curious contraptions
And some also snuffed and took rum in their tea.

The noon-day meal was misery!
Almost very other day, the sourest possible sauerkraut
Was server with decorum by white-gloved men
In Styrian dress: green lapels and silver buttons.
The War, the First World War.
Had brought scarcity. The Sauerkraut
O could not swallow, but stowed it away
In a swollen cheek.
The ordeal over, uncle Stumpferl, der Oberstleutnant.
Let his napkin slip to the floor
For me to retrieve and spit unseen.

Uncle Stumpferl taught me many things:
How to walk through a forest,
How not to disturb the game, how to ski
And carry a pack of hay to the snow-in deer,
How to hold a gun, and even
How to paint
To me, he was the most admirable of men
When I was ten.

In those days at Hainfeld
We had some weak electricity
And, of course, always candles.
Monumental stoves of porcelain tile
(fed from outside with logs)
Heated the rooms. We never saw the fire.
On cold nights in the Schreibzimmer,

It was pleasant to sit on the bench
Built around the stove and warm one’s back 

It was in the Schreibzimmer above the entrance-gate
That uncle Heinz received the multiple relatives.
After dinner Franzl, the butler,
Ceremoniously served the Turkish coffee.
Sometimes uncle Heinz played for us
On one of the two grand-pianos –
Hemight improvise, or let us hear
Fragments of his delightful operettas.

Facing the windows Johann Ernst Purgstall hung
(In long-curled splendour)
Between two family trees painted on linen scrolls.
The backgrounds behind the coats of arms
Depict Styria’s pride: the Riegersburg.
It is a castle perched on a top of a very high rock
With seven walls to fortify it.
There Johann Ernst has found his bride.

Gisèle and her Hammer Purgstall publications at Castrum Peregrini; by Simon Bosch

Gisèle and her Hammer Purgstall publications at Castrum Peregrini; by Simon Bosch

Opposite and alone.
In a white and an a black gown,
Was the portrait of the last countes Purgstall:
Johanna Anne Cranstoun outlived her husband and only son,
Gave name and shield and Hainfeld
To the orientalist, Joseph von Hammer.
As a girl in Scotland. Lady Anne
Encouraged the young Walter Scott. He in turn
Made her the heroine of The Lady of the Lake.

The painting I prized most
Was one of a Titian-like Suzanna
Spied on by the elders… and another:
A portrait of a pretty young witch
Who was publicly burnt
For growing roses in winter…
At a table with cabalistic inlay
I was an ardent kibitzer.
Old aunts in spirals of smoke
Solemnly knuckled their cards
At bezique or complicated patience.
Old uncles (sitting upright or bent in twos)
Pretended to play chess-and chuckled.
For trick-track there were special game-tables
In the Grosse Salon. Taroc
Reserved for Sunday afternoons,
Had a salon of its own.

When I was ten
Guest game to call in carriages-
I had to kiss their hands.
Uncle Hasi Vetter came in a racing car
With bright brass horns you could hear a mile away.
Hunters came in season, with their dogs, for the shoots
Lasting days on end.
Gypsies came trailing bears on chains
That danced for me to fiddled tunes.

And old men came trailing their beards-almost.
Men, that live wandering and do not own a bed.
At Christmas time the whole village came
To church and later to the Christmas tree.
Mother and her sister Paula
Distributed useful gifts
Such as cloth for clothes and study shoes.
When everyone held a package
And the candles were burning low-
Uncle Heinz had them all blown out,
And the tree capsized, so that we children
Could plunder the sweets.

My most favourite retreats
Where the chapel-tower (near the bells)
And the library. I spent hours and hours
Copying Walter Scott’s ballads
(from his hand-written manuscripts)
Which I illustrated sitting at a giant table.
The table looked like a chest.
The chairs were part of it.
Their backs had slits with which to pull them out-
One could also hide inside.
Ponderous piles of portfolios and riboned albums
And ornate little volumes of Persian and Arabic poetry
Invited investigation…O that particular odour
Of musty paper…the joy of turning
Big spheres with signs of the zodiac…
Of rolling on wobbly stairs alongside
The upper row of books…
Books bound in faded blue, with labels I could not read
When I was Ten.

We lived in Hainfeld for a year
And five years later came back to the States
Bringing all our belongings.
When I was twenty my parents returned to Holland/
Father was needed there…
Many years I visited Aunt Paula in Hantberg on a nearby hill
And of course Uncle Heinz and his young wife Cleo.
Like Joanna Anne Purgstall who outlived her husband
(A century and a half ago)
Cleo Hammer-Purgstall lives in Hainfeld alone.
Indeed that Hainfeld is livable at all, is thanks to her. 

What will become of Hainfeld?
It has ignored the come and go of generations,
Ridiculed evolution, not yet capitulated to archeology.
World War Two however, did not help it:
Ten hundred horses-soldiers- graves left scars.
The chapel-onion burst-but the massive walls resisted.
The valley, that vertile valley of the river Raab
Winding down toward th Hungarian plain,
That valley saw the barbarians time and again,
Before-and-after I was Ten.

Gisèle – eigen keuze

Verlengt t/m 11 december
dinsdag t/m zondag, 14-18 uur
entrée 5 euro, onder 18 jaar gratis
Herengracht 401, Amsterdam

21-004-Gisele-uitnodiging-NIEUW121-004-Gisele-uitnodiging-NIEUW2

Gisèle d’Ailly 97

Vandaag is Gisèles 97ste verjaardag. We laten ons drijven en doen alleen maar waar we zin in hebben,- Gisèle mag bepalen, uiteraard.. De zon schijnt en we zullen van het moment genieten!
Gisele receiving birthday wishes from Robert Alder, Australia, through skype this morning, 9.11.2009.

Gisele receiving birthday wishes from Robert Alder, Australia, through skype this morning, 9.11.2009.

 

In April 2008 heeft Cees van Ede een schitterende toespraak in het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) gehouden ter ere van Gisèle. Het is zo een mooi stuk dat we het graag hier toegankelijk willen maken ter gelegenheid van Gisèles verjaardag. 

.

EEN LEVEN ALS KUNSTWERK
door Cees van Ede

Gisèle d’Ailly is een vrouw met een zeer boeiend leven en een kunstenares met een imposant en veelzijdig oeuvre. Ik denk niet dat er iemand is in dit gezelschap, voor wie deze constatering als een onthullende mededeling komt. Al vanaf de eerste ontmoe-ting die producent Maud Keus en ikzelf met Gisèle hadden, was het ons duidelijk dat we over de inhoud van de film, die we over haar wilden maken, geen zorgen hoefden te hebben. Er was zoveel materiaal en zoveel gespreksstof, dat het vooral zou aankomen op een zo zorgvuldig mogelijke en afgewogen selectie daaruit.  We moesten voorkomen dat er teveel infor-matie in de film zou terecht komen, dat leidde alleen maar tot oppervlakkigheid, of, zoals architect Mies van der Rohe het ooit zo kernachtig formuleerde: “Minder is meer.” In dat uitselec-teren zijn we misschien iets te ver gegaan, want op een gegeven moment ging de documentaire niet eens meer zozeer over Gisèle, alswel over een steentje. En dat werd ook de wat merkwaardige titel van de film: ‘Het Steentje van Gisèle’.

Dit steentje! Dat leek ons wel een uitdaging: een documentaire van een uur over zo’n klein steentje. Eerlijk gezegd vonden wij het aanvankelijk helemaal niet eens zo’n bijzonder steentje. We    waren kort daarvoor op de Caraïbische eilanden geweest en de steentjes, die daar op het strand liggen, zijn echt heel wat fraaier dan dit exemplaar. Dachten wij. Maar we kwamen er snel achter, dat we één cruciaal element over het hoofd zagen, namelijk dat dit steentje was gevonden door Gisèle.  

(Dat is niet eens helemaal waar, want iemand anders heeft het voor haar gevonden, maar dat moet u meteen maar weer vergeten, want dat is voor het verhaal wat minder leuk.) Wanneer wij, normale mensen, iets vinden, dan rapen we het op, we kijken er even naar en gooien het meestal meteen weer weg. Als Gisèle iets vindt, dan raapt ze dat niet op, nee: dan wordt dat door haar opgetild. En ik kan u verzekeren, dat dat iets heel anders is.

Want tijdens die ene, sierlijke beweging -Gisèle tilt namelijk alles op met de bevalligheid van een balletdanseres-  tijdens die ene handeling voltrekt zich iets ongelofelijks en ondergaat het object van haar aandacht onderweg een bijna magische meta-morfose. In haar handen en in haar blik, in haar beleving is voor alledaagsheid en banaliteit geen plaats en wordt zelfs het nederigste voorwerpje verbijzonderd.

Zo ook dit steentje. Want dit blijkt -eenmaal in Gisèle’s handen- een mikrokosmos te zijn, waarin een ruiter te paard over een vlakte galoppeert, maar  wordt tegengehouden door een strenge geit die op zijn achterpoten staat, terwijl op datzelfde moment een grappig mannetje passeert, gehuld in een lichtblauwe cape met een puntmuts, en boven hun hoofden een merkwaardige figuur door de lucht vliegt. Als je het niet met eigen ogen voor je zag, zou je het niet geloven.

‘Vinden’ en ‘optillen’ zijn misschien wel de sleutelwoorden, die nodig zijn om de kunstzinnige expressie van Gisèle d’Ailly adequaat te beschrijven. En het intrigerende is, dat zij diezelfde magische kunstgreep ook vaak ten opzichte van haar eigen leven lijkt te hebben toegepast.  De werkelijkheid krijgt pas zin en betekenis als je haar optilt en er een verhaal van weet te maken. Voor alle zekerheid heeft Gisèle van de gebeurtenissen, die ze op dit steentje aantrof, twee schilderijen gemaakt. Niet zozeer voor zichzelf, want zij had allang gezien hoe het zat, maar voor ons, zodat ook wij zo precies mogelijk doorkrijgen wat er om ons heen allemaal te zien valt. En dat is veel.

Diegenen onder u, die wel eens op haar atelier hebben rond-gedwaald, weten hoe buitengewoon intens Gisèle kan kijken en hoeveel zij in dat lange leven al wel niet heeft gezien. Haar grootste fascinatie is gericht op de natuur. Met stelligheid en zonder enige reserve verklaart zij de natuur tot haar leermeester en inspiratiebron. Alles wat ze zelf heeft gedaan en gemaakt is slechts een povere aanvulling op wat met een overweldigende rijkdom al duizenden jaren om ons heen aanwezig is.

Zelfs de kostbaarste, meest gerenommeerde kunstwerken moeten het in haar optiek afleggen tegen de vanzelfsprekende genialiteit en veelzijdigheid die de natuur ons weet voor te toveren. Dat inzicht en die overtuiging hebben Gisèle tot een wezenlijk bescheiden kunstenares gemaakt.

Want terwijl wij ons uitputten in complimenteuze bewoordingen over bijvoorbeeld de kwaliteit van een door haar geschilderde mythologische figuur, is Gisèle’s aandacht allang weer afgeleid door een door de zon gebleekte vissegraat, die model blijkt te hebben gestaan voor datzelfde schilderij en die in haar ogen honderd keer boeiender en ingenieuzer in elkaar steekt, dan wat zij daarvan heeft weten te dokteren, zoals ze dat graag noemt. Dat is geen valse bescheidenheid; daar is ze volstrekt eerlijk in.

Aangezien de natuur in haar verschijningsvorm extreem gevarieerd is, vertoont ook het werk van Gisèle -immers de afspiegeling daarvan- diezelfde grilligheid. Gedurende haar lange carrière heeft ze schijnbaar moeiteloos een waaier van stijlen gehanteerd, van abstract tot figuratief, van ingetogen tot  exuberant, van academisch tot experimenteel, en van speels en stout tot diepreligieus. 

De constante in die enorme diversiteit van haar werk is, dat Gisèle als kunstenares altijd op zoek is geweest naar een diepere waarheid die zij achter die uiterlijke verschijningsvormen vermoedde en die ze op wat voor manier dan ook te pakken wilde krijgen. Zelf schreef ze daar ooit over: “Wat mij werkelijk naar mijn schildersezel lokt is te zien of ik er een boodschap aantref. Soms als ik geluk heb praat het doek met mij. Niemand kan mij meer vertellen dan een schilderij in wording.”

Hoe speels, vrolijk en meisjesachtig Gisèle ook maar al te graag wil overkomen, in wezen is ze een ernstige en verantwoordelijke vrouw, die het leven zeer serieus neemt. De periode in haar bestaan waarin zich dat het duidelijkst manifesteerde was, hoe kan het anders, de Tweede Wereldoorlog, toen ze met een volstrekte vanzelfsprekendheid enkele uit Duitsland gevluchte joodse ‘vrienden’ in haar huis opnam, en, met gevaar voor eigen leven, voor hen zorgde. De prachtige boekuitgave, waar het vanmiddag allemaal om draait, van de lezingen, die vorig jaar op deze zelfde plek aan dat onderwerp waren gewijd, maakt iedere toevoeging feitelijk overbodig. Toch wil ik graag nog één aspect even aanstippen.

In de documentaire vertelt Manuel Goldschmidt over de culturele avonden, die door Wolfgang Frommel en Gisèle op de Herengracht werden georganiseerd in die donkere jaren, en hij zegt daarover: “Eigenlijk waren het de meest gelukkige jaren van mijn leven.”

En dat hoort dan weer zó typisch bij Gisèle. Natuurlijk waren er meer plekken in Amsterdam waar een mens kon onderduiken (hoewel heel wat minder dan na de oorlog werd beweerd), maar wie op de Herengracht 401 zat ondergedoken, beleefde daar meteen ook de gelukkigste jaren van zijn leven. Omdat Gisèle    -wederom- in staat bleek zo’n gebeurtenis op te tillen en als het ware om te vormen tot een bijzondere culturele daad van verzet. En onwillekeurig denk je dan: mijn god, had die familie uit Het Achterhuis maar geweten dat Gisèle bestond.

Trouwens, in nog een ander opzicht heeft Gisèle d’Ailly haar oorlogservaringen opgetild: zo sterk voelde zij zich met haar onderduikvrienden verbonden, dat ze na de oorlog besloot hen in het vervolg dan maar als haar familie te beschouwen. Voor een onafhankelijke, vrijgevochten kunstenares, die er een bijna nomadisch bestaan op nahield, een opmerkelijk besluit.

Maar bij nadere beschouwing wellicht toch ook weer niet, als men zich realiseert dat in haar eigen familie haar vader in 1943 was overleden en de overige familieleden her en der over de wereld verspreid leefden.

Onder dergelijke omstandigheden is het misschien wel zo verstandig om het concept dan maar over te nemen en kunstmatig een familie te creëren.

In meer dan één opzicht is het leven van Gisèle d’Ailly tenslotte met een kunstwerk te vergelijken.

Grote namen en boeiende persoonlijkheden uit de wereld van literatuur, wetenschap en beeldende kunst hebben Gisèle’s levenspad gekruist, haar inzichten gescherpt en haar talenten gestimuleerd, voor zover dat überhaupt nodig was. Haar per-soonlijke geschiedenis is verknoopt met een aantal fascinerende aspecten van de Europese cultuurgeschiedenis en in de film over haar leven, die wij maakten, klinkt dat onmiskenbaar door.

‘Het Steentje van Gisèle’ is 12 jaar geleden gemaakt, maar Maud en ik kunnen ons de opnameperiode nog levendig herinneren. Het was een turbulent, vrolijk, gepassioneerd en heftig avontuur. Eerder noemde ik Gisèle een wezenlijk bescheiden kunstenares, maar om misverstanden te voorkomen: dat betekent geenszins dat ze een gedwee en meegaand type zou zijn. Gisèle weet verdomd goed wat ze wil, en liet bv. diverse keren aan onze kameraman merken dat hij op het gebied van beeldkadrering nog wel het een en ander van haar kon opsteken.

De eerlijkheid gebiedt ook om te vertellen dat Gisèle over het eindresultaat aanvankelijk helemaal niet te spreken was, want de documentaire die zij onder ogen kreeg, ging over een al wat oudere kunstenares, en zo zag zij zichzelf toch allerminst. Wat wij verzuimd hadden haar te vertellen was dat haar rimpeltjes nadrukkelijk in het scenario vermeld stonden, omdat het ons nu juist zo fascineerde, dat een zo sprankelende, speelse en jeugdige geest huisde in het lichaam van een toen al 84-jarige vrouw. Dat was een cruciaal element in ons filmverhaal en wij konden dan ook niet op haar verzoek ingaan, om haar rol te laten naspelen door een 30-jarige actrice.

Het heeft de vriendschap die wij sindsdien met haar onder-houden goddank niet in de weg gestaan.

Vaak komt in de gesprekken die we met Gisèle voeren haar beleving van de tijd ter sprake. “Het wordt tijd, dat dit meisje zo langzamerhand eens een beetje volwassen wordt”, zegt ze dan. Uit het boek, dat haar straks zal worden overhandigd, blijkt evident, dat zij al vijfenzestig jaar geleden een buitengewoon volwassen, moedige en verantwoordelijke vrouw was, maar dat ‘poetst’ ze  doorgaans minzaam weg. De chronologie van de gebeurtenissen is voor haar ondergeschikt aan de intensiteit van de belevenis. In psychologische zin is Gisèle nog altijd heel erg jong omdat ze haar onbevangenheid en nieuwsgierigheid altijd gekoesterd heeft als een kostbaar bezit. 

Wie, zoals zij, al bijna een eeuw lang op deze aarde rond-wandelt, ontwikkelt een bijzondere relatie tot de tijd. Het voorbijgaan ervan is voor haar een bijna surrealistisch gegeven. Onze tijd is gemarkeerd, kent een begin en een eind, maar de tijd in absolute zin gaat maar door. In haar werk heeft zij vaak met behulp van de cirkelvorm daar een visuele vertaling voor trachten te vinden en dat heeft misschien wel tot haar meest geheimzinnige en sterke doeken geleid, zoals bv. het prachtige ‘Rolling days’, dat op haar atelier hangt: “Time with its rolling days changes now this, now that.”

Inmiddels schildert Gisèle niet meer, maar wel is ze nog iedere dag op haar atelier, temidden van haar schilderijen en omgeven door talloze, tastbare herinneringen aan een vol en rijk bestaan.

Slechts een paar elementen daarvan krijgt u zometeen te zien in een korte compilatie uit de documentaire, met het accent op de oorlogsjaren, in het kader van de boekpresentatie van ‘Gisèle en haar onderduikers’.

Het tweede hoofdstuk van dat boekwerk heeft als titel: ‘Zolang wij gedichten schrijven kan ons niets gebeuren.’ Een prachtige, hoopvolle uitspraak, die niet alleen slaat op die bijzondere situatie op de Herengracht in de oorlogsjaren, maar in feite altijd en overal geldig is. En daarom wil ik mijn bijdrage aan deze middag afsluiten met 2 gedichten, die beide zijn opgedragen aan Gisèle. 

Het eerste dateert uit 1939 en werd geschreven, in het Frans, door Jacques Bloem:

 Je me pâme d’émoi – est-ce vrai ?  Oui, c’est elle

Cet être aimée qui répond au doux nom de Gisèle

Nom adorable qui m’effleure comme une aile

D’oiseau de paradis – et de quel paradis !

A cause d’elle il est un lieu dans ce bas monde

Ai-je besoin de le nommer ?  C’est Ruremonde

Auquel je voue une gratitude profonde

Ville sainte à jamais, c’est là que je la vis

 

En het tweede gedicht dateert van vorige week en heb ik zelf gemaakt:

 

Gisèle

Een leven vol kunst

Maar de kunst van het leven

Is jouw god gegeven

En grootste talent

 

Je stralende wezen

Door Bloem ooit omschreven

Als engel: onwerelds

Maar aards evident

 

En op het moment

Dat Beckmann je tekende

Zag hij Gisèle

Precies wie jij bent

 

Want al wat jij aanraakt

Al is het maar even

Verandert in iets

Dat nog niet was gekend.

Aura bij De Avonden

Jan Robert Leegte

Jan Robert Leegte

 In het VPRO programma De Avonden besteed Botte Jellema in een reportage op woensdag 13 mei 2009, 19 uur aandacht aan het kunstproject Aura. Hij heeft Castrum Peregrini bezocht en gesproken met de directeur Michaël Defuster, de Aura curator Michiel van Iersel en de beschermvrouwe en oprichtster van Castrum Peregrini Gisèle van Waterschoot van der Gracht.

Met een korreltje zout

cimg3407Dit is het zoutvat en de pepermolen op de keukentafel van Castrum Peregrini. Sinds ik op de Herengracht kom (dat was voor het eerst eind 1999) staan ze daar en ik ben ervan overtuigd dat generaties voor mij hetzelfde zullen zeggen. Ik ben dol op die twee. Niet dat ik ze vaak gebruik. Maar zout en peper zijn sterke symbolen, de twee voorwerpen dragen een verhaal en ze staan gewoonweg mooi op die tafel (natuurlijk is de tafel ook een lemma waard, dat komt later wel eens). Zout is het symbool van zuivering en reiniging. In de bijbel geldt het zout als symbool van de verbinding tussen God en zijn volk. Peper is al bekend uit oude Indiase geschriften in het Sanskriet, waar het “pipali” genoemd werd. Via Perzië kwam het pepergebruik bij de oude Grieken terecht. De Romeinen noemden peper “piper”, waar ons woord peper direct van afstamt. Peper werd door de Arabieren in Europa ingevoerd. Het monopolie voor de peperhandel lag tot het eind van de 15e eeuw bij de Italiaanse handelssteden Venetië, Genua, Pisa en Florence. De VOC is onder andere ontstaan vanuit de behoefte van de Nederlanders om zelf peper te halen uit de wingewesten.

Terug naar ons zoutvaatje en de pepermolen. Op de pepermolen staat: W.F. 8.7.1982 gegraveerd. W.F. staat voor Wolfgang Frommel en op acht juli is zijn verjaardag. Hij was geboren in 1902, dus in 1982 werd hij 80 jaar oud. Hij stierf vier jaar later in 1986. Zou hij één van die types geweest zijn die bij ieder maaltijd meteen zout en peper eroverheen strooien voor ze proeven? Het zou bij hem passen, hij hield van pittig begrijp ik. Volgens mijn weten is de pepermolen een cadeau van William Hilsley, genoemd Billy, een van Wolfgangs eerste en oudste vrienden, nog uit zijn tijd in Berlijn. Wij hebben onlangs een hele briefwisseling tussen die twee in de nalatenschap van Claus Victor Bock gevonden. Er werd jarenlang beweerd dat die briefwisseling in de oorlog verloren was gegaan. Dat ze nu toch plotseling opduikt is een van de velen paradoxen van dit huis. (Lees meer over Billy, in William Hilsley, Musik hinterm Stacheldraht, Tagebuch eines internierten Musikers, 1940-1945, Berlin 2000).

Maar dan is er ook nog het zoutvat. Ik zou willen wedden dat dat uit Schloss Hainfeld in Oostenrijk stamt, het familiekasteel van Gisèle’s moeder. Gisèle zegt dat ze twee van die vaatjes herinnert uit haar jeugd, maar niet meer precies hoe het ene hier is gekomen of hoe het andere is verdwenen. cimg3083Het zou ook van haar vaders familie kunnen stammen, maar, zoals ze zelf zegt: “het ziet er helemaal niet Nederlands uit…”. Het is van tin en misschien uit de 17de eeuw. Een kleine 5 cm hoog met een doorsnede van 3 cm. Je moet de deksel opnemen en tussen twee vingers wat zout pakken en op je eten strooien. De dingen met een korreltje zout nemen is iets wat ik op de Herengracht heb geleerd. Ik ken weinig plekken waar zo veel en zo hard wordt gelachen als aan deze keukentafel, rond dit zout- en pepersetje. Het gaat er pittig en uitdagend aan toe en dat is dan vooral een teken van genegenheid. Alleen thema’s en mensen die echt raken zijn onderwerp van vermaak. Iedereen zal dat herkennen. Misschien weet iemand nog het fijne van de twee omschreven voorwerpen, hoe het echt in elkaar zit. Ik ben benieuwd!

Opening nieuwe ruimte

23 januari – Herengracht 401/Beulingstraat 10 

[Read more…]