A Laboratory Fever

Jussi Parikka

about What Is A Media Lab

Tuesday 24 May 2016

Prof. Jussi Parikka about A Laboratory Fever, lecture Tuesday 24 May, 16hrs. This talk is part of the larger research and book project with his colleagues Lori Emerson and DarJussi Parikkaren Wershler, and most of their research process is documented on the What is a Media Lab-website.
In her historical contextualisation of the laboratory (“The Laboratory Challenge”), Ursula Klein puts it in rather clear terms: the laboratory was not merely a place of pure science and before the institutionalisation of the site since the 19th century as part of the scientific set up, it had many artisanal connotations as well.

A program presented in cooperation with Universiteit Utrecht, Institute for Cultural Inquiries and Universiteit van Amsterdam, Mediastudies

Listen here to Jussi Parikka’s lecture, recorded by Mariela Cantú

 

Jussi-Poster-Final

 

Burning Diary: An Architect’s Exile

Vrijdag 17, Zaterdag 18 en Zondag 19 Juni 2016

Opening met toespraak van Frank van Vree, decaan UvA zaterdag 18 juni, 14 uur.
Open  Vrijdag 17, Zaterdag 18 en Zondag 19 Juni, 14.00 – 18.00 uur.
 Burning Diary 18 en 19 JuneStudenten van het Honours Programma van de faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam presenteren op 18 en 19 juni 2016 in Castrum Peregrini het Burning Diary van de architect Miloš Bobić.

Bobić hield gedurende vijfentwintig jaar een getekend dagboek bij. De architect en stedebouwkundige, die in 1992 als balling in Amsterdam kwam wonen, gedesillusioneerd door de verharding van het maatschappelijke debat in zijn geboortestad Belgrado, tekende op luciferdoosjes, in totaal ongeveer achttienhonderd stuks, de weerslag van een leven tussen de steden Belgrado en Amsterdam. De tekeningen tonen alledaagse indrukken, ontwerpen voor gebouwen, en ook politieke overpeinzingen, over het conflict in Joegoslavië, over het leven van een balling, over het universele karakter van stedelijkheid. Het is inmiddels meer dan vijftien jaar geleden dat dit uitzonderlijke werk in Amsterdam is geëxposeerd.

In hun presentaties gaan de studenten op zoek naar manieren om het getekende dagboek van Bobić te contextualiseren en actualiseren. Ze onderzoeken het werk van Bobić in het licht van de ‘grensintellectueel’ (Edward Said), of: hoe de architect, stedenbouwkundige, denker en kosmopolitisch burger het aanzicht van zijn oude en zijn nieuwe leefomgeving wezenlijk beinvloedde.

Friday 17, Saturday 18 and Sunday 19 June 2016

Vernissage with Frank van Vree, dean UvA , Saturday 18 June, 14 hrs.
Friday 17 June, Saturday 18 June and Sunday 19 juni open from 14.00-18.00.

Students of the Honours Programme of the Faculty of Humanities of the University of Amsterdam present Burning Diary by architect Miloš Bobić in Castrum Peregrini on 17, 18 and 19 June.

For twenty five years Bobić kept a written diary. The architect and urbanist, who came as an exile to Amsterdam in 1992, disillusioned by the rise of nationalism in his city of birth Belgrade, drew images from a life between two cities on more than 1.800 match boxes. The drawings reveal everyday impressions, designs for buildings, political thoughts about the war in Yugoslavia, about life in exile, about the universal character of city life. It is for the first time in more than fifteen years that the diary is on display in Amsterdam.

The students search in their presentations for ways to contextualize and actualize Bobić’s diary. Their starting point is the notion of the ‘border intellectual’ (Edward Said), or: how an architect, urbanist, thinker and cosmopolitan citizen changed the face of both his old and new surroundings.

Castrum Peregrini

Herengracht 401, entrance Beulingstraat.

 

Stadsleven excursie

Het Huis van Gise╠Çle 45 onlineTwee historische etages in het huis van Castrum Peregrini kunnen tijdens de Stadsleven excursie op 30 mei worden bezocht. Dat zijn de authentieke onderduik etage waar zij kwam wonen in 1940, en de salon van Gisèle, die dateert uit de jaren ’50. Deze historische vertrekken van Castrum Peregrini zijn nog geenszins dagelijks geopend en behoren nog tot de verborgen stad, waar een culturele wereld samenkomt.

interieur gisele salonBen je geïnteresseerd om maandag 30 mei van 17.00-18.00 uur deel te nemen aan de excursie door Castrum Peregrini? Klik dan hier voor meer informatie en koop je kaartje.

 

Castrum Peregrini – Made in Amsterdam

Bezoek Castrum Peregrini met een speciaal arrangement i.s.m. Amsterdam Museum en Artifex

 

madeinamsterdam

Vrijdag 17 & 24 juni
Uitverkocht!
11 – 12:30 uur

Extra datum: vrijdag 22 juli
11 uur en 13 uur

Castrum Peregrini is featured in Made in Amsterdam, the current exhibition of the Amsterdam Museum, as one of the 5 houses representing the role of Amsterdam for the arts in the last hundred years.

interieur gisele salon

Het programma begint om 11.00 uur of 13:00 uur en is inclusief:
Rondleiding Castrum Peregrini door gids.  Stadswandeling met gids van Artifex Amsterdam als Kunststad.  Koffie met taart in het vernieuwde museum café Mokum (gids Artifex is aanwezig). Tentoonstellingsbezoek Made In Amsterdam op eigen gelegenheid.

Prijzen: € 20,00 Personen met Museumkaart. € 32,50 Personen zonder Museumkaart

Bestel uw toegangskaarten bij Artifex, klik hier.

plaque honouring Gisèle

Monday 2 May 2016 >>> festive program on the occasion of ‘the House of Gisèle’;

plaque at the façade and speeches by Job Cohen (Chair Amsterdams Comité 4 en 5 mei, advisory board CP) , Michael Defuster (director CP), Bart Rutten (Head Collections Stedelijk Museum Amsterdam) and Jorrit Nuijens (city council Amsterdam)

pictures by Maarten Nauw

Het Huis van Gisèle 08 online Het Huis van Gisèle 11 online Het Huis van Gisèle 12 online Het Huis van Gisèle 28 online Het Huis van Gisèle 31 online Het Huis van Gisèle 34 online Het Huis van Gisèle 39 online Het Huis van Gisèle 40 online Het Huis van Gisèle 42 online Het Huis van Gisèle 45 online Het Huis van Gisèle 47 online Het Huis van Gisèle 56 online Het Huis van Gisèle 78 online

Radio 1 bezoekt het Huis van Gisèle

Marc Robin Visscher interviews Marjan Schwegman (member Advisory board of Castrum Peregrini) and Frans Damman for NPO Radio 1 Cultuur Friday 29 april – listen back here  Herengracht401 (2)

Toespraak Job Cohen 2 Mei 2016

JCDit jaar is het 75 jaar geleden dat Gisèle haar huis openstelde voor onderduikers. Tot op de dag van vandaag wordt het Castrum Peregrini genoemd, de schuilnaam van het ondergrondse bestaan destijds.

Gisèle’s drijfveer was haar overtuiging en haar geloof in menselijkheid.

Tegen het aanraden in van haar vriend en mentor Adriaan Roland Holst schreef ze zich niet in bij de Kulturkammer, ondanks het aanbod voor  het voorzitterschap van de sectie glas in lood. Daardoor kon zij haar beroep als kunstenaar niet meer uitoefenen. Ze volgde haar leermeester Joep Nicolas niet naar diens ballingschap in New York. Ze wilde familie en vrienden niet achter laten. In deze kwetsbare positie nam ze  twee joodse onderduikers op in huis en later menig jongen die voor de Arbeidseinsatz ging schuilen. Gevraagd naar haar motivatie antwoordde ze steevast: “Ik laat hen toch niet afslachten als kippen.” Was dit naïviteit of handelde ze weloverwogen? Intuïtie of rationaliteit? Gedreven door de omstandigheden of overtuiging? Opvoeding of instinct?

Hoe dan ook, Gisèle vond het nooit iets bijzonders. Voor haar was het belangrijk om ondanks alle moeilijke omstandigheden een menselijke wereld te scheppen, hoe klein dan ook. Haar appartement op drie hoog werd een realiteitsbubbel die alle dreigingen van Razzia’s trotseerde, waar ondanks kou en honger een groepje jongeren en hun helpers bij elkaar waren en zich verbonden voelden door hun noodlot èn door de kunst die hen bezighield. Het raamwerk hiervoor was door Gisèle geschapen. Zij kon een sfeer scheppen waarin schoonheid en vertrouwen de ruimte kregen. Dat deed ze samen met haar vriend Wolfgang Frommel en met velen uit haar netwerk, zoals Eep Roland Holst en Max Beckmann. Het verbindende vermogen van kunst en cultuur wist Gisèle als geen ander te bespelen.

Ondanks alle trauma’s van de oorlogstijd en de ontwortelde zoektocht van de groep na de bevrijding kon Gisèle toch de bindende en scheppende kracht van de kunst, ook in de periode na de oorlog, verder gebruiken en dit huis aan de onderduikergroep ter beschikking stellen. Om de originele onderduikvertrekken uit de Tweede Wereldoorlog heen groeide haar huis steeds verder. Etage na etage kon ze vormgeven en gebruiken als atelier, of als woonvertrekken voor haar en oud-burgermeester Arnold d’Ailly en voor haar onderduikers die al dan niet tijdelijk weer hier kwamen wonen om aan het tijdschrift Castrum Peregrini te werken. Er ontstond een illuster netwerk van kunstenaars en intellectuelen die tot op de dag van vandaag hun sporen hebben achtergelaten. Toen Gisèle in 2013 op 100-jarige leeftijd overleed had de jongere generatie reeds een cultureel programma opgetuigd dat het heden bevraagt op basis van het verleden van dit huis: hoe was de ontmenselijking mogelijk tòen, en wat is er nodig om weerbaar en met moed in zo’n situatie  menselijk te blijven? De stichting van Gisèle heeft dat in culturele programma’s uitgediept, met het verhaal en de persoon van haar oprichtster in hun midden.

Het wegvallen van de eerste generatie, die de oorlog zelf heeft meegemaakt, beïnvloedt de manier waarop wij de Tweede Wereldoorlog  herinneren. Ook de grote veranderingen die het ontstaan van een digitale wereld met zich meebrengt en, niet in de laatste plaats, de wetenschap dat we steeds meer leven in een wereld waarin oorlog van invloed is op ons leven, speelt een rol.

De Tweede Wereldoorlog en stilstaan bij wat zich toen afspeelde mag in Nederland nog steeds rekenen op grote belangstelling. Deze belangstelling neemt niet af, maar verandert wel. Door het wegvallen van de ooggetuigen wordt herinnering geschiedenis. Vanwege haar gewichtige betekenis is het onze collectieve verantwoordelijkheid om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog te behouden. Het mag geen geschiedenis worden die behouden blijft in boeken, maar geen waarde heeft voor het heden. Het collectief verbindende trauma kan een collectief verbindende toekomst voeden.

Met het wegvallen van de eerste generatie zijn het niet meer de mensen zelf die kunnen spreken, maar hetgeen zij ons hebben nagelaten. En Gisèle heeft ons iets unieks nagelaten, originele interieurs uit de onderduiktijd, een bijbehorend archief en een verhaallijn die zich heeft ontwikkeld tot op de dag van vandaag.

Hier in dit huis komen software en hardware samen. Dat het verhaal van Gisèle en haar onderduikers zichtbaar en voelbaar is op deze bijzondere plek maakt het een unieke combinatie. De hardware is authentiek, niets is gereconstrueerd, alles is echt, van de pianola waarin Buri, één van de onderduikers, verstopt zat, tot de boekenkasten met de lectuur voor de lange onderduiknachten achter de verduisterde ramen. Het is nu aan haar erfgenamen, om deze kwetsbare parel te ontsluiten: het pand en de interieurs te conserveren en te restaureren en daarmee deze lieu de mémoir voor een breed publiek toegankelijk te maken. Castrum Peregrini begeeft zich daarmee op het veld van herinneringsinstellingen die actief naar synergie zoeken en lacunes willen vullen, zoals beschreven in het rapport van de commissie Versterking Herinnering WOII uit 2015 waarvan ik voorzitter was.

Dit kan van grote meerwaarde zijn voor het levendig houden van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in de educatieve sector. Juist door die software op passende wijze te verbinden aan de hardware “om de hoek” ontstaat een tastbare herinnering met een heldere betekenis voor jong en oud.

Vandaag wordt deze plek kenbaar gemaakt voor de voorbijganger door een plaquette te onthullen die Gisèle’s naam ook zichtbaar aan dit huis koppelt. Het is de eerste symbolische stap om het huis in de komende jaren te restaureren en te laden met de betekenis van stille helden, waarvan Gisèle een aansprekend voorbeeld is. Een voorbeeld dat ook in onze huidige tijd een inspiratiebron is voor mensen die op zoek zijn naar een moreel kompas om hun weg te bepalen in een maatschappij die haar zelfverzekerde oriëntatie kwijt lijkt te zijn.

Om dat doel te bereiken dienen er forse inspanningen geleverd te worden op financieel, politiek en publicitair gebied. Om dat voor elkaar te krijgen heeft Castrum Peregrini een Comité van Aanbeveling bijeengebracht dat dit initiatief kracht wilt verlenen. Ikzelf neem met plezier zitting in het comité en spreek ook namens de andere leden van het Comité:

Marjan Schwegman, Ronny Naftaniel, Maya Meijer Bergmans, Avrum Burg en Eric Fischer, vandaag bijna volledig aanwezig.

Dit comité zal de drie fases van het proces adviserend begeleiden:

  • Fase 1 tussen nu en mei 2017, dat zich zal richten op onderzoek, fundraising, plannen en vergunningen.
  • Fase 2 tot mei 2019, dat zal focussen op het toegankelijk maken van deze ruimten. Denk daarbij aan een lift en dergelijke. De rest van het gebouw zal gereed moeten worden gemaakt voor zijn nieuwe taak.
  • Fase 3 zal gaan om conservering en restauratiewerkzaamheden van de historische interieurs in het gebouw Herengracht 401. Wij hopen daarmee het hele proces af te sluiten in de zomer van 2020.

Hiervoor is alle hulp nodig die maar te bedenken valt: geld, expertise en netwerk. Ik doe daarom een beroep op alle aanwezigen om naar eigen vermogen mee te helpen.

Velen van de hier aanwezigen hebben Gisèle gekend. Ze was tot aan haar dood een markante figuur in het Amsterdamse. Iedereen herkende haar meteen wanneer ze op straat liep; met iedereen, bouwvakker of burgemeester, maakte ze even makkelijk empathisch contact. Met iedereen beleefde ze wel een moment. Vaak ging het om iets gezamenlijk te bekijken. De schoonheid van een veertje voor je voeten op straat kon ze even sterk beleven als een Picasso in het museum. Belangrijk was dat ze dat samen met jòu deed, dat ze een band kon opbouwen met iemand, altijd via de kunst, via iets samen doen, beleven of scheppen. Die houding heeft haar en anderen geholpen in de oorlog en die houding heeft haar dit juweeltje van een huis helpen creëren. Deze menselijke houding was het die haar alles liet nalaten aan een stichting, opdat het ten goede zou komen aan de maatschappij. Laten we daar gezamenlijk verder aan werken.

 

Job Cohen

2 mei 2016

Toespraak Michael Defuster voor onthulling plaquette Gisele

KnipselGeachte aanwezigen,

Ons bestuurslid Erik Somers heeft in zijn boek De Oorlog in Het Museum overtuigend aangetoond dat onze maatschappij in het laatste decennium een stijgende behoefte laat zien aan informatie en beleving van alles wat met de herinnering aan de tweede Wereldoorlog te maken heeft. Dat zegt iets over de veranderingen in onze tijd, maar ook over ons, mensen, als wezens die gekenmerkt worden door geweten en moraal. En die twee invalshoeken zijn nauw met elkaar verbonden.

De huidige sociale turbulentie en morele onzekerheid beperken zich niet tot de Nederlandse maatschappij maar zijn in de gehele Westerse wereld fenomenen die inmiddels welbekende oorzaken hebben: ondermeer door toedoen van het internet en de opkomst van nieuwe economische mogendheden dringt globalisering de relativiteit op van de Westerse kapitalistische en democratische cultuur en wereldvisie; massa immigratie ontregelt gevestigde maatschappelijke structuren en stelt gekoesterde Westerse waarden op de proef; de toenemende kloof tussen rijk en arm en tussen hoog en laag opgeleiden tast de maatschappelijke cohesie aan. Het verbaast nauwelijks dat de behoefte aan een duidelijke toekomstvisie en aan daadkracht om de problemen aan te pakken maatschappij breed groeit, ware het niet dat de huidige politieke stromingen die de voorkeur genieten bij menig kiezer een ongemakkelijk makend déja vue gevoel veroorzaken.

Kenan Malik, die vanavond de gast is van Castrum Peregrini als spreker, en ondermeer de auteur is van The Quest For A Moral Compass, waarin hij de geschiedenis beschrijft van de filosofische zoektocht van de mensheid naar wat goed en wat kwaad is, komt tot de misschien schokkende maar geenszins onverwachte conclusie dat het tot de menselijke conditie behoort dat er geen moreel veiligheidsnet bestaat. Geen god, geen wetenschappelijke wetmatigheid, noch een solide ethisch stelsel kan ons beschermen van het gevaar om te struikelen tijdens de morele evenwichtsoefening die we als menselijke wezens gedoemd zijn uit te voeren. Dit inzicht kan zeer verontrustend, of juist zeer opwindend zijn. En die keuze ligt bij onszelf.

Vandaag zijn we hier samengekomen om Gisèle d’ Ailly- van Waterschoot van der Gracht te eren als stille held. Tijdens de Tweede Wereldoorlog liet ze belangeloos Joodse en Nederlandse jongeren onderduiken in haar appartementje driehoog in dit pand. Het verzet dat Gisèle daarmee pleegde was in feite ontstaan doordat ze vasthield aan wat zijzelf “gewoon” vond, zoals Marjan Schwegman het formuleert in het boekje Moedige Mensen van Jaap Cohen en Hinke Piersma. Maar is vasthouden aan wat je “gewoon” vindt, in de zin zoals Marjan Schwegman het bedoeld, niet hetzelfde als integriteit?

En onze tijd snakt naar integriteit. Het politieke toneel is te vaak een demasqué geworden van de geheime agenda’s die het eigenbelang en de ongeïnteresseerdheid in de anderen verhullen. De onvrede over de misleiding en de onmacht uit zich momenteel in alarmerende fenomenen, zoals de opkomst van extremisme en populisme: gevaarlijke oneliners die de schijn wekken van oprechtheid en betrokkenheid, waarmee een angstige en onzekere mensheid gedreven wordt naar “de sterke leider”. Deze gang van zaken heeft veel reminiscenties met de jaren twintig en dertig uit de vorige eeuw, de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, de tijd van Gisèle’s jeugd. Zijn de democratische en supranationale structuren, die sindsdien zijn opgebouwd en tot voor kort onverwoestbaar leken, bestand tegen de veelvuldige aanvallen van binnenuit? Niemand die hierop het antwoord weet natuurlijk en hopelijk is het niet nodig dat de tijd dit zal uitwijzen. De vraag stellen echter onderstreept het belang van moedige en integere mensen zoals Gisèle, die uiteindelijk het geloof in een betere wereld in stand houden en tot op heden een voorbeeld zijn voor mensen die op zoek zijn naar een ethisch kader of naar manieren om hun eigen levensinstelling aan te passen aan de nieuwe realiteiten die zich aandienen.

De onthulling over enkele ogenblikken van een plaquette aan de voorgevel van dit pand, door Job Cohen, staat ook symbool voor de aanvang van een nieuw leven voor dit gebouw, het Huis van Gisèle’s, dat ze heeft nagelaten als een met boeiende en waargebeurde verhalen gevuld juwelenkistje. Hoe klein dit pand ook mag lijken, bij nader onderzoek verbluft de horizontale en verticale reikwijdte telkens weer. Een historische sensatie noemde de Museumkijker de vertrekken en het archief onlangs. In deze authentieke interieurs wordt zichtbaar en voelbaar hoe personages uit de intellectuele en artistieke milieus uit de jaren dertig, veertig en vijftig, bij elkaar genegenheid, bescherming en inspiratie zochten, in het toevluchtsoord dat Gisèle voor hen bouwde en tot haar dood in 2013 hoedde. Met hulp van het aanwezige comité van aanbeveling wil de huidige generatie van Castrum Peregrini Gisèle’s werk verderzetten. Job Cohen zal hier straks op terug komen.

Het Huis van Gisèle is een unieke plek dat een heroïsch verleden combineert met acute maatschappelijke vraagstukken. De drijvende kracht achter de activiteiten is het onvoorwaardelijk geloof in een maatschappij waarin niemand buitengesloten wordt en die diversiteit en gelijkheid omhelst als voorwaarden voor vooruitgang.

Vandaag de dag is het een levendig huis dat vanuit haar verleden en onder de noemer Memory Machine, debat, publicaties en tentoonstellingen organiseert. Diepgang is daarbij het sleutelwoord. Elk individu is een “database” aan herinneringen die in hoge mate diens identiteit bepalen. Dit geldt ook voor groepen en maatschappijen als geheel. In ons individueel en collectief geheugen ligt de sleutel tot datgene waarmee we ons identificeren en tot dat wat we als vreemd ervaren. Inclusie en exclusie vinden daar hun bestaansgrond, en het merkwaardige daarbij is dat dit helemaal niet vastligt zoals we intuïtief plegen te denken.

Geheel in navolging van Gisèle richt Castrum Peregrini zich op een publiek van experts: de creatieve makers, de opinieleiders, de wetenschappers, de maatschappelijk geëngageerden, kortom, de dragers van de belofte van een betere wereld. In de internationale denktank Intellectual Playground verzamelen en delen we met hen kennis over de menselijke conditie, die duistere en zuivere kanten heeft, die zowel in staat is tot genocide of tot bloeiende maatschappijen. Met hen zoeken we naar antwoorden op de vele vragen die de morele dubbelzinnigheid van de menselijke soort oproept. Vanavond levert Kenan Malik hieraan alvast zijn bijdrage in het avondprogramma dat om acht uur begint op de locatie Spui 25.

De historische interieurs van Het Huis van Gisèle worden vandaag officieel opengesteld. Op onze vernieuwde website wordt omschreven hoe men toegang krijgt. We beginnen klein. Voor grote groepen mensen zijn de ruimtes vooralsnog niet geschikt. Conserveringsmaatregelen, toegankelijkheid e.d. dienen in de loop van de komende jaren onder handen genomen te worden. Maar we willen de uniciteit en het educatieve potentieel ervan alvast onder de aandacht brengen.

De onthulling door Job Cohen van de plaquette die Gisèle eert is de symbolische eerste stap hiertoe. Laten we niet langer wachten en nu naar buiten wandelen, naar de Herengrachtkant van dit pand.

Persbericht: authentieke onderduiketage opengesteld voor publiek

authentieke  onderduiketage opengesteld voor publiek

samenwerking stedelijk museum amsterdam en ‘het huis van gisèle’


interieur gisele salonEen ‘historische sensatie’ noemt MuseumKijker in maart 2016 de vertrekken van de kunstenares Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht (1912 – 2013).  Eerder schreef NRC: ‘Vraagt u mij waarom kunst eigenlijk nodig is, dan neem ik u mee naar de nog steeds intacte etages op de Herengracht in Amsterdam, waar de kracht van vriendschap en verbeelding mensenlevens redde.’ 

Voor het eerst is het mogelijk om de privé woonvertrekken van Gisèle te bezoeken.  Op maandag 2 mei onthult Job Cohen een plaquette aan de gevel ter ere van haar stille heldenrol en kondigt Castrum Peregrini een bijzondere samenwerking aan met het Stedelijk Museum Amsterdam . Het betreft de adoptie van het vijfluik ‘Moira’ (1956) in de collectie van het Stedelijk, met behoud van locatie in Gisèle’s salon. Een unieke verbinding waarmee de beide instellingen de verantwoordelijkheid van het behoud van Gisèle’s werk voor het publiek en de stad Amsterdam op zich nemen. 

De intact gebleven etage waar Gisèle onbaatzuchtig onderduikers in huis nam vanaf 1942, de salon waar zij met oud-burgemeester Arnold d’ Ailly vanaf eind jaren ’50 woonde en Gisèle’s atelier waar zij tot het einde van haar leven doorbracht, tonen haar werken en vertellen de geschiedenis van Amsterdam als toevluchtsoord voor kunstenaars en vrijhaven voor cultuur. Adriaan Roland Holst, Max Beckmann, Marguerite Yourcenar en vele anderen hebben daar tijdens en na de oorlog hun sporen achtergelaten.

Bart Rutten, Hoofd Collecties Stedelijk Museum: “Met het accepteren van de gift, om de prachtige panelen “Moira“ in gedeeld eigendom in de collectie van het Stedelijk Museum op te nemen, kunnen we onze expertise in behoud en conservering delen met deze bijzondere plek, die relevant is gebleken voor de internationale kunstgeschiedenis. Hiermee onderstreept het Stedelijk het cultuur- en kunsthistorische belang van het oeuvre dat Gisèle opbouwde. Tevens wordt hiermee de waardevolle verbinding zichtbaar tussen het Stedelijk Museum en kunstinstelling Castrum Peregrini. Met de openstelling van het Huis van Gisèle, waar “Moira” te zien zal blijven, wordt een Amsterdams ‘toevluchtsoord’ voor kunstenaars ontsloten. Het werd ruim 70 jaar  bewoond door Gisèle en getuigt in de traditie van de Modernen voluit van haar leven in uitwisseling met haar internationale vriendennetwerk van kunstenaars, schrijvers en wetenschappers, waaronder Max Beckmann, een icoon uit de collectie van het Stedelijk.”

Haar huis vertelt ook wat kunst toevoegt in moeilijke tijden, door in tijden van uitsluiting, inclusief te denken. Castrum Peregrini geeft die erfenis vorm door de geest van Gisèle levend te houden in hetzelfde pand. Met haar programmering, het bezoekersprogramma en de introductie van de Gisèle Prijs vestigt zij de aandacht op de rol van kunstenaars en cultuur voor een inclusieve maatschappij. Om de verbinding tussen het verleden en heden tastbaar te maken, neemt de stichting nu het initiatief om de openstelling van het huis voor een breder publiek mogelijk te maken. De leden van het Comité van Aanbeveling steken hun schouders onder dit initiatief, te weten: Job Cohen, Marjan Schwegman, Eric Fischer, Maya Meijer Bergmans, Ronny Nathaniël en Avraham Burg.

Maandag 2 mei onthult Job Cohen de plaquette aan de gevel Herengracht 401 en licht de plannen toe betreffende de publieke openstelling van Het Huis van Gisèle. De ceremonie is in aanwezigheid van Bart Rutten, hoofd collecties Stedelijk Museum Amsterdam, die de unieke samenwerking met Castrum Peregrini zal toelichten. Jorrit Nuijens vertegenwoordigt de Gemeenteraad van Amsterdam.

Tijdens het avondprogramma voor publiek toegankelijk, zal de internationaal gevierde neurobioloog en schrijver Kenan Malik een inhoudelijk betoog houden voor een inclusieve maatschappij.

Voor de pers: u kunt zich aanmelden voor een begeleide rondleiding, hiervoor maken we graag een persoonlijke afspraak. Ook voor meer informatie, tekst of beeld , kunt u contact opnemen.

Castrum Peregrini,

Frans Damman

f.damman@castrumperegrini.nl

020 6235287 of 06 23367491

Exhibition: Read my Lips!

Read my Lips!

The True Story Behind The Representation of the Death of Osama bin Laden

ronald-ophuis_the-following_cropArtists: Nedko Solakov, Enrique Marty, Harald de Bree, Shepard Fairey, Miguel Aguirre, Marc Bijl, Alejandro Quiroga, Johan Wahlstrom, Kepa Garraza, Mariana Najmanovich, Ronald Ophuis, Eugenio Merino, Antonio Cortés Rolón, Ben Dean, Jorge García, Jeanne Susplugas, Carlos T-Mori, Armando Mariño, Gabriel Escalante, Pedro Barbeito, Nicola Verlato, Prem Sarjo, Pedro Tyler
Curator: Paco Barragán
Vernissage donderdag 28 april, 17 uur
open t/m 9 juni
maandag t/m vrijdag 12-18 uur

The death of Osama bin Laden was announced on television on the night of Sunday, May 1, 2012 at 23:30 (ECT). President Barack Obama addressed the nation from the East Wing of the White House.
To date, we have not seen the “corpus delicti,” just an image of Obama and his team in the White House’s Situation Room staring off camera while the operation unfolds.
Kepa Garraza The Burial 3 (study) 2016 oil on canvas 70x100cm Courtesy the artistIs it important that Obama and the Government of the United States disclose images of bin Laden’s corpse? Is the President’s verbal description of the burial and death of bin Laden enough?
Read my Lips! The True Story Behind the Representation of the Death of Osama bin Laden is an international group show with an interdisciplinary approach that sets out to give answer to these questions by analyzing diverse visual texts, with different levels of iconicity, discursivity and credibility.
The exhibition as such is divided in three sections: 1) The Situation Room—The Reenactment of a Fiction, 2) The Abbottabad Compound—The Reconstruction of the Fiction, 3) Zero Dark Thirty—The Fiction of the Fiction.
How do we discern truth from fiction, reality from representation? Is credibility the sole dogma of faith in the 21st Century?

Read My Lips! in the Press 2016:

May, 6: ‘Daiquir’s met Osama Bin Laden’ by Jeanne Prisser in the Volkskrant

May, 12: ‘Souvenirs voor het hiernamaals’ by Roos van der Lint for De Groene Amsterdammer

July, 3: ‘Osama Bin Laden in de burcht van de pelgrim’ by Dan Dickhoff for Jegens & Tevens

e-flux about Read My Lips!

 

European Academy of Participation

European Academy of Participation

Creative producers and the communities of tomorrow
A Strategic Partnership supported by the ERASMUS+ programme of the European Commission. September 2015 – August 2018

EAP_Logoformats_4cThe European Academy of Participation (EAP) brings together 10 partners from all over Europe, including higher education institutions and arts and culture organisations. The project aims to make a contribution to a more inclusive Europe, in which people live together in mutual respect of their differences. The EAP partners consider participatory practice in art and culture as a central tool to involve communities in a positive process of constructing a shared cultural space.

Participation is hot!
A key priority for funders, fostering social cohesion and exposing ethical questions around responsibility and authorship, participatory practice can provide compelling means to communicate through art and culture. It also embraces the dissolving of boundaries between academic and artistic disciplines and those between the policymaker, the artist, the curator and the audience. This increasing flexibility brings about a new practice profile: the creative producer.

EAP wants to develop:
* A shared understanding of a graduate profile for practitioners working in participatory settings, based on the dialogue between higher education, lifelong learning and the creative field.
* A benchmark document that adopts the Tuning Educational Structures in Europe methodology that will be validated and published for the use of educators and practitioners.
This includes a qualifications framework and acknowledges the already existing variety of participatory approaches in the humanities and the arts.
* An intensive 2 month, low-residency module/unit jointly offered by universities and cultural organisations. This post graduate lifelong learning education module/unit targets postgraduate students – from the arts, humanities and social sciences – as well as practitioners including artists, trainers, teachers, curators and others from third sector cultural organizations.
The ambition of EAP is to tap into the existing potential of higher education and the unique and hard won endeavours of creative projects and organizations scattered across Europe that are engaging the public as active agents in their work. Through interaction both sectors impact on the diversifying societies of Europe, valuing participatory practice in the arts.

EAP will organise 3 public conferences
1) 2016, 27-28 October, Dublin, Ireland: Towards a European Benchmark.
2) 2017, May, Amsterdam, The Netherlands: Bringing education and practice together.
3) 2018, May, Lyon, France: New Communities, New Jobs, New Policies.

Partners
Goethe-Institut, Munich, Germany; Castrum Peregrini, Amsterdam, The Netherlands; ACERT, Tondela, Portugal; Avrupa Kultur Dernegi, Istanbul, Turkey; National University of the Arts Bucharest, Romania; Central Saint Martins, University of the Arts, London, UK; University of Marseille, France; Universidad de la Iglesia de Deusto, Bilbao, Spain; ELIA The European League of Institutes of the Arts, Amsterdam, The Netherlands; Create, Dublin, Ireland.

More info at www.academyofparticipation.org

Living in Diversity

image001

Monday 2 May 2016, 20 hrs
Location: Spui 25 , Amsterdam

Living in Diversity

A lecture by Kenan Malik

 

Over the past century, mass immigration has transformed European societies. Over the past year the migration crisis has threatened to tear the European Union apart. Both the mass migration of the past century and the migration crisis of today raise profound questions about what it means to be European and about what constitutes European values. They raise also profound questions about the relationship between difference and commonalities in a modern, liberal society. How is it possible, if at all, to make societies more inclusive, and accept different conceptions of the good, while also establishing a strong common moral framework? In this talk Kenan Malik asks what it means, both for social policy and individual action, to live in diversity.

The lecture will be followed by a panel discussion with representatives of Castrum Peregrini’s board of recommendation Avraham (Avrum) Burg, author and former Speaker of the Israeli Knesset and Marjan Schwegman, historian and former director NIOD, Institute for War, Holocaust and Genocide Studies.

The evening is organised on the occasion of the launch of the Gisèle House, where past and present courageous people of civil engagement in art and culture will be commemorated and that wants to contribute to a more inclusive society.

Location: Spui 25 , Amsterdam

entrance: € 8,50
students / reduced: € 5,-
jaarvrienden Castrum Peregrini: free entrance

BOOK YOUR TICKET HERE

Activities since 2011


2011 We Are Alle Fanatics!
A series of events and publication on the phenomenon of group fanaticism.

2012 In me the Paradox of Liberty
A series of events and publication on the meaning of freedom today

2013 My Friend. My Enemy. My Society.
A series of events and publications on the meaning of friendship in society

2014/2015 Memory Machine – We Are What We Remember
A series of exhibitions, events and publications on cultural memory and the relation with identity

 

Openingsevening 25 april 2013, with Peter Sloterdijk, Merel de Groot, Abdelkader Benali, Jeroen van Kan, Ed Spanjaard en Henk Neven. Foto Simon Bosch.

Exhibitions

.
Aura (2009)
Curated by Michiel van Iersel; With works of Susanne Kriemann, Alexandra Leykauf, John Kleckner, Chris Kabel, Simon van Keulen, Gisèle, Max Beckmann, Jan Toorop en Walter Benjamin.

Networking Books (2010)
Mapping a creative network and creating a temporary canon in the library of Castrum Peregrini.

Matter of Monument (2011)
Curated by Saskia van Stein and Huib Haye van der Werf. With works of Michiel Schuurman, Bas de Wit, Inti Hernandez, Simon Bosch, e.a.

You Are All Individuals (2011)
Curated by Nina Folkersma as part of the series We Are Alle Fanatics! With works of Yael Bartana, Daya Cahen, Köken Ergun, Enrique Marty, Daniel Svarre.

Paradox of Liberty (2012)
Curated by Paco Barragan as part of the series In me the paradox of liberty. With works of Erika Harrsch, Majeed Beenteha, Eugenio Merino, Erwin Olaf, Terry Rodgers, Siri Hermansen, Gordon Cheung, Alex Rodríguez, Piers Secunda, Andrés Serrano, Eli Cortiñas, Yvette Mattern.

[s]elected (2012)
Noninees of the Gerrit Rietveld Academie Award: Lukas Hoffmann, Sara Glahn, Laura Pappa, Anna Navndrup, Marieke Berghuis, Elisabeth Leerssen, Christopher Holloran, Jacob Gallant Raeder, Leanie van der Vyver

Now and Then. Between Layers of Memory(2012)
Work of Iosif Kiraly curated by Maria Rus Bojan.

Shapeshifting (2013)
Curated by Maria Barnas and Danila Cahen as part of the series My Friend. My Enemy. My Society. With works of Maria Barnas, Daya Cahen, Dina Danish, Alfredo Jaar, Simon van Keulen, Alon Levin, Aernout Mik, Willem de Rooij, Rob Schröder, Jan Svankmajer, Jasmijn Visser, Felix Weigand.

In Search of lost Time (2014) A group exhibition of visual dairies as part of Memory Machine curated by Ronit Eden with works of: Adrian Melis CUES, Armando NLDE, Donna Kuhn US, Emma Rendel SE, Gigi Scaria IN, HF van Steensel NL, Ilya Rabinovich MDNL, Jakob Roepke DE, Nan Goldin USFR, Peter Goldschmidt DENL, Raed Yassin LB, Ronit Porat IL, Servet Kocyigit TRNL, Yuri Rosmani NL

Family Affair (2015)
Curated by Galia Gur Zeev as part of the series Memory Machine With Reli and Avner Avrahami

Exclude/Include. Alternate Histories (2015) Curated by Vincent van Velzen.


IMG_3336

Kenan Malik – ‘Living In Diversity’

Monday 2 May 2016

Kenan Malik ‘s lecture ‘Living In Diversity’ at Castrum Peregrini was organised on the occasion of the launch of the Gisèle House, where past and present courageous people of civil engagement in art and culture will be commemorated and that wants to contribute to a more inclusive society.

The lecture was followed by a panel discussion with representatives of Castrum Peregrini’s board of recommendation Avraham Burg, author and former Speaker of the Israeli Knesset and Marjan Schwegman, historian and former director NIOD, Institute for War, Holocaust and Genocide Studies

Find here the text of the lecture of Kenan Malik 

pictures: Maarten Nauw

Living in Diversity 08 online Living in Diversity 09 online Living in Diversity 19 online Living in Diversity 20 online Living in Diversity 25 online Living in Diversity 27 online Living in Diversity 29 online Living in Diversity 30 online Living in Diversity 31 online Living in Diversity 39 online Living in Diversity 41 online Living in Diversity 43 online Living in Diversity 48 online Living in Diversity 52 online Living in Diversity 54 online Living in Diversity 56 online Living in Diversity 58 online

Claartje Wesselink – NL kunstenaars en Kultuurkamer

lezing

Claartje Wesselink: Claartje W

Kunst, oorlog en

herinnering

Nederlandse beeldend kunstenaars

en de Tweede Wereldoorlog

3 maart 2016, 20 uur

De Duitse bezetting van Nederland had voor het kunstenaarsberoep drastische gevolgen – meer dan voor veel andere beroepen. Kunstenaars moesten zich inschrijven bij de Kultuurkamer en een ariërverklaring tekenen. Hun werk moest in dienst staan van de nationaalsocialistische maatschappij. In deze lezing vertelt Claartje Wesselink over de keuzes waar beeldend kunstenaars voor kwamen te staan tijdens de bezetting, en hun reacties daarop. Ook gaat ze in op de kunstwereld na de bevrijding. Welke rol speelde de herinnering aan ‘goed’ en ‘fout’ in een tijd waarin Nederland ook op artistiek gebied naar nieuwe wegen zocht?

Claartje Wesselink studeerde Engels en filosofie in Amsterdam en Berlijn. Ze promoveerde in 2014 op het proefschrift Kunstenaars van de Kultuurkamer. Geschiedenis en herinnering. Ze is docent Cultuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar kunst en kunstenaars in en rond de Tweede Wereldoorlog in Nederland. RSVP productie@castrumperegrini.nl

KULTUURKAMER_VP_CWLees hier alvast een bespreking van Claartje Wesselinks boek door Lars Ebert in Onderzoek Uitgelicht.

Europa Doen II

Europa Salons

Europa Doen II

Donderdag 10 december, 16 uur

Met de focus op het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie, dat Nederland voorjaar 2016. Hoe ziet de politieke en de culturele agenda eruit? Vooruitblik op diverse culturele initiatieven in het kader van het voorzitterschap: Re:Thinking Europe, Forum on European Culture (1, 2, 3 juni 2016), cultureel festival Europe by People, conferenties voor de erfgoed en audiovisuele sector.

Toegang is vrij, RSVP Europa Doen II per Email:  M.Zeef@dutchculture.nl

Europa Salons is een serie van Castrum Peregrini in samenwerking met de Creative Europe Desk /  Dutch Culture. Lees hier meer.

Bas Heijne & Diana Pinto – Identity Politics II.

Europa Salons

Europa Denken

dinsdag 10 november, 20uur

Bas Heijne en Diana Pinto

BasHeijneDianaPinto

Identity Politics II Bas Heijne bespreekt zijn tekst ‘Een idee van de mens’ en gaat dan in gesprek met Diana Pinto. Zijn tekst is gepubliceerd in onze gezamenlijke serie in De Gids De Geheugenmachine in nr 2015/5 en zie De Gids online:

Engelstalig, toegang: € 7,50 – Studenten: € 5,- en jaarvrienden gratis. Wees verzekerd van je stoel: RSVP productie@castrumperegrini.nl

Diana Pinto (1949) is historica en schrijver. Ze studeerde aan Harvard en specialiseerde zich met haar promotieonderzoek in de hedendaagse Europese geschiedenis. Ze heeft vele artikelen geschreven over trans-Atlantische kwesties, Franse en Italiaanse politiek, en Europese zaken. Bas Heijne (1960) is schrijver, interviewer en columnist. Heijne is sinds 1991 als essayist verbonden aan NRC Handelsblad, waarvoor hij sinds 2001 ook iedere week een column schrijft. in 2005 ontving hij voor een verzameling van die columns de Henriette Roland Holst-prijs.

Europa Salons is een serie voor cultuurmakers over de Europese dimensie in hun werk. De dominante politieke visie in Nederland en Europa is binnen twee decennia verschoven van het sociale- naar het identiteitsperspectief. Europese maatschappijen die hun politieke basis vonden in solidariteit, opwaartse mobiliteit, gelijkheidsgedachte en maakbaarheid, zijn gaandeweg getransformeerd tot maatschappijen waarin identiteitspolitiek deze rollen heeft overgenomen. Solidariteit is vervangen door identificatie met de eigen nationale, culturele, religieuze, generationele of etnische groep. Het primaat van de eigen verantwoordelijkheid van het neoliberale gedachtengoed blijkt wonderwel te passen binnen deze paradigmawisseling.

Europa Doen I

Europees cultuurbeleid ter

inspiratie voor uw

kunstenplan

dinsdag 10 november, 16uur

Met een inleiding van Klaartje Bult van de Creative Europe Desk die in grote lijnen het Europees cultuurbeleid toelicht. Daarnaast delen een aantal sprekers van Nederlandse organisaties die succesvol zijn in Europa hun ambities op de langere termijn, ditmaal met:  Tanja Mlaker, zakelijk manager van De Nationale Opera, Kristin de Groot, artistiek en algemeen directeur van Dansateliers en Annick Kleizen coördinator van If I Can’t Dance I Don’t Want To Be Part Of Your Revolution. Lees hier meer.

Een nieuwe serie georganiseerd met Creative Europe Desk / Dutch Culture.  Toegang vrij, RSVP met een email naar Klaartje Bult k.bult@creativeeuropedesk.nl

n8 2015 Gisèles Atelier. A Still life.

Museumnacht AmsterdamAmie Nina Maria Claartje

Gisele’s Atelier.

A still life.

7 November 2015, 19-02 uur

with curators Nina Folkersma and Maria Rus Bojan, art historian Claartje Wesselink and artist Amie Dicke.  Including guided tour to Gisèle’s studio – do not miss it, hope to see you all.

Tickets only via de site of Museumnacht Amsterdam.

SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC

 

Sweep – brieven aan Hannah Arendt…

Performance

SWEEP

– Brieven aan Hannah Arendt

en Tristan

Donderdag 22 Oktober, 20uur

sweepperfo

Voor de performance SWEEP werkt conceptueel kunstenaar en filosoof Tine Wilde samen met Loes van der Pligt artistiek directeur Mime van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. SWEEP is onderdeel van project Sweep waarin de rol van schuld en schaamte in zelfkennis wordt onderzocht. Toegang vrij, RSVP: message@tinewilde.com Allerliefste Hannah …. In een 60 minuten durende performance reageren drie mimespelers  op stiltes, fluisteringen, akkoorden, dissonanten en twee fictieve brieven. De gevoelsbewegingen zijn niet uitvoerig geoefend, maar komen vooral spontaan tot stand. In hoeverre betreft het hier een maakproces, constructies van (culturele) conditioneringen of uitdrukkingen van een falen? klik hier voor meer informatie.

 

Tussen Zwerven en Wonen

performance / symposium

TUSSEN ZWERVEN EN

WONEN

zondag 18 Oktober, 14uur

symposium_a5bbb

We draaien de sleutel achteloos in het slot van onze voordeur, we zijn binnen. Blindelings lopen we door de gang naar de kamer en drukken in het voorbijgaan met onze ellenboog de lichtschakelaar om. Om de inrichting heen zijn onze gewoontes gegroeid. Maar wat is het huis nog meer behalve een serie navigatiepunten? Welke invloed heeft deze plek op wie we zijn, hoe we naar de buitenwereld kijken en ons daar bewegen? In Tussen zwerven en wonen kijken we naar het huis in relatie tot onze identiteit. Sprekers met verschillende achtergronden belichten het thema vanuit artistieke, filosofische en politieke invalshoeken.

Met: René Boer, Marian Donner, Absaline Hehakaya, Thijs Kleinpaste, Hristina Tasheva en Henk van der Waal.   Samenstelling door Caroline Ruijgrok en Bernke Zandvoort, beiden schrijver en beeldend kunstenaar. In een performance maken zij met tekst en beeld de woonlagen van Castrum Peregrini voelbaar, en verbinden daarmee deze bijzondere plek met de sprekers en het thema.

Toegang symposium: € 8,- Wees verzekerd van je plek RSVP: hello@objectobserver.org

Dit Symposium behoort tot het project Object – Observer van Stichting Trebelsee en bouwt voort op de zomer 2015 tentoonstelling Something Thrown In The Way Of The Observer in Het Van Loon Museum, lees hier de recensie in Metropolis M. en de bijbehorende publicatie Hoe de dingen ons bewegen [december 2015].

SELECTED 2015

Exhibition

SELECTED 2015Beeldmerk

2-16 October 2015

Vernissage Friday 2 October, 17hrs Open Tuesday – Sunday 14-18 hrs

Gerrit Rietveld Academie Awards. With: Juan De Porras-Isla & Wouter Paijmans (Fine Arts), Ticho Brouwers (Fine Arts), Mie Frederikke Fischer Christensen & Margaux Parillaud (VAV), Sophie Hardeman (Fashion), Laura Klinkenberg (Jewellery), Émilie Ferrat & François Girard-Meunier (Graphic Design), Marko Bakovic (designLAB),Baha Görkem Yalim (VAV (Audiovisual), Florian Mauersberger (VAV (Audiovisual), Celina Yavelow (Graphic Design).

klik hier  voor foto’s van de zondag SALON:

Silent Heroes, Invisible Networks

Symposium

Silent Heroes,

Invisible Networks

13 October 2015, 20 hrs

With Marjan Schwegman (director NIOD), Nienke Venema (director St. Democratie en Media) and Avraham Burg (author, former speaker of the Knesset). Entree 7,50 euro; studenten 5 euro; jaarvrienden vrij – wees verzekerd van je plek, RSVP: productie@castrumperegrini.nl

An evening about the role of helpers and rescuers during WWII. What is their representation today and could they be role models for an engaged civil society?  With a focus on brave people during WWII, how they can inspire us today and the necessary mind shift to support an engaged civil society. The way we remember collectively determines the way we identify ourselves today: we are what we remember. First the three panelists will open their conversation by each giving a statement from their own expertises: Marjan Schwegman will set out the historic context, Avraham Burg will focus on the political perspective and Nienke Venema will bring in the perspective of today’s civil society. The public will be invited to ask questions and enter the conversation.

SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC

a non-Western perspective on memory & identity

Dance and lecture

Memory and Identity:

a non-Western perspective

29 september 2015, 20 hrs

Een lezing van Gerard Mosterd en twee choreografieën van Jacques van Meel uitgevoerd door de dansers  Rahul Bhat (New Delhi) en Kofi Antonio (Accra / Ghana). Met aansluitend (Engels gesproken) gesprek tussen Gerard Mosterd, de dansers en het publiek. Entree 7,50 euro; studenten 5 euro; jaarvrienden vrij – wees verzekerd van je plek, RSVP: productie@castrumperegrini.nl

beweging geheugen lichaam 29 sept2015

Gerard schrijft over zijn lezing: “Als mens en als kunstenaar is mijn identiteit sterk gevormd door mijn culturele erfenis. Als 2e generatie Indische immigrantenkind schep ik theatervoorstellingen die elke keer weer,  als een soort psychotherapeutisch proces pogen om nieuwe facetten omtrent mijn culturele identiteit (en die van lotgenoten) naar boven te brengen. Facetten betreffende het bestaan tussen twee verschillende culturele identiteiten, gepersonifieerd door mijn vaders en moeders geschiedenis en culturen. Daar ik hier fysiek en psychologisch het resultaat van ben en de twee werelden als onverenigbaar heb ervaren, ervaar ik het als mijn persoonlijke opdracht om beide werelden met elkaar te verbinden middels denken en het maken van fenomenologisch geconstrueerde voorstellingen. Met deze lezing wil ik het publiek inzicht geven in mijn drijfveren en methode om tot betekenisvol materiaal te komen waarin het geheugen en identiteit belangrijke factoren zijn”. Programma i.s.m. Roosendaal Danst.

stories from Aleppo – Issa Touma

Exhibition

Women We Have Not Lost Yet –

& other stories from Aleppo

Issa Touma

12 – 27 September 2015

DSCN2082 copy

Issa Touma

Open daily 11 – 18 hrs Woman We Have Not Lost Yet tells the stories of those who lived  through the crisis in Syria. On 26 April 2015, the radical Islamic opposition announced the ‘Great Attack’ on Aleppo. Young people from various ethnicities and religions, former participants of Art Camping, gathered in Le Pont gallery. In this artistic and intellectual safe haven, created by photographer and organiser Issa Touma, they could find comfort in each other. A co-operation between Paradox and Castrum Peregrini. The exhibition is part of the progamme of Unseen Photo Fair Amsterdam. See also www.paradox.nl/aleppo  

Brief aan een oude liberaal

De Brief aan een oude liberaal  van Merijn Oudenampsen werd door hem voorgedragen bij de eerste aflevering van de serie Europa Salons als repliek op Stephan Sanders Brief aan een oude Marxist.

 

U bent met zovelen, dat deze brief weinig persoonlijks heeft. Ik zie u als een ideaaltype, een representant van uw generatie, van het Nederlandse intellectuele leven, waar liberalen zo oververtegenwoordigd zijn, dat men vaak meent het rijk alleen te hebben. “Iedereen behalve Jan Marijnissen van de SP denkt tegenwoordig liberaal,” stelde Bolkestein eens. U weet dat Marijnissen binnenkort met pensioen gaat.

De overvloedigheid van u en de uwen leidt u soms tot vertwijfeling. Identiteiten zijn tenslotte relationeel: het contrastbeeld van de Ander is noodzakelijk om de contouren van het Zelf te bepalen. Vandaar dat veel van uw soortgenoten een opvallende heimwee koesteren naar de tijd van de Koude Oorlog, naar wat Karel van het Reve eens het geloof der kameraden heeft genoemd. Het liberale ideaal van het vrije individu had in die tijd nog iets verhevens, een principe waarvoor gevochten moest worden, gezien de dreiging die uitging van de Sovjet-Unie. Nu winkelt ieder zijn eigen individuele levensstijl bij elkaar, zonder dat er daadwerkelijk iets op het spel staat.

De ingesleten posities uit het Koude Oorlogsverleden bepalen nog steeds het denken van uw generatie. Soms lijkt het alsof de tijd voor u heeft stilgestaan. In een interview een tijdje terug, werd ik door een Volkskrant-redacteur de vraag voorgelegd, wat ik als links persoon dan wel van de Cuba-kwestie vond. Werkelijk waar, de Cuba kwestie. Hij had me net zo goed kunnen vragen over de Vietnam-oorlog.

Soms krijg ik het gevoel in de film Good Bye, Lenin! te zijn aanbeland, de bekende film waarin Alexander, een jongere van mijn generatie, angstvallig probeert het wereldbeeld van die tijd te reconstrueren voor zijn mentaal fragiele moeder die net uit een coma is ontwaakt. Eenzelfde gevoel krijg ik bij het lezen van uw koddige Vrij Nederland-stukjes over Marx, geschreven in de hoopvolle verwachting dat er nog iemand ter linkerzijde is die er aanstoot aan neemt. Alsof de koude oorlog niet allang voorbij is.

Ik zou graag de rol van Alexander op me nemen en de oude marxist voor u spelen. Deze oude geest die u blijft oproepen, in een spiritistische seance die u blijft herhalen. Ik verstop me ergens achter een zuil, en spreek tot u, in zinnen vol oudbakken marxistische terminologie.

Het kan zijn dat ik de geijkte persoon ben voor een dergelijk rollenspel. Mijn ouders zaten vroeger bij de Communistische Partij, zoals vele anderen uit de Amsterdamse studentenbeweging. Ze vertelden me eens, niet zonder zelfspot, hoe ze naar de NDSM scheepswerf gingen om daar op de arbeiders in te praten. Arbeiders die overigens weinig moesten hebben van die belerende studenten.

Het enige wat ik u kan zeggen, is dat de communisten van toen niet reikten naar het communistische ideaal, zoals Marx zich dat ooit had voorgesteld. In de Duitse ideologie schreef Marx over het communisme als de vrijheid om naar believen ‘s ochtends te jagen, ’s middags te vissen, ’s avonds veeteelt te bedrijven en na het eten de kritiek te beoefenen, zonder ooit jager, visser, herder of criticus te worden.’

Het ideaal van de CPN was veel bescheidener: de identiteit van de arbeidersklasse viel samen met het politieke ideaalbeeld. Zozeer zelfs dat telgen uit gegoede geslachten, neem Paul Rosenmöller, het revolutionaire ideaal trachten te benaderen door als dokwerker aan de slag te gaan. Dit arbeiderisme ging samen met een stevig anti-intellectualisme. De overgrote meerderheid van mijn ouders generatie heeft Marx enkel oppervlakkig gelezen of begrepen. Ik kwam niet verder dan de introductie, hoor je wel eens bij een verjaardagspartijtje, met een apart soort trots, die generatie eigen.

Het marxisme heeft in Nederland nooit een voet aan de grond gekregen. De intellectuele ontwikkelingen sindsdien zijn eveneens grotendeels aan Nederland voorbij gegaan. De zogenaamde post-marxisten als Laclau, Mouffe, Hall, Balibar, Rancière, Saïd, Derrida, Butler en Spivak, hebben in Nederland geen gehoor gevonden of zijn zeer vijandig ontvangen. De dijken die ons beschutten tegen de denkbeelden en stromingen van buiten, worden goed onderhouden. Wie iets wil weten over hoe men op links over identiteit en universalisme denkt, moet over de dijken heen kijken en zich bij de genoemde denkers vervoegen. Onze generatie is die van het voorvoegsel: post-marxistisch, post-structuralistisch, post-koloniaal, post-keynesiaans, post-punk en post-rock.

Ik denk dat wij elkaar kunnen vinden wat betreft een gedeelde afkeer van gemakzuchtig universalisme en essentialisme. Wij delen een idee over identiteit als een verhalende zoektocht, als spanningsveld en knutselwerk. Het is een accent dat u legt in uw kritiek op identiteitspolitiek, waar ik mij aan stoor. U schrijft in Vrij Nederland: “Alle slogans die door emancipatiebewegingen zijn beproefd om ‘het bewustzijn te veranderen’ betekenden meteen ook nieuwe gevangenissen waarin mensen opgesloten werden.”

Maar de gevangenis in dit geval is niet de zwarte identiteit, het is de ongelijkheid en segregatie in de samenleving, waar de zwarte identiteitspolitiek juist een reactie op is. Een slogan als Black power! is geen gevangenis maar een breekijzer, een ontsnappingspoging. U verwart oorzaak en gevolg. U schrijft in Vrij Nederland dat u die identiteitspolitiek saai, en esthetisch onbevredigend vindt. Dat komt een beetje elitair over. Verheven op de troon van uw individualiteit, kijkt u neer op de massa’s, gehecht als ze zijn aan hun stamverbanden. U hoeft natuurlijk geen groepen te vormen, energieën samen te brengen, of emancipatie te bewerkstelligen omdat u als individu in wezen al satisfait bent. Het bestaan van ongelijkheid in de samenleving, het bestaan van de Ander, de minderheden, de moslims, die niet aan de bak komen, is het gevolg van het feit dat zij zich vastklinken aan hun gemeenschap. Ja, zo kan ik het ook.

Laten we niet uit het oog verliezen dat de belangrijkste identiteitspolitiek van vandaag de dag een rechtse signatuur heeft. De neoconservatief Samuel Huntington schreef in de jaren negentig over de botsing der beschavingen. Het is het nieuwe rode boekje voor Europees rechts. Huntington stelde dat de vijand uit de koude oorlog verdwenen was. Hij adviseerde elites een nieuwe vijandsbeeld te construeren op basis van religieuze identiteit: de Islam. Het beroep op de superioriteit van de Westerse beschaving, op de Westerse normen en waarden is eenzelfde vorm van identiteitspolitiek, waardoor de witte bevolking zich kan verheffen boven de gekleurde medemens. Figuren als Fortuyn, Wilders, Bolkestein, Cliteur en Hirsi Ali zijn de grote voorgangers van deze nieuwe identiteitspolitiek. Het zijn identiteiten die veelal niet als identiteiten worden gezien, omdat ze, om maar een marxistische term te gebruiken, hegemonisch zijn.

Er is een historische ironie in deze ontwikkeling te bespeuren die u vast zal interesseren. Vroeger was het de relativerende liberaal die zich geconfronteerd zag met de doctrinaire marxist. Nu zijn de rollen omgedraaid. De eerder genoemde linkse denkers putten zich uit in nuances over identiteit en universalisme: alles is contingent, hybride en continu in aanbouw. Het zijn uw collega-liberalen als Cliteur, Hirsi Ali en Bolkestein, die doctrinair hameren op identiteit en universalisme. Maar daar hoor ik u vreemd genoeg nooit over.

Zeg me eens, oude liberaal, bent u in staat om af te dalen vanuit uw Olympische hoogte?

 

SONY DSC SONY DSC SONY DSC SONY DSC

Europa Salons – Identity Politics I

Europa Salons

Dinsdag 15 september, 20uur

Identity Politics I

met columnist, presentator en essayist Stephan Sanders en Merijn Oudenampsen socioloog en publicist.

Toegang vrij, rsvp productie@castrumperegrini.nl

.

150831_CP_uitnodiging_Europa_Salons_DEFDit is de 1e aflevering in de serie EUROPA SALONS voor cultuurmakers over de Europese dimensie in hun werk.  De reeks komt tot stand in samenwerking met Dutch Culture.

Stephan Sanders leest een ‘Brief aan een oude marxist’ – de tekst staat hieronder en is gepubliceerd in De Gids 2015/4 in de reeks De geheugenmachine . Vervolgens gaat Stephan Sanders in gesprek met Merijn Oudenampsen. Het publiek wordt uitgenodigd mee te praten.

 

 

Brief aan een oude marxist.

Ik mag  U onder geen beding U noemen, dat weet ik nog. Misschien ben je inmiddels wel overleden, je had er de leeftijd voor. Hoe dan ook: marxist zal je nog steeds zijn.

Ergens rond het begin van de jaren ’90 raakten we in gesprek- in ieder geval na de val van de Muur, toen ook het laatste restje voordeel van de twijfel was weggesmolten, waarop ‘het reëel bestaande socialisme’ zolang aanspraak had gemaakt. Ik doopte je terplekke ‘de oude marxist’. Dat was toen een tautologie, want Europese marxisten waren per definitie oud en gedesillusioneerd. Je was gelukkig niet van het academische, maar van de self made soort. Van de zelfverheffing. Die kan ik hebben. Tegenwoordig zijn er weer jonge wilde denkers die het communistische lijk tot leven willen wekken, nu met een nog beter beveiligde handleiding, maar jij was old school. Je begon na afloop van een praatje dat ik had gehouden vriendschappelijk tegen me aan te mopperen over wat  je ‘de totale versplintering van de politieke beweging’ noemde. Ik luisterde en jij beleerde, want dat doen marxisten. Jouw ideeëngoed betrof een wetenschap, het was niet zomaar een analyse, en moest je nu eens zien hoe Links zichzelf de das om deed door speciaal op te komen voor vrouwen, en dan vooral voor lesbische vrouwen, en in het bijzonder voor zwarte lesbische vrouwen… . Hoe kon er nu ooit sprake zijn van een gedeelde politieke strijd? Fragmentatie, dat werkte het in de hand, een kleine factie die een nog weer kleinere factie onder vuur nam. En wie was de lachende derde? Juist meneer,de gevestigde macht.

Jouw kritiek sloot in het geheel niet aan op wat ik daarnet in mijn praatje had beweerd, jouw vragen waren retorisch maar de vertrouwelijkheid was echt.

Ik vond je een aardige man, gewoon, op het eerste gezicht. En ik deelde stiekem ook je vrees, dat er van het Algemene of het Universele, zoals ik het toen al liever noemde verdomd weinig over zou blijven, wanneer iedereen zich zou storten op zijn of haar exclusieve identiteit, en de politiek verdeeld zou worden volgens de keurig voorgeschreven stamverbanden van ras, etniciteit, religie, nationaliteit, sekse, seksualiteit, lichamelijke beperkingen en ga zo het hele rijtje maar af. Ik zei ter bemoediging zoiets als: ‘Er dreigt een staartdeling zonder einde’ en jij vond dat een mooie, desastreuze samenvatting. Het moet je hang naar het apocalyptische zijn geweest, die ook onder religieuzen bekend is.

Later bedacht ik dat  jou als marxist toch ook iets te verwijten viel; want die ‘algemene strijd’ was natuurlijk die van de ‘proletariërs’ of ‘arbeiders aller landen’, maar met de introductie van het zogenoemde ‘klassenbewustzijn’ hadden jouw ideologische voorgangers de wereld toch ooit ook opgezadeld met een nieuwe ‘identiteit’ En nu de vrouwen, de homo’s, de postkolonialen, de gehandicapten, de migranten en de moslims een eeuw later hetzelfde kunstje flikten, waren het ineens scheurmakers. Dreigde er ‘’factievorming’ -om binnen jouw gestaalde vocabulaire te blijven (wie spreekt het tegenwoordig nog?).

Hoe weet ik niet meer, maar op de een of andere manier kwamen we te spreken over Martin Luther King en de Amerikaanse burgerrechtenbeweging: Kijk, dat was andere soep, vond jij, en ik kon het tot mijn  opluchting nu eens helemaal met je eens zijn. Ook in een levend, niet voor het publiek bestemd gesprek vermijd ik bij voorkeur ‘factievorming’. Het is de pleaser in mij.

Dit vonden we beiden zo indrukwekkend: dat die Amerikaanse burgerrechtenbeweging,  op haar hoogtepunt in de jaren ’50 en ’60, zichzelf  geen ‘zwarte beweging’ noemde, maar opkwam voor gelijke burgerrechten voor alle Amerikanen, ongeacht kleur of afkomst. Wat mij nog steeds zo treft aan die zwarte en gekleurde en ook blanke activisten van toen, is de moed waarmee ze de raciale ongelijkheid en het ronduit racistische onrecht bestreden, zonder het algemene uit het oog te verliezen, zonder zich op te sluiten in een eigen ‘zwarte identiteit’, die opnieuw uitverkorenen en buitenstaanders zou creëren. Later hebben zwarte nationalisten, black power en de black muslims die gooi naar het ‘algemene’ of ‘universele’ resoluut afgewezen, en de Droom van Martin Luther King afgedaan als een praatje van de laatste Uncle Tom – een gotspe vonden we allebei.

Jij zei heetgebakerd: ‘En dat die zogenaamde radicale zwarten dan uitgerekend de Islam kiezen als toevluchtsoord. De godsdienst waarbinnen de slavernij tot op de dag van vandaag nog gewoon bestaat. De mos-lim i-den-ti-teit’ – je spuwde het begrip uit als een bedorven vrucht.

Toen, tijdens ons gesprek legde ik er de nadruk op dat wat nu ‘identiteitspolitiek’  heet, vooral een linkse aangelegenheid was. Onzin, vond jij, want religie, afkomst, stand en later nationaliteit – dat waren toch altijd de wapens van Rechts geweest? Links was links en rechts was rechts voor jou- geen vergelijk mogelijk. Ik knikte afwezig, want wilde de gemoedelijkheid die er tussen ons was ontstaan niet verbreken. En toen zei je iets dat me altijd is bijgebleven, zo treffend vond ik dat: ‘Kijk, ik ben op jonge leeftijd communist geworden, en dat betekent dat ik als persoon moet reiken naar het communistische ideaal. Maar al die vrouwen en zwarten en homo’s (je keek me uitdagend aan) – die vallen vanzelf helemaal samen met hun politieke ideaalbeeld. Ja, zo kan ik het ook. Dat is toch veel te gemakzuchtig.’

Ik heb steeds meer een hekel gekregen aan het begrip ‘identiteit’. Je denkt meteen aan ‘processen’ en een vervelend soort sociologie. Mensen fabriceren een verhaal over zichzelf: het Zelf verhaal. Tegelijkertijd worden er door derden verhalen over ons verteld: het Zij-verhaal. Al die verhalen zijn aanscherpingen van een gemakzuchtig soort ‘universalisme’ dat de eenheid uitroept zonder eerst diepgaand de menselijke verschillen te willen onderzoeken. Die particuliere verhalen zijn nodig, om het idee van  ‘de mens’ , ‘de burger’ of ‘het volk’ steeds ruimer te maken, steeds inclusiever. Nee, we zijn niet per decreet broeders en zusters. Eerst zien wat ons scheidt, dan wat ons toch nog bindt.

Verhalen veranderen, zoals ook de homo, de vrouw, de hetero, de Europese moslim en christen, de Afro Amerikaan en de Euro-migrant steeds nieuwe gedaanten hebben aangenomen. Al vertellend zijn we op zoek naar een nieuw ‘wij’, waarvan het einde steeds maar niet in zicht wil komen. Die queeste is cruciaal, en niet de identiteit, als knusse, zelfgebouwde gevangenis. Steeds weer elkaar lastig vallen met die verhalen, die schuren en botsen en soms heel even rijmen. Dat is het project van de ‘vermenselijking van de mens’, waarin identiteit en universaliteit hand in hand gaan.

Wat dunkt jou, oude marxist. Ben je in staat te antwoorden?

En je had gelijk: ook niet-marxisten kunnen behoorlijk beleren, q.e.d.

Stephan Sanders.

 

SONY DSC SONY DSC

N.E.S.#3 Pierre Bismuth & Ives Ensemble

Concert / exhibition

NEW EARS SALON

Zondag 6 september 15 – 18:30uur

met Pierre Bismuth

NES logoDe 3e editie van deze samenwerking tussen castrum Peregrini en het Ives Ensemble. Ditmaal staat beeldend kunstenaar Pierre Bismuth centraal. De in Frankrijk geboren Bismuth is een van belangrijkste conceptuele kunstenaars van dit moment. Zijn werk vormt een technisch en esthetisch consistent oeuvre met ondermeer films (in 2004 won hij een Oscar voor best original screenplay voor de film The Eternal Sunshine of the Spotless Mind), installaties, foto’s en video’s. In samenwerking met John Snijders, artistiek leider van het Ives Ensembleis Bismuth bezig met een project waarin gesproken woord omgezet wordt in muziek. Voor meer informatie: 06 27078042, reserveer tijdig uw toegangskaarten p.p. € 35,- (incl. hapjes & drankjes) via Email: info@ives-ensemble.nl

Memory Machine II – update

Beste vrienden

van Castrum Peregrini,

.
140906_CP_beeldmerk_Memory_Machine_met_naam_en_ondertitel_altEen spannend jaar ligt achter ons, met een rijk programma over collectief geheugen, Europese projecten zoals Silent Heroes, artistiek onderzoek van Amie Dicke en natuurlijk onze continue queeste naar de juiste omgang met erfgoed in het licht van prangende maatschappelijke vragen van vandaag. Hierbij blijven onze kernwaarden vrijheid, vriendschap en cultuur, die voortkomen uit Castrum Peregrini’s onderduikverleden, van onschatbare waarde.

Het programma bouwt vanaf september 2015 voort op deze uitkomsten, door inhoudelijke lijnen ver

der te ontwikkelen en nieuwe thema’s op het gebied van collectief geheugen en identiteit op de kaart te zetten. Deze thema’s worden verder ontwikkeld door het verkennen van identiteitspolitiek in een reeks van lezingen, debatten en artistieke programma’s. In samenwerking met Dutch Culture/Creative Europe Desk beginnen we dit najaar de Europa Salons, waarin de verhouding Nederland-Europa verkend wordt vanuit een cultuursociologisch invalshoek en als onontkoombare realiteit voor het culturele veld.

Vanaf februari 2016 gaat Castrum Peregrini met twee achtereenvolgende tentoonstellingen het themaveld Geheugen en Media op de kaart zetten (gecurateerd door Radna Rumping en Paco Barragan). Deze tentoonstellingen worden begeleid door een reeks lezingen, gesprekken en radioprogramma’s.

486A0760Castrum Peregrini zal in het komende seizoen voor het eerst gebruik maken van het atelier van haar oprichtster Gisèle. Door de samenwerking met kunstenaar Amie Dicke is de laatste jaren een visie ontstaan op het omgaan met historisch erfgoed, op basis waarvan het atelier stapsgewijs ontsloten kan worden om vanaf november 2015 als publieksruimte te dienen. Dit grijpt Castrum Peregrini aan om de relatie tussen ruimte, object en herinnering in haar programma verder te verkennen.

De galerieruimte op de begane grond wordt vanaf september ingericht als co-working space voor makers uit ons creatief netwerk. Hierover hoor je spoedig meer.

AMB_3974Castrum Peregrini heeft een Europese project, European Academy of Participation, in samenwerking met het Goethe Institut Lyon, toegekend gekregen. Dit zal haar in staat stellen om aan het lokale programma, dat gestoeld is op erfgoed en hedendaagse kunst, een internationaal aanbod toe te voegen op het gebied van diversiteit en engagement. Ook deze thema’s komen zowel voort uit het verleden van Castrum Peregrini, als de urgente maatschappelijke vraagstukken van vandaag. European Academy of Participation wil theorie en praktijk van omgaan met ‘het ander’ en ‘artistiek engagement’ bij elkaar brengen door middel van denktank meetings en nieuwe educatieve modules die gezamenlijk aangeboden worden door diverse Europese  universiteiten, kunstacademies en culturele instellingen. Castrum Peregrini en Goethe Institut hebben het voortouw genomen voor dit driejarige samenwerkingsprogramma voor 10 instellingen uit 9 Europese landen.

mmmIn mei 2016 zal de volgende uitgave van het inmiddels bekende one-off tijdschrift (Memory Machine II) verschijnen. De distributie zal ook in de volgende editie weer 110 000 lezers bereiken. In De Gids kun je unieke literaire beschouwingen lezen die aan het activiteitenprogramma van Castrum Peregrini gekoppeld zijn.

Castrum Peregrini richt zich met haar netwerk op de doelgroep van de makers, opinieleiders, kunstenaars en intellectuelen die een verschil maken door hun eigen werk. Castrum Peregrini biedt daarmee inspiratie voor nieuw werk en maartschappelijke verandering.

Om uitnodigingen voor evenementen te ontvangen, schrijf een mail naar mail@castrumperegrini.nl

Wij kijken uit je te zien op Herengracht 401.

Frans, Michael, Lars

.

v.l.n.r Frans Damman, Mcihael Defuster, Lars Ebert in Gisèle's salon. Photo by Reli Avrami.

Europa Salons

Een serie voor cultuurmakers over de Europese dimensie in hun werk.

Vanaf September 2015 bij Castrum Peregrini.

De dominante politieke visie in Nederland en Europa is binnen twee decennia verschoven van het sociale- naar het identiteitsperspectief. Europese maatschappijen die hun politieke basis vonden in solidariteit, opwaartse mobiliteit, gelijkheidsgedachte en maakbaarheid, zijn gaandeweg getransformeerd tot maatschappijen waarin identiteitspolitiek deze rollen heeft overgenomen. Solidariteit is vervangen door identificatie met de eigen nationale, culturele, religieuze, generationele of etnische groep. Het primaat van de eigen verantwoordelijkheid van het neoliberale gedachtengoed blijkt wonderwel te passen binnen deze paradigmawisseling.

De Nederlandse en Europese culturele sector heeft als een van de eersten deze omslag aan den lijve ondervonden door de rigoureuze bezuinigingen en de harde eis van de kwantificeerbaarheid van de culturele onderneming. Voor zover ze nog niet is opgegaan in de commerciële mainstream van het amusementswezen, worstelt de sector momenteel met haar rol als zelfstandige commentator op de maatschappij en het mens-zijn. Om de eigen positie binnen deze ontwikkelingen te kunnen bepalen is het bredere Europese perspectief daarbij onontbeerlijk. In de serie Europa Salon nodigen Castrum Peregrini en Dutch Culture u uit om dit aan de hand van afwisselend analyserende en praktijkgerichte gesprekken uit te zoeken.

150831_CP_uitnodiging_Europa_Salons_DEF

 

15 september 20 uur
Identity Politics I

Stephan Sanders leest een ‘Brief aan een oude marxist’ en gaat vervolgens in gesprek met Merijn Oudenampsen. Het publiek wordt uitgenodigd mee te praten. De ‘brief’ wordt gepubliceerd in de zomernummer van De Gids en website van Castrum Peregrini waar ook Merijn Oudenampsen de mogelijkheid heeft te publiceren.

 

20 oktober, 16 uur
Europa Doen I

We need to realise we are Europeans before we belong to  a region or a nation’ Janne Teller

Het nieuwe cultuurstelsel is in aantocht. De culturele en creatieve sector wordt uitgedaagd om na te denken over de komende periode.  Het Europees cultuur beleid wordt toegelicht als inspiratie voor het schrijven van het kunstenplan ( 2017-2020).

 

10 november, 20 uur
Identity Politics II

Bas Heijne speaks about the many manifestations of Identity Politics today. With a respons of Diana Pinto, Paris. The positions shall be published a.o at the website of Castrum Peregrini. Te public is invited to join the conversation online and live.

10 december, 16 uur
Europa Doen II

Nog niet definitief uitgewerkt.

O Muze! – portretten van Gisèle

O Muze!

De Hallen Haarlem Zomerserie

6 juni t/m 30 Augustus 2015

voor deze grote zomertentoonstelling in museum De Hallen Haarlem zijn er drie ‘portretten’ van Gisèle van Waterschoot van der Gracht geselecteerd, van Joep Nicolas, Charlotte van Pallandt en Koos Breukel.

De mooi uitgevoerde, verzorgde catalogus bevatte de onderstaande tekst geschreven door conservator moderne kunst Antoon Erftemeijer  Frans Hals Museum / De Hallen Haarlem:

portret J Nicolas 1935 Foto Arend Velsink

portret J Nicolas 1935 Foto Arend Velsink

GISÈLE VAN WATERSCHOOT VAN DER GRACHT (1912-2013)

Vele kunstenaars hebben haar geportretteerd. De glazenier/schilder Joep Nicolas meermaals, toen zij hem als jonge vrouw in de jaren 1930 assisteerde bij diens glas-in-loodwerken en hem boeide door haar uiterlijk en artistieke talent.1 Dan de Duitse schilder Max Beckman, toen deze tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam ondergedoken zat; hij noemde haar later ‘eine meiner Getreusten’.2 De beeldhouwster Charlotte van Pallandt vereeuwigde haar markante hoofd. En de fotograaf Koos Breukel maakte een serie portretfoto’s van haar toen zij 100 jaar was geworden. Gisèle van Waterschoot van der Gracht – over haar gaat het hier – kon op dat moment terugkijken op een niet alleen lang, maar ook artistiek vruchtbaar en zeer internationaal leven met vele inspirerende contacten.

Zelf inspireerde zij niet alleen mede-kunstenaars tot portretten als de genoemde, en later in haar leven tot een documentaire en zelfs een roman (‘Gisèle’ (2012) van Susan Smit). Ook was zij steun en toeverlaat voor collega’s en anderen die in de Tweede Wereldoorlog bij haar onderdoken of anderszins een beroep op haar deden, onder wie ook schrijvers als Adriaan Roland Holst en Eddy du Perron. Haar eigen beeldende werk is zeer veelzijdig, variërend van schilderijen en ruimtelijke werken tot series wandtapijten en expressieve glas-in-loodramen (Nieuwe Bavo te Haarlem, Begijnhof te Amsterdam, en elders). Kunst maken was voor haar een zoektocht: ‘Het màg niet anders dan moeilijk zijn’, stelde zij zelfs ooit.3 Vernieuwing schuwde zij allerminst, zij het vanuit een besef van afhankelijkheid van het verleden: ‘Als het goed is, begint men waarschijnlijk steeds weer opnieuw, hoewel nooit iets zomaar uit het niets komt. Wat boven de aarde zijn kop uitsteekt, spruit altijd voort uit de zaadkorrel eronder. Tussen wat is en wat was is altijd een samenhang.’4

In het pand Herengracht 401, Gisèles vaste woning en uitvalsbasis sinds 1941, werd door haar, de Duitse dichter Wolfgang Frommel  en anderen in 1950 het eerste nummer van het literaire tijdschrift ‘Castrum Peregrini’ uitgebracht. Daarmee werd de basis gelegd voor een enkele jaren later officieel opgerichte stichting met dezelfde naam en op hetzelfde adres, met een muzische culturele bestemming: uitgeverij van een eigen tijdschrift en boeken, evenementenplek, en ruimte voor exposities en ontmoetingen. Een inspirerende en internationaal gerichte, geëngageerde ‘intellectual playground’ (zoals het centrum zich tegenwoordig noemt5) waarvan Gisèle decennialang beschermvrouwe en drijvende kracht is geweest. [A.E.]

Joep Nicolas (1897-1972)

Portret van Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 1935

Olieverf op doek,102 x 78 cm

Amsterdam, Collectie Castrum Peregrini

Charlotte van Pallandt (1898-1997)

Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 1966

Brons, 56 x 38 x 27 cm

Eelde, Museum De Buitenplaats

Koos Breukel (1962)

Portret van Gisèle van Waterschoot van der Gracht, 2012

Inktjetprint, 60 x 40 cm [incl. lijst]

Amsterdam, particuliere collectie

1 – Twee andere portretten van Gisèle dan het hier gereproduceerde zijn in het bezit van de Roermondse Stichting 1880 (zie Stedelijk Museum Roermond). Zie over de relatie Nicolas-Gisèle o.a. Van der Varst 2014 en Nicolas White 1979. 2 – Smook-Krikke 2012, 47. 3 – Van Waterschoot van der Gracht 1956. 4 – Van Keulen en Van Waterschoot van der Gracht 1979. 5 – Zie verder de website van Castrum Peregrini (www.castrumperegrini.org).

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

catalogus O Muze! De Hallen Haarlem

 

Don’t Mind The Ghosts

Exhibition

Don’t Mind The Ghosts

Around You

AKV St Joost 2015MA Photography AKV│ST. Joost Graduation Exhibition

26 June – 5 July 2015

Opening Friday 26 June, 17 – 20hrs

Aljaz Celarc, Sanne Feenstra, Wim de Leeuw, Hristina Tasheva, Merel Theloesen, Nina Vossen

follow them working on their exhibition on: facebook.com/dmtgay

 

important-souvnirs

Nov 2013- Nov 2015

Een samwenwerking tussen

kunstenares Amie Dicke en Castrum Peregrini.

Amie Dicke: “When I first saw the scribble saying ’DO NOT TOUCH~ I am sorting important souvnirs’ on top of an untouched pile of papers, this message perfectly described my own observations at Castrum Peregrini. The note was one of the many small personal reminders from the studio of artist Gisèle (1912-2013), which she wrote down to organize her daily life in the house she eventually lived in for seventy years. I found more important souvenirs, not only on top of or under her piles, but in the margins of her (hand)writings and on the back of old photos and other images and objects. Even in the unwritten or not used paper, I found a story of the unmade.

The more I visit the house the more I see it extending beyond its own walls. I see patterns and relations. I wonder where the images, the pictures I took, actually have their origin. To what extend do the house and the ‘important souvnirs’ affect my perception? Please follow my ongoing exploration at: http://important-souvnirs.com/.

Thanks to Sander Tiedema, Rafe Copeland, Lorenzo De Rita, Gisèle d’Ailly van Waterschoot van der Gracht, Michael Defuster, Lars Ebert, Frans Damman and the Mondriaan Fund.”

 

NES#2 – Steven Aalders

Concert / exhibition

NEW EARS SALON

met Steven Aalders – deze editie is uitverkocht

NES logoZondag 21 juni 15 – 18:30uur vindt de 2e editie van New Ears Salon in samenwerking met het Ives Ensemble plaats. Ditmaal staat beeldend kunstenaar Steven Aalders centraal. Onder het motto: do re mi fa so la ti do  Let’s start at the very beginning, a very good place to start -. Steven Aalders heeft een intrigerend muziekprogramma samengesteld en een multiple vervaardigd die aanhaakt bij de uitgangspunten van zijn salon.

Voor meer informatie: 06 27078042, reserveer tijdig uw toegangskaarten via: info@ives-ensemble.nl

Roel Bekaert 3_NES3

foto: Roel Bekaert

 

 

 

 

 

 

 

Roel Bekaert _NES2

foto: Roel Bekaert

exclude/include

Exhibition

exclude/include.

Alternate Histories

24 april t/m 7 Juni 2015

Curator Vincent van Velsen

‘Het ware beeld van het verleden glipt voorbij’ – Walter Benjamin.

exclude / include. Alternate Histories neemt een kritische houding aan ten opzichte van de geschiedenis waarin keuzes over in- en uitsluiting van narratieven, ideeën, individuen en groepen worden belicht en in contact gebracht met alternatieve zienswijzen van gemeenschappelijk gedachtegoed – waarbij geen enkele geschiedenis de ware, juiste en gehele versie behelst.

Met:
Kristina Benjocki, Marcel van den Berg, Anna Dasovic, Jeremiah Day, Amie Dicke, Sean Hannan & Steven van Grinsven, Remy Jungerman,  Claudia Doms & Eva Pel, Miguel Peres dos Santos, Wendelien van Oldenborgh, OMA/AMO, Remco Torenbosch

Performance / lecture

Anna Dasović (artist) & Robert Dulmers (journalist, writer)

Sunday May 31, 14hrs

A collaborative event about traumatic and repressed histories to create a bridge between the exhibitions “Resolution 827” at Stedelijk Museum Bureau Amsterdam and “exclude/include. Alternate Histories” at Castrum Peregrini.

Artist Anna Dasović, participating in both exhibitions, will present her lecture performance Before the Fall there was no Fall at Castrum Peregrini. Journalist and writer Robert Dulmers will give a presentation about his recent publications on the fall of Srebrenica at SMBA.

Your registration via: mail@smba.nl ensures your free entrance – seats are limited.

Location: Castrum Peregrini, Herengracht 401, after the perfromance we walk / bike to SMBA Rozenstraat 59 for the conversation

 

exclude / include. Alternate Histories in de Pers:

Volkskrant / Jeanne Prisser: de tentoonstelling gaat over geschiedschrijving en hoe dat ‘verdraaide verleden nog ons denken bepaalt.

Mister Motley / Hanne Hagenaars: Curator Vincent van Velsen maakte een bijzondere tentoonstelling op een geëigende een plek over de mechanismen van de geschiedenis

MetropolisM: Uitgesloten geschiedenissen worden dankzij de toenemende toegankelijkheid van het internet en de groei van het aantal digital natives weer boven water gehaald. Als detectives speuren individuen vanachter hun laptop naar nieuwe waarheden omtrent ons collectieve culturele geheugen.

Parool / Kees Keijer: iedereen zou zich verbonden kunnen voelen met deze thematiek

Saskia Monshouwer: zorgvuldig gemaakte expositie vol onverwachte historische gebeurtenissen

Jeremiah Day – 14 May 2015

Jeremiah Day No Words for You, Springfield

Thursday 14 May 2015, 17hrs doors open 16hrs

– Note: this event if fully booked –

No Words For JDay_ManifestaYou, Springfield consists of a series of photo-works by Jeremiah Day and deals with the history of the Blasket Island storytellers, a group of storytellers and writers who flourished on a small island in Ireland, who then emigrated en masse to Springfield, an industrial city in the US, where the tradition of telling stories effectively died; a series of lithographs depicted this now decaying city. Day has been researching the movement of the people of the Blasket Islands off the Dingle Peninsula (Ireland), to the town of Springfield near Boston (USA) culminating in a complete evacuation of the Islands in the 1950s. What we know of the poetic tradition of the Blasket Islands comes to us largely through the efforts of the English linguist George Thompson. In the story-telling of the Blaskets, Thompson felt he had found a link with the pre-Socratic tradition of Greek epic poetry, where spiritual, personal, political and practical subjects were integrated. Therefore the boundary between art and life could be said not to exist at all. Over the last fifty years, Springfield has been largely in decline, a classic post-industrial American city. Can we imagine that any of the story-telling traditions of the Blaskets have lived on there? And though the Blaskets are long deserted, what remained within the now developed Ireland around them? What does progress mean, through the lens of the Blasket tradition? – Your registration via E: productie@castrumperegrini.nl  ensures your free entrance.

AMSTERDAM ART selected exclude / include. Alternate Histories for their walk “Layers of Past, Present and Future’ that takes you to four exhibitions that engage deeply with the layers of the past and propose new ways of looking into the future.

Visit GRIMM gallery and project spaces Castrum Peregrini, Rongwrong and Stedelijk Museum Bureau Amsterdam to discover how contemporary art wrestles with the increasing complexity of history and memory using both old and new media. The route is 5 km long and takes about 30 minutes to bike. Follow the route and read more here

Disclosing 18 april 2015

Disclosing – Salon

Saturday 18 April, 16 – 20hrs

Nine students of the Inter-Architecture department of the Gerrit Rietveld Academie invite you to take part in “Disclosing”. Through installations, new narratives and series of actions, they will carefully reveal to the audience the hidden stories embedded in materials and our constructed environment, following a free interpretation of a Salon.

“Disclosing” is a one-day event, starting at 16.00 on Saturday 18 April 2015. From 16.00 to 18.00 : “disclosing” a series of launches of each installation. From 18.00: open doors, till 20.00 hrs

With the works of Naama Aharony, Mai-Loan Gaudez, Niels Hendriks, Paz Ma, Daniel Schwartz, Yaniv Schwartz, Mayra Sérgio, Izabela Stepska, Alice von Alten. Graphic design by Brent Dahl.  A project initiated by Marie Ilse Bourlanges & Elena Khurtova

26.5.’44 Transport aus Beregowo – Wolfgang Ebert

Tentoonstelling

26.5.’44

Transport aus Beregowo

een serie van dertien olieverfschilderijen van

Wolfgang Ebert

14 maart t/m 22 maart 2015

Finissage zondag 22 maart, 15.00 uur

In 2005 startte Wolfgang Ebert een serie olieverfschilderijen. Alle zijn gebaseerd op het ‘Auschwitz Album’ (destijds gevonden door Lilly Jacob) dat een uniek en authentieke reportage bevat van een Joden transport gezien door de ogen van de SS’ers. Het werd een indrukwekkende reeks waarmee Wolfgang Ebert in olieverf bouwde aan de gelaagdheid van herinneringen, zowel zijn persoonlijke- als de herinneringen van zijn vrienden. Waarvan er een aantal in de betreffende kampen zaten.Wolfgang Ebert, 26.5.’44 Transport aus Beregowo (detail), olieverf op doek, 176 x 90 cm, 2007

Ik ben in de nazi-tijd groot geworden. Toen Hitler kwam, was ik zes. En toen hij ging was ik achttien. Ik heb het allemaal bewust meegemaakt. Alles wat er verder in mijn leven gebeurde, heeft daar zijn oorzaak.”- WolfgangEbert

Sinds de jaren ’60 woont Wolfgang Ebert in Amsterdam, waar hij samen met zijn vrouw na omzwervingen elders in Europa, en via een hechte vriendschap met (‘vijftiger’) Bert Schierbeek terecht kwam.

I.s.m. Genootschap Nederland – Duitsland, het programma zondag 22 maart, 15uur met bijdragen van sprekers:

Mevr. Dr. Ursula Langkau-Alex: ‘Kunstenaars in exil’ >>> hieronder de integrale tekst van deze lezing

Dhr. Prof. Dr. Frits Boterman: ‘Cultuur als macht’

14 maart vernissage:

Openingswoord tentoonstelling  

“Welkom namens de Vriendenkring Herengracht 62,

Dames en heren, bij dit bijzondere samenwerkingsproject met Castrum Peregrini, waar de tentoonstelling plaatsvindt en het Genootschap Nederland Duistland, met wie wij een inhoudelijk programma hebben kunnen samen stellen, waarmee we de tentoonstellingsperiode zullen afsluiten. De schilderijenreeks ‘26.5.’44 Transport aus Beregowo’ roept verschillende associaties op: kunstzinnige, kunsthistorische, sociale en historische, maar ze handelen ook over kijken en herinneren.

Voor ik verder op inga op de schilderijen wil ik eerst iets vertellen over hoe de tentoonstelling tot stand is gekomen. Afsluitend zal ik nog iets zeggen over de kunstenaar. In 2005 startte Wolfgang Ebert de reeks olieverfschilderijen op basis van het Auschwitz Album dat een reportage van een joden transport, het transport dat op 26 mei 1944 plaatsvond vanuit Beregowo, weergeeft, gezien door de ogen van de SS’ers. Het Album werd gevonden door Lily Jacobs, gevangene in het kamp. Bij de bevrijding van het kamp zocht ze warmte in het kantoor van de SS’ers. Hier vond ze het album, met daarin een nauwkeurig verslag van het transport waar zij toe behoort had. Alles was nauwkeurig objectief weergegeven. Ze zag foto’s van haar Rabijn, haar familieleden en haar vrienden. Zij heeft het album bewaard en later geschonken aan Yad Vashem.

Voor Wolfgang betekende het Auschwitz Album het volgende:

‘Toen ik dat boekje tegenkwam, voelde ik dat het album een soort invulling was voor datgene waar ik eigenlijk al vele jaren mee bezig was. Het maakte op directe wijze zichtbaar wat je niet kunt begrijpen uit een geschreven verhaal in een boek. Ik ben in de eerste plaats een kijkmens. Ik werd helemaal gegrepen door wat er allemaal op die foto’s te zien was, vooral die stemming.’

‘Want ik weet uit ervaring wat gevangenschap is, van die barakken en van dat samenleven met heel veel mensen, waar je niets mee hebt. Waar je tussen al die mensen een enkeling bent. Niemand hoort bij iemand en je ligt toch allemaal naast elkaar. En alles wat daarmee samenhangt, dat  komt me zo bekend voor, en dat vond ik terug bij het zien van die foto’s uit dat album.’

Zo dook de kunstenaar op achtenzeventigjarige leeftijd opnieuw in de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. Wolfgang Ebert heeft verschillende momenten na de aankomst van het transport in Auschwitz-Birkenau op 26 mei 1944 geschilderd: de aankomst, de selectie, de tocht naar de crematoria, het wachten en de mensen op weg naar de barakken.

Het zijn de korte momenten, eigenlijk seconden, waarbinnen onvoorstelbare, emotioneel intensieve gebeurtenissen plaatsvonden: het moment tussen leven en dood, de verandering van persoonlijke identiteiten in afzonderlijke nummers.

Wolfgang gebruikt in deze serie een essentie van schilderkunst: het  omzetten van uiterst minutieuze momenten in duurzaamheid, waardoor ruimte ontstaat voor nadenken en overpeinzen. De schilderijen zijn getuigenissen van Wolfgans sterke behoefte aan het recht op vrijheid en aan ruimte voor bezinning. Enerzijds was het hem te doen om de slachtoffers postuum een eer te bewijzen en een gezicht te geven, anderzijds is de reeks een onderzoek naar zijn eigen kunnen en experimenteerde hij met structuur, kleur en ruimte.

De afzonderlijke schilderijen bevatten verschillende individuele verhalen, zoals die van het kindermeisje Edith. Zijzelf was niet joods, maar werkte bij een joodse familie. Ze bleef hen tot op het laatst trouw. Of het verhaal van Geza Lajtbs, duidelijk een stadse vrouw. Of Lily Jacobs, de vindster van het Album. Maar ook Friedl is afgebeeld. Zij was niet met dit transport gedeporteerd. Zij was de vrouw van Dick Couveé, oud directeur van het Frans Hals Museum en goede vriend van het echtpaar Wolfgang Ebert en Mercedes Engemann. Friedl had Auschwitz overleefd, maar droeg de gruwelijkheden natuurlijk met zich mee. Ebert brengt haar met dit schilderij in herinnering, als vrouw, vriendin maar ook als persoonlijke herinnering aan de concentratiekampen van de Nationaal Socialisten.  Zo vermengt Wolfgang persoonlijke herinneringen met de algemene historische gebeurtenissen en gebruikt hij de schilderkunst om op die miraculeuze verbinding tussen beide  voor zichzelf een antwoord te geven.

‘Ik ben in de nazi-tijd groot geworden. Toen ik volwassen was, was dat een groot probleem voor mij. Toen Hitler kwam, was ik zes. En toen hij ging, was ik achttien. Ik heb het allemaal bewust meegemaakt. Alles wat er verder in mijn leven gebeurde, heeft daar zijn oorzaak.’

Ebert creëerde schilderijen met een opmerkelijke gelaagdheid: een realistische zwart-wit weergave liet hij overgaan in een abstract spel met licht en kleur. Deze gelaagdheid kan worden gezien als een verbeelding van herinnering. Naar mate men ouder wordt lijkt de geschiedenis te vervagen in het licht van alledag, maar onmenselijkheden en onrechtvaardigheden blijven in het geheugen gekerfd.

Ebert werkte vier jaar aan de serie en borg het vervolgens goed op in zijn atelier. De Vriendenkring Herengracht vindt het nu hoog tijd, dat deze monumentale serie aan het publiek wordt getoond. Wolfgang Ebert is zelf niet in Auschwitz geweest. Zijn persoonlijke geschiedenis is een andere. Hij werd in 1927 geboren in Oelsnitz in het zuiden van Saksen. 150 kilometer ten zuid oosten van Dresden . Na de oorlog in Oost Duitsland onder Russisch beheer. Van jongs af aan hield hij van tekenen en hij wilde kunstenaar worden. Als jongen van ca. 16 jaar oud, moest hij vechten aan het Ardennen offensief. Maar hij zocht telkens  een plek in de achterste linies, zodat hij niet zou hoeven te schieten. Daarna kwam in Amerikaans krijgsgevangenschap en vervolgens thuis in Oelsnitz moest hij werken in de Russische uraniummijnen. Daar is hij uit weggevlucht.

Hij kon niet meer bij zijn ouders blijven en vluchtte de grens over naar West Duitsland. Hier belandde bij een boer in de buurt van het dorp Ellingen, waar mocht hij blijven, overdag werkte hij voor de boer, maar ’s avonds kon hij naar de kunstacademie. In het oude, leegstaande kasteel van Ellingen was in die tijd de kunstacademie van Neurenberg ondergebracht. Op de academie ontmoette hij Mercedes Engemann. De kennismaking groeide snel uit tot een hechte vriendschap en liefde. Ze besloten samen door het leven te gaan. Hun ontmoeting met Bert Schierbeek in Zuid Spanje was de eerste kennismaking met Nederland.

In het midden van de jaren vijftig studeerde Wolfgang en Mercedes even aan de Rijksakademie in Amsterdam. Begin jaren zestig keerden ze definitief naar Nederland terug. Ze verbleven eerst in Amstelveen, maar in 1964 trokken ze naar Amsterdam en vestigden zich in het pand Herengracht 62. Dat was toen in een vervallen staat. Ze knapten het gehele pand met eigen handen op.

Mercedes overleed begin jaren tachtig. Wolfgang was toen docent aan de kunstacademie in Ben Bosch. Na het overlijden van zijn vrouw en toen hij als docent met pensioen was, kon hij zich geheel wijden aan zijn schilderkunst. Wolfgang werkte op groot formaat en werkte altijd naar een thema, een gebeurtenis uit zijn persoonlijk leven of een filosofisch of historisch aanknopingspunt.

‘Transport aus Beregowo’ is de laatste reeks die hij realiseerde. De laatste jaren werkt hij dagelijks aan een serie aquarellen. Op deze plaats wil ik graag nog al de mensen bedanken zonder wie de tentoonstelling en het afsluitende programma niet tot stand had kunnen komen:

Dorothee von Flemming, voorzitster van het Genootschap Nederland Duitsland, Frans Damman en Lars Ebert van Castrum Peregrini en de stagiaires Amadeo en Maria Jasnova. De man van het transport en techniek: Reinder van der Woude.

En natuurlijk Wolfgang Ebert zonder wiens inspanning de schilderijen er niet geweest waren. Dat hij bij deze opening aanwezig kan zijn is bijzonder. Want begin februari heeft hij een zware darmoperatie ondergaan, dus zijn chirurg zijn we ook dankbaar voor zijn goede vakwerk. Genoeg gepraat. Tijd om te kijken en het glas te heffen op deze bijzondere expositie.

Geniet van de middag, Liesbeth Netel, kunsthistorica en curator

 

zondag 22 maart finissage:

Ursula Langkau-Alex  Kunstenaars in Exil

Lezing bij de finissage van de tentoonstelling 26.5.’44 Transport aus Beregowo, een serie van dertien olieverf schilderijen van WOLFGANG EBERT, Castrum Peregrini, Amsterdam 22 maart 2015

Beste Meneer Ebert

Beste Leden en Vrienden van Vriendenkring Herengracht 62, van Genootschap Nederland-Duitsland, van Castrum Peregrini

Beste Dames en Heren

Allereerst dank ik mevrouw von Flemming voor de uitnodiging namens het Genootschap Nederland – Duitsland om bij de finissage van de tentoonstelling van de schilderijen van Wolfgang Ebert, 26.5.’44 Transport aus Beregowo, een lezing te houden over kunstenaars in exil hier in Castrum Peregrini – de juiste plaats voor een evenement als deze.

Exil – laat ik maar met dit woord beginnen. Want: Het behoort eigentlijk niet tot de Nederlandse woordenschat. De van Dale kenmerkt het als een Frans woord en zet daarvoor de Nederlandse termen “verbanning”, “ballingschap”, “ballingsoord”, en voor een persoon: “balling”. Zoals bekend wordt de Nederlandse Regering in London von 1940 tot 1945 als “Regering in ballingschap” betiteld. Toch heeft juist de historicus / chronist van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Louis de Jong, de  literatuur van Duitstalige ballingen in Nederland na 1933 steeds “exilliteratuur” genoemd, terwijl de eind jaren 1950 van Duitsland naar Nederland geimmigreerde germanist en literatuurwetenschapper, dan hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Leiden, Hans Würzner, consequent van “Emigrantenliteratur” / “emigrantenliteratuur” sprak. Hij stoelde daarmee op de termen die wél ook in het Nederlands gebruikelijk zijn: “emigratie”, “emigrant”. De Nederlander Louis de Jong, geweest balling in Engeland, daarentegen ontleende ´zijn´ woord “exil” aan het Engelse begrip “exile” – eerder, denk ik, dan aan het Duitse “Exil” dat toen al, in het prille begin van “Exilforschung”, voor de typologisering van de vluchtelingen uit de machtssfeer van het nationaalsocialisme in zwang was en van dezen zelf al was gebruikt. Maar genoeg – ik wilde hiermee alleen maar aantonen hoe verschillend het zelfde feitelijke gegeven in woorden wordt gevat.

—-

“Wanneer gaat een mens in exil? Moet men pas in levensgevaar verkeren om als exilé te worden erkend? Er zijn vele verschillende redenen om zijn land te ontvluchten en deze laten zich niet alleen aan politieke vervolging vastmaken. Zo verscheiden de beweegredenen, zo gevarieerd zijn ook de uitwerkingen van het exil op kunstenaars en kunsten.”

Dit zijn, in het Nederlands vertaald, de openingszinnen bij de virtuele tentoonstelling Künste im Exil. De websites – er is ook de Engelstalige versie Arts in Exile – zetelen bij de Deutsche Nationalbibliothek (DNB) te Frankfurt am Main en staan onder coördinatie en redactie van diens afdeling Deutsches Exilarchiv 1933-1945 (DEA). De Online lancering – rechte handen op elkaar en druk op een grote rode knop – vond in September 2013 in het Bundeskanzleramt in Berlijn plaats door de toenmalige Staatsminister voor cultuur en media, de heer Bernd Neumann, de directeur generaal van de DNB, mevrouw Dr. Elisabeth Neumann, het hoofd van het DEA, mevrouw Dr. Sylvia Asmus, en drie actuele exilés in de Bondspubliek: de beeldende kunstenares uit Iran, Parastou Forouhar, de schrijver / poëet / musicus uit China, Liao Yiwu, en de Duitstalige romanschrifster en dichteres uit Bulgarije, Herta Müller. Deze had in 2011, twee jaar na de ontvangst van de Nobelprijs voor literatuur, in een “Open brief” aan kanselier Angela Merkel een museum voor de vervolgde kunsten en kunstenaars aangemaand om de herinneringscultuur aan exil in het verleden en heden te bevorderen en op die manier ook actief hedendaags  “antisemitisme en vreemdelingenhaat” te bestrijden, zoals het dan in een persverklaring van de Deutsche Nationalbibliothek heette. Deze dubbele doelstelling alsmede de reeds aangesproken medewerking van drie hedendaagse gevluchte kunstenaars bij de Online-stelling geeft aan dat zowel de ‘traditionele’ encadrering van Duits / Duitstalig exil 1933-1945 overschreden, beter: losgelaten is en niet alleen de huidige Bundesrepubliek Deutschland, maar ook die van 1949 tot 1999 én de voormalige Deutsche Demokratische Republik met hun respectievelijke voorlopers na het einde van de Tweede Wereldoorlog als landen worden beschouwd waar mensen toevlucht zoeken en zochten.

De Bondsregering stelde met de instemming van alle fracties in de Bondsdag een startkapitaal van 745.000 EURO voor de eerste drie jaar ter beschikking – dat was eind 2014 op. Speciaal voor scholieren en studenten en de respectievelijke onderwijsinstellingen is er een educatief Junges Museum ingericht. Daarvoor tekent het Deutsches Literaturarchiv Marbach, een onderdeel van de Deutsche Schiller-Gesellschaft verantwoordelijk. Een coöperatief netwerk van inmiddels rond dertig instellingen – archieven, bibliotheken, genootschappen, musea, onderzoeksinstellingen en stichtingen… – zorgt zowel voor de kennismaking met “Künste im Exil” en diens activiteiten via hun websites alsmede voor bijdragen aan de tentoonstelling, al is het niet de bedoeling een heus lexicon te bieden. Een qua herkomst of achtergrond, specialisatie en beroep relatief breed samengestelde Advies Commissie van 4 mannen en 4 vrouwen (waarvan ik zelf er één ben) heeft onder andere de taak voor een zeker evenwicht bij de keuze van kunstgenres, kunstenaars en exillanden te zorgen, voorts bij alle gewenste feuilleton stijl van de presentatie over wetenschappelijke onderbouwing inclusieve de vastlegging van termen te waken – of juist al te stringente definities los te laten: Zo hebben wij na een langere discussie besloten het veel omvattendere veld “migratie” bij “exil” te betrekken zonder echter specifica te verwaarlozen. Op die manier wordt er rekening gehouden met de gelaagdheid van de situaties, met de verandering daarvan en met het individuele beleven – criteria die een eenduidige afbakening van “vluchteling”, “emigrant”, “exilé”, “migrant” twijfelachtig maken. Immers, een vluchteling kan na verloop van tijd angekomen zijn in de nieuwe maatschappij en zich niet meer als “exilé” voelen, of juist wél omdat zijn emoties of zijn situatie het niet toelaten dat hij, ook als dat weer mogelijk is, voor goed naar zijn homeland terugkeert. Een Tsjechische vluchtelinge uit het jaar 1938 in Amsterdam omschreef 50 jaar later – inmiddels lang getrouwd met een Nederlander en werkzaam als journaliste, kunstcritica, tolk – haar identiteit zo: “Ik ging terug om mijn Heimatland te zien, ik houd ervan zoals altijd, maar mijn Zuhause is hier.”

Op het eerste gezicht wekt het misschien verbazing dat er voor het onder de aandacht brengen van het fenomeen exil de kunsten oftewel kunstenaars zijn gekozen. Per slot van rekening zijn er tussen 1933 en 1940 ‘slechts’ zo’n 10.000 kunstenaars uit Groot-Duitsland gevlucht (Oostenrijk na de Anschluss in maart 1938 en de Duitstalige gebieden in Tsjecho-Slovakije in 1938/39 inclusieve), terwijl de Duitstalige emigratie in het geheel ongeveer een halve miljoen mensen omvatte. Bij nader inzien en vooral bij het bekijken van en het doorklikken op de website Künste im Exil wordt deze keuze begrijpelijker. Individuele levensbeschrijvingen, activiteiten en werken verwijzen naar de vele genres van kunst én de vraag naar de mogelijkheid of onmogelijkheid deze in het vreemde land verder uit te oefenen. Dit wederom leidt tot het complex van fundamentele bestaansvoorwaarden voor die zich alle exilé’s en beroepen gesteld zagen: de politieke en maatschappelijke omstandigheden en verhoudingen in een asielland; organisaties en netwerken. Daar boven op komen aspecten zoals transfer van kunst, van techniek, van know how; van wisselwerkingen, invloed en nawerking. Zo gezien laten zich genoemde factoren naar de ‘kleine man’ en de ‘kleine vrouw’ transponeren. Zij een ook de niet opgenomen kunstenaars krijgen exemplarisch een ‘gezicht’ – of anders gezegd:  een cumulatieve biografie, bij voorbeeld door getoonde “objecten” zoals een paspoort of een visum of en affidavit; door een telefoonlijst welke contacten openbaart; door een foto van de Heimat of van een gelukkige vakantie vóór de vlucht of in het nieuwe land; door een brief vol van bitterheid of juist vol hoop en optimisme of met een smeekbede om hulp, om geld, of door een sollicitatiebrief.

Maar: kunstenaars, (bijna) gelijk welk genre zij beoefenen, hebben het vermogen het alledaagse en het bijzondere, emoties en rationaliteit, realiteit en droom te verbeelden, te sublimeren, te versterken, zicht- of hoorbaar te maken. Ook daarom is voor Künste im Exil gekozen.

De kunsten zijn een onderdeel van het veel bredere veld cultuur, alhoewel cultuur niet zelden tot de kunsten wordt gereduceerd. Maar denk aan cultuur van het debat, aan politieke cultuur of aan regionale en nationale cultuur (doorgaans gebruikt in de zin van traditie). Cultuur als macht. Cultuurgeschiedenis van Duitsland 1800 – heden, is de titel van het volumineuze boek en de voorafgaande ontzagwekkende studie van collega Frits Boterman die er straks zelf het een en ander zal toelichten.

Mijn vraag is: Kunnen wij in de context van kunst en exil / kunstenaar en exil van macht spreken? 10.000 kunstenaars – van poëet tot romancier, van componist tot violist, van architect, beeldhouwer en schilder tot typograaf en fotograaf, en alle beroepen uit de toneel- en filmwereld: welke macht hadden zij – ten eerste: in hun land vóór dat zij het moesten verlaten? Zij waren immers een minderheid binnen het kunst- en cultuurleven, anders hadden zij niet moeten vluchten, nog afgezien daarvan dat een niet gering, ja een groot percentage van Joodse huize en / of politiek geëxponeerd was. (Daarbij horen natuurlijk ook personen, die zich op de een of andere manier ‘koest’ hebben kunnen houden, die in de zogenaamde innere Emigration zijn gegaan.) Voor de ‘onbekrompen’ buitenwereld van toen en nu echter is hun artistieke durf, hun vernieuwingsdrang – in het kort: hun moderniteit – gezichtsbepalend voor de kunsten in de periode 1918/19 – 1933, de periode van de Republiek van Weimar; in Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije duurde die periode ietsje langer, desalniettemin waren de vrije kunstuitingen bedreigd.

Ten tweede: Kan er aan macht van kunstenaars in het exil ook maar in de verte gedacht worden laat staan dat er daarvan sprake kan zijn?  Welke status hadden zij, tenminste in de eerste jaren? Zij waren vreemdelingen in dubbele, ja in meervoudige zin: Zij waren vreemdelingen in eigen land geweest of ten slotte geworden, vertegenwoordigers van een misachte, verhoonde, verschopte, verboden, vervolgde cultuur van vrijheid van kunst en meningsuiting, dus van democratische grondbeginselen. Met het land dat hen had uitgestoten onderhielden de demokratische asiellanden diplomatieke en meestal ook hechte – in het geval van Nederland uiterst innige – economische betrekkingen, nog afgezien van meer of min sympathie dat zij voor het rigoreus ‘orde scheppende’ nationaalsocialistische regime koesterden. De vluchtelingen waren ‘ordeverstoorders’, op beide zijden van de grens. Al in deze hoedanigheid waren zij vreemdelingen in de maatschappij van het exilland. Daarboven op kwam de cultuur (in brede zin) die zij meebrachten. En nog eens daarboven op – om de opeengestapelde lagen van vreemdzijn te verbeelden: Voor de immigranten, de vluchtelingen was de nieuwe culturele (wederom in brede zin) omgeving vreemd. Maar weinigen konden zoals de schrijver Heinrich Mann van hun exilland – in dit geval Frankrijk – zeggen dat ze er thuis waren, want: “Mijn opvoeding was zowel Duits als Frans.”

Wat nu neemt een kunstenaar mee in het exil?

Een violist zal zeker zijn viool meenemen zoals een fleutist zijn instrument. Maar een pianist? Welnu: een piano vindt zich over al om zijn meesterschap te tonen. Een schilder of beeldhouwer kan ook over al materiaal voor de uitoefening van zijn kunstenaarschap vinden – voor zover hij het nodige geld daarvoor kan opbrengen of hoe dan ook bemachtigen. Maar hij moet ook visueel zijn kunstenaarschap kunnen aantonen en dat kan over het algemeen niet zo een twee drie als bij een musicus. Dus zal hij trachten tenminste een deel van zijn werken te redden of te laten redden, niet in de laaste plaats om eventueel door een tentoonstelling de aandacht te vestigen en door verkoop van het een of andere stuk in zijn levensonderhoud te voorzien. Een al ‘gevestigde’ schrijver zal zijn nieuwste nog niet voltooide of nog niet uitgegeven manuscript en zijn aantekeningen voor een volgend of dat voor hem belangrijkste plan meenemen – of wederom laten nasturen – zoals Heinrich Mann, om hem nogmaals aan te halen, deed met zijn sinds 1925 verzameld materiaal over de Franse koning Henri Quatre. Het tenslotte tweedelige oeuvre verscheen in 1935 – Die Jugend des Königs Henri Quatre – respectievelijk in 1938 – Die Vollendung des Königs Henri Quatre, hier in Amsterdam bij Querido Verlag, de Duitse exil-tak van uitgeverij Querido onder leiding van Fritz H. Landshoff. Overigens: Uitgevers / uitgeverijen zijn vanzelfsprekend niet opgenomen in de tentoonstelling Künste im Exil, maar zij worden in bibliografische verwijzingen wel genoemd – of er is erop toe te zien dat zij niet worden onder gesneeuwd door alleen de vestigingsplaatsen van exil-uitgeverijen te noemen. Want: Wat en waar zouden de schrijvers zijn geweest of blijven zonder een uitgever?

Wat alle vluchtelingen, alle migranten – kunstenaar of vakbondsbestuurder of huisvrouw – meenemen is hun (moeder)taal. Hoe groot de betekenis van de eigen taal juist voor een schrijver is – en daarmee schakel ik nu na Heinrich Mann reeds genoemd te hebben – definitief van allgemeenheden over op concrete voorbeelden. Ik zal die voornamelijk uit het Duitstalige exil na 1933 in Nederland lichten – – Dus: de betekenis van de eigen taal voor een schrijver heb ik laatst nog op een avond over Hans Keilson ervaren, de arts, schrijver, dichter, psychiater, essayist die in 1936 naar Nederland was geemigreerd en hier in 2011 op 101jarige leefijd is overleden. Hij heeft er zelf de treffendste en wat mij betreft ook de mooiste uitdrukking voor gevonden, in een gedicht waarin Nederlandse woorden zijn verwoven: Sprachwurzellos. In het Nederlands heeft hij anthologien samengesteld en ook essays geschreven, maar zijn diepgaande vertellingen, romans en vooral zijn gedichten en sonetten kon hij alleen in zijn taal, het Duits vervatten.

Een tegenvoorbeeld is Elisabeth Augustinalhoewel… De in 2001 op 98jarige leeftijd in Amsterdam overleden schrijfster, dichteres, vertaalster was dank zei haar echtgenoot, een in Nederland opgegroeide Duits-Zwitserse germanist, al voor haar emigratie naar Amsterdam in het voorjaar van 1933 begonnen Nederlands te leren en Nederlandstalige romans in het Duits te vertalen. Eenmaal in Nederland en midden in Nederlandse, dus niet in Duitse exil-kringen (hoewel zij als sociaaldemocrate en pas in de twee plaats om haar half-joodse achtergrond was gevlucht), begon zij onmiddelijk alleen maar in het Nederlands te schrijven en te publiceren. In haar herinneringen, Het Patroon, bekende zij echter: “De eerste zeven jaren in Nederland waren voor mij jaren van min of meer moeilijke aanpassing, van dwaze overschatting van mijn nog zo ontoereikend Nederlands…” [p. 97]. Zij bleef in het – vervolkomde – Nederlands schrijven, maar op hogere leeftijd kwam het Duits naar voren, zo schreef zij onder andere vele hoorspelen voor Duitse radiozenders, ook vertaalde zij zelf haar werk naar het Duits.

Beide schrijvers zijn hier in Nederland en vooral in de Bondsrepubliek Duitsland hoog geërd en gedecoreerd, Keilson bovendien met het Bundesverdienstkreuz 1. Klasse, ook werd hij corresponderend lid van de Deutsche Akademie für Sprache und Dichtkunst. De voormalig uitgestotenen, Nederlandse staatsburger gewordenen werden dus tenminste als schrijvers en dichters weer in die Heimat opgenomen.

Literatur ist das Gedächtnis der Menschheit”, heeft Hans Keilson, de musikus, de vioolspeler die hij eveneens was, ook gezegd. Hoe zit het nu met de ‘taal’ van muziek? Vaak hoort men dat muziek geen grenzen kent, alles overvliegt als een vogel, overal kan worden verstaan. In ieder geval, lijkt mij, kunnen musici, kan muziek – meer dan literatuur schrijvers uit andere culturen – musici beïnvloeden, componisten tot een andere stijl brengen, wisselwerkingen teweeg brengen. Ik betwijfel dan ook of de stelling van de musicoloog Marius Flothuis, weliswaar in 1981 geformuleerd, bij nader onderzoek voor Nederland gestaafd kan worden: “Positief is dat verscheidene Duitse musici en muziekpedagogen hier een toevlucht hebben gevonden en een bestaan hebben kunnen opbouwen; negatief dat met name de creatieve geesten schlechts voorbijgaand in Nederland een verblijf hebben gevonden en dat van een blijvende uitwerking van hen op het Nederlandse muziekleven geen sprake kan zijn.”

Men kan zich natuurlijk afvragen of de van het Residentie-Orkest en vooral van het Concertgebouworkest bekende violist Theo Olof die in 1933 als negenjarig jongetje met zijn ouders naar Nederland vluchtte en van Oskar Back les kreeg aan het Amsterdams Muzieklyceum niet eerder als Nederlands getogen musicus moet worden beschouwd. Toch moet hij al van zijn kunstenaars-ouders en van zijn studies in zijn geboorteplaats Keulen zoveel meegekregen hebben dat hij als elfjarige zijn erste concert met het Concertgebouworkest onder de eveneens uit Duitsland gevluchte dirigent Bruno Walter kon uitvoeren. De voormalige exilé Theo Olof heeft voorts als hoofdleraar aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, als medeoprichter von het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds en als initiatiefnemer van Hilversum 4 / Radio 4  een grootse bijdrage aan de cultuur van het muziekleven in Nederland geleverd.

Een ander voorbeeld van invloed en uitstraling is de Oostenrijkse pianist en opera-dirigent Felix Hupka. Geboren in 1896 in Wenen, emigreerde hij in 1939 naar Amsterdam, waar hij tijdens de bezetting moest onderduiken. Na de oorlog gaf hij les aan het Amsterdams Sweelinck-Konservatorium. Hupka’s meest beroemde leerling is Bernard Haitink.

Een voorbeeld van wisselwerkingen, van stijlwissel is de in 1897 geboren Oostenrijkse dirigent en componist Erich Wolfgang Korngold. Al vroeg werden werken van hem door onder anderen Willem Mengelberg ten gehore gebracht. Korngold emigreerde weliswaar niet naar Nederland maar naar de Verenigde Staten waar hij onder andere operetten van Jacques Offenbach en Oscar Strauss aan de New York Opera dirigeerde, maar op de andere kant als componist beinvloed werd door de jazz-cultuur en veel filmmuzieken schreef. Bijna elk seisoen brengt het Nederlands Philharmonisch Orkest en werk van hem ten uitvoer.

Voordat ik over ga naar Beeldende Kunsten wil ik even stilstaan bij kunstenaars in exil heden ten dage. Hun aantallen zijn niet te schatten, de ene vluchtgolf uit het ene land tuimelt over de volgende uit hetzelfde of uit een ander land heen. Hebben de kunstenaars enige kans zich te manifesteren aangezien zij onder de tienduizenden vluchtelingen die geholpen willen en moeten worden toch ook weer een minderheid zijn? Wat wordt er hier in Nederland voor hen gedaan? Ik heb eens gegoogled en ben bij de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF (Universitair Asiel Fonds) terecht gekomen, de oudste, al in 1948 opgerichte organisatie voor hoger opgeleide vluchtelingen. Daar ben ik een hele reeks namen en kunstgenres en dankbetuigingen tegen gekomen, voor ondersteuning, voor studie, voor tentoonstellingen – maar niet of nauwelijks namen van schrijvers of steun voor schrijverschap. De taal is toch nog iets heel bijzonders. Desalniettemin lijkt me deze Stichting met haar activiteiten een nuttige instelling al is ze maar een klein lichtje in een grote donkere ruimte.

Een organisatie als de Stichting AIDA Nederland – de Nederlandse tak van Association Internationale de Défense des Artistes Victimes de la Répression dans le Monde – bestaat niet meer, zij moest per 1 januari 2013 haar activiteien stop zetten en de contracten met de twee drijvende krachten op zeggen. Het ministerie van OCW besloot al in 2010 geen subsidie meer te verlenen ondanks een positief advies van de Raad voor Cultuur. Nog twee jaar lang had de Stichting zich met steun van andere organisaties en particulieren boven water kunnen houden, toch de aanhoudende crisis sloeg ook hier uiteindelijk toe. In de 33 jaren sinds de oprichting in 1980 heeft AIDA Nederland 553 tentoonstellingen georganiseerd, ruim 1500 kunstenaars en 297 projecten ondersteund en sinds 1981 in een regelmatig uitgegeven Nieuwsbrief alle evenementen en kunstenaars aangekondigd, voorgesteld en verantwoording afgelegd.

In het bureau van AIDA-Nederland in de BALI in Amsterdam was in het midden van de 1990er jaren Stichting EX-YU-PEN te gast. Wat is uit deze  in 1993 officieel opgerichte internationale organisatie van schrijvers uit het voormalige Yugoslavië en sommige uit de Sovietunie geworden? Aan politieke tegenstellingen uiteindelijk ten onder gegaan? Zoals in de 1930er jaren Duitse exil-organisaties van schrijvers en andere kunstenaars uit elkaar braken? Google je nu EX-YU-PEN dan krijg je een vestiting in Utrecht die onder anderen pennen slijt, maar vooral een marketingbedrijf is voor uiteenlopende zaken en organisaties.

Toch terug naar kunstenaars in exil die voor het nationaalsocialisme vluchtten. In het volgende in het bijzonder beeldende kunstenaars. Ik licht er drie uit:  Heinrich Campendonk, Max Beckmann, en Herbert Fiedler. Alle drie hadden behalve het exil nog een houding en een lot gemeen: Zij waren in feite a-politiek, maar bezeten van vrijheid en van het streven hun wereldbeeld uit te dragen, dus waren zij vanzelfsprekend anti-nationaalsocialisten en hun werk was dus politiek in de brede zin van het woord; én hun schilderijen werden in Nederland niet of nauwelijks begrepen laat staan door het publiek gewaardeerd. Fiedler werd in 1944 door een Nederlandse kunstcriticus zelfs als “cultuurbolsjewist” afgeschilderd.

Campendonk, geboren in 1889, kwam via België naar Nederland nadat hij reeds in 1933 als “entarteter Künstler” uit zijn functie van hoogleraar aan de Kunstakademie in Düsseldorf was ontslagen. In februari 1935 werd hij tegen veel weerstand vanuit de Nederlandse politiek en kunstwereld in tot hoogleraar voor monumentale kunst aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam benoemd; oorspronkelijk zou hij Richard Nicolaüs Roland Holst ook als directeur opvolgen. Het deed er niet toe dat Campendonk een Nederlandse grootmoeder had, Nederlands sprak en boven al van het nationaalsocialistische regime was verstoten; hij was een Duitser. Zijn studenten in Amsterdam leerde Campendonk vooral materiaalkennis en techniek als fundament voor ieders eigen weg in de beeldende kunsten. Hoe deze ook na de bezetting weer uitgedragen visie doorwerkte op  generaties van Nederlandse beeldende kunstenaars – daar  weet kunsthistorica Lies Netel, de initiatiefneemster van deze Wolfgang Ebert-tentoonstelling alles van. In zijn in het geheim geschapen schilderijen, voornamelijk aquarellen keerde Campendonk terug naar zijn periode van de Blauwe Reiter die destijds hier in Nederland werd verfoeid, terwijl hij in het openbaar met zijn glas-in-lood ramen niet zonder succes voortborduurde op wat hij van zijn Nederlandse leermeester aan de Handwerker- und Kunstgewerbeschule in Krefeld en latere voorloper-hoogleraar aan de Kunstakademie in Düsseldorf, Johan Thorn Prikker, alsmede van de stroming  der “gemeenschapskunst” geleerd en zelf verder ontwikkeld had – een duidelijk voorbeeld van wisselwerking ook hier. Op de wereldtentoonstelling 1937 in Parijs werd Campendonk voor zijn passie-venster in het Nederlandse paviljoen met de Grand Prix onderscheiden; in Nazi-Duitsland werden vrijwel gelijktijdig tientallen van zijn werken als entartet geconfisqueerd. Hij stierf in mei 1957 in Amsterdam, vlak nadat hij tot Nederlander was genaturaliseerd. Een jaar eerder had de hoofdstad hem met de Quellinus Prijs geërd, en de Nederlandse Staat had hem tot Ridder in de Orde van “De Nederlandse Leeuw” benoemd.

Max Beckmann, de niet alleen in Nederland bekendste beeldende kunstenaar van de drie, verliet op drieënvijftigjarige leeftijd Duitsland, en wel de dag na de opening van de tentoonstelling Entartete Kunst 1937 in München waar hij rijkelijk vertegenwoordigd was, en nadat hij Hitler’s radiorede bij de tegelijk eveneens in München geopende Große Deutsche Kunstausstellung beluisterd had. Hoewel al in 1933 uit zijn hoogleraarschap aan het Städelsche Kunstinstitut und Städtische Galerie in Frankfurt am Main ontslagen twijfelde hij lang óf en zo ja waar naar toe hij zou emigreren. Het exil in Amsterdam werd qua output zijn vruchtbaarste periode, al bleef hij  praktisch in zijn oude stijl verder schilderen, toch de inhoud werd steeds grimmiger en ‘religieuzer’ – maar hij verkocht zo goed als niets, in Nederland dan. Wél hij had in de jaren tot 1937 in Duitsland tenminste één belangrijk netwerk kunnen vlechten: Hij verkocht vanuit Nederland werken aan Hildebrand Gurlitt die hoewel geen partijlid en van Joodse afkomst tot officiële kunsthandelaar van het nationaalsocialistische regime avanceerde en ook voor zich zelf Moderne Kunst verzamelde. In Gurlitt’s denazificatieproces na de oorlog was Beckmann een getuige à decharge. Al in 1947 zag de schilder zijn wens in vervulling gaan naar de Verenigde Staten te emigreren waar hij tot aan zijn overlijden eind 1950 in New York aan verschillende kunstinstellingen les gaf.

Herbert Fiedler tenslotte, jaargang 1891, ontvluchtte de bedrukkende atmosfeer in Berlijn eind 1934 samen met zijn Zwitserse kunstenaars-vriendin, latere echtgenote Amrey Balsiger naar Amsterdam. Door bemiddeling van een oude friend uit de dagen dat hij bij het filmbedrijf UFA had gewerkt, Hans Kahle, die al eerder naar Amsterdam was vertrokken – hij werkte later aktief in het verzet – kon het paar een huis en atelier in Laren huren. Fiedler begint een nieuwe fase als kunstenaar: eerst in klein formaat dan steeds groter wordend tekent, aquarelleert en schildert hij de Noordhollande polders, weilanden, sloten, dorpen en boeren. Hij wilde, zo schrijft hij in juli 1936 aan zijn naar New York vertrokken studiefriend George Grosz, “Die Synthese finden […], die Malerei wieder dahin bringen, wo sie einmal war, auf die Höhe und Harmonie, dass alles da ist und nichts außer Acht gelassen wird, weder das Gras noch die Luft.“ Hij ziet zijn exil in Nederland als kans zich verder te ontwikkelen. Maar hij verkoopt niets, ook de aansluting bij de kunstenaarskring De Onafhangkelijken verandert daarin niets. Toch Fiedler en Balsinger leven de eerste jaren niet schlecht, Amrey is van huize uit rijk, maar met de huwelijkssluiting in 1937 wordt zij “Duitse” en daarmee staatenloos en het banktegoed wordt geblokkeerd. Tegen het einde van de jaren dertig worden Fiedlers schilderijen duister, politieke allegorieën – Die verkehrte Welt bijvoorbeeld laat beesten zien die mensen mishandelen. Het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 waarvan Fiedler op de radio hoort en in de kranten leest schildert hij in monumentale stijl en duister blauwe kleuren, voltooid in september 1940; na de oorlog houdt hij deze traumatische gebeurtenis in verscheidene ‘posities’ in gouache techniek vast. (Overigens heeft een leerling van Campendonk, de Rotterdammer Henk Chabot, eveneens het bombardement op Rotterdam in een schilderij ‘vereeuwigd’.)  In November 1940 wordt Fiedler door de burgemeester van Laren uit zijn gezet, hij vetrekt met zijn vrouw en kleine dochter naar Amsterdam, in het huis aan de M. J. Kosterstraat nr. 11. Ze zijn niet Joods en duiken niet onder, maar in het tuinhuis biedt Fiedler herhaaldelijk onderdak aan de jonge Joodse Nicolaas Wijnberg terwijl hij zelf, wederom door bemiddeling van Kahle, bij de Wehrmachtsauskunftsstelle op het Centraal Station van Amsterdam werkt om vrouw en kind te kunnen voeden. In juli 1944 wordt hij alsnog als soldaat gerecruteerd, hij dient als brugwachter in Rotterdam en in het oosten van het land wanwaar hij begin mei 1945 vlucht. Eenmal thuis wordt hij door het Nederlandse Gezag geïnterneerd, omdat hij lid van de Cultuurkamer zou zijn geweest – de Onafhangkelijken waren daarin ingelijfd worden maar een “Duitser” mocht niet lid worden. Na ettelijke weken komt hij op verzoek van het verzet en van Wijnberg en andere kunstenaars vrij, wél mag hij tot begin 1946 niet tentoonstellen. Tot in de jaren 1950 verkoopt de rusteloos werkende Fiedler slecht, hij leeft in armoede. Tijdens de voorbereiding van een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam 1962 begaf zijn hart het, het werd een tentoonstelling “in memoriam”. Fiedler was in 1957 genaturaliseerd, maar bleef in hart en nieren en in de kunst Duits; naar zijn geboorteland vermocht hij echter net als Campendonk niet terug te keren, dat had een bezoek hem in de vroege jaren vijftig geleerd. Ik zie hem als „Deutschen Künstler im nicht endenden Exil in den Niederlanden“.

Ten slotte: Alle andere kunstenaars in het exil in Nederland die ik hier met name heb genoemd hebben de bezetting en vervolging in de onderuik overleeft. Vele anderen zijn verraden, bij een razzia opgepakt, gedeporteerd en vermoord – zo ook de ouders van Hans Keilson en de moeder van Elisabeth Augustin.

Met zijn schilderijenreeks 26.5.’44 Transport aus Beregowo die hij op basis van fotografieën van de SS, gemaakt bij aankomst van het transport in Auschwitz, heeft geschilderd geeft de migrant Wolfgang Ebert symbolisch ook aan hen, aan alle slachtoffers van de Holocaust een ‘gezicht’ terug, een ‘tweede leven’ zal ik maar zeggen – en hij brengt ons, de kijkers, “de afstand tot dichtbij”.

Hartelijk dank!

Een paar aantekeningen en opmerkingen achteraf:

Ik heb de tekst in spreektaal gelaten, met eventuele germanismen. Helaas begrijp ik de Nederlandse interpunctie nog steeds niet. Bij Heinrich Campendonk en Max Beckmann heb ik enkele zinnen weer opgenomen die ik wegens tijdsgebrek achterwege had gelaten.

De Websites van “Künste im Exil” / „Arts in Exile“ zijn: http://kuenste-im-exil  /  www.arts-in-exile

Men kan doorklikken op: Personen; Objekte; Themen; Kunstsparte; Berufe; Exilland; Arbeits- und Lebensbedingungen; Zeitraum en Zeitstrahl – en dan zijn er telkens nog links en verschillende iconen, bijvoorbeeld een boek voor “Weiter lesen“.

Max Beckmann en Herbert Fiedler zijn reeds in de virtuele tentoonstelling opgenomen.

Voor informatie over alle genoemden heb ik via Google verschillende websites opgezocht. De eerste hint op Felix Hupka dank ik aan Mevrouw Dr. Primavera Driessen Gruber, Orpheus Trust, Wenen; op Internet komt men onder zijn naam bij “Schenker Documents Online” iets meer over zijn tijd tot 1933 te weten, Wikipedia vraagt om bewerking. Voor  Heinrich Campendonk zie ook: Hans Jaffé, “Emigratie in de beeldende kunst – het geval Campendonk”, in: Kathinka Dittrich en Hans Würzner (red.), Nederland en het Duitse Exil 1933-1940. Achttien essays. Amsterdam: Van Gennep 1982, pp. 258-273.

Het citaat van Marius Flothuis is uit diens artikel “Duitse musici  in Nederlandse ballingschap”, in op. cit. pp. 250-257, hier p. 257.

De afstand tot dichtbij is de titel van een semidocumentaire film (1982) over herinneringen aan  de bezettings- en ghettotijd door Barbara Meter, die 1939 uit Duitse ouders in het exil in Amsterdam ter wereld kwam. Moeder Elisabeth Plaut was muzieklerares. Vader Leo Meter was schilder, illustrator, toneel-decorontwerper; zijn voornaamste leraar in Duitsland was Campendonk geweest. Leo Meter sloot zich in 1940 bij het verzet aan, als gedwongen soldaat stierf hij in 1944 aan het oostfront. Op het Internationale Film Festival Rotterdam (IFFR) in januari / februari 2015 ging Babara Meters ‘zoektocht’ naar haar vader, Bis an den Himmel und noch viel mehr, in première.

Een korte overzicht en beschrijving van naar Nederland gevluchte schrijvers, hun organisaties en hun publieke ‘opname’ in de 1970er tot 1990er jaren vindt men bij Ursula Langkau-Alex, “Verlegen im Exil in den Niederlanden – historisch und aktuell. Die Niederlande und die Flüchtlinge”, in: Volker Heigenmooser / Johann P. Tammen (Hrsg.), Verlegen im Exil. Eine Dokumentation. Bremerhaven: edition die horen, pp. 99-110, inz. pp.105-110.

 

hard//hoofd Geheugengebreken

EVENT

GEHEUGENGEBREKEN

VRIJDAG 20 Maart, start programma 20:00 uur

hard//hoofd onderzoekt de kwetsbaarheid van het geheugen aan de hand van audiovisuele kunst, fotografie, poëzie en neurobiologie tijdens een buitengewoon elegante avond in Castrum Peregrini.

Uw herinneringen bepalen uw identiteit. Maar soms raken de hersens onverhoopt verstrikt. Wanneer er een deel van uw geheugen verdwaalt, wie bent u dan nog? Wat gebeurde er die ene avond na vier tequila en zeven bier? En wat als u uw gezichtsvermogen verliest? Blijven de beelden dan? Met:

Rein Jelle Terpstra, beeldend kunstenaar, fotograaf.  Presentatie van het project: ‘Retracing’… Brankele Frank, afgestudeerd neurobiologe, oud-schrijfster bij hard//hoofd Rachel Heemskerk, audiovisueel kunstenaar, korte film: ‘Kijken waar ik niet kijken kan’ Amber-Helena Reisig, schrijfster van proza en poëzie, voordracht

presentatie Kasper van Royen

Deelname aan deze avond is gratis maar beperkt. Email simone@hardhoofd.com om u van een plek te verzekeren

NES#1 Sarah van Sonsbeeck

New Ears Salon

Concert, exhibition and more…

Zondag 19 April 2015, 15 – 18:30uur

Samen met de kunstenaars willen het Ives Ensemble en Castrum Peregrini een ruimte creëren voor kunst, makers en publiek waarbinnen de afstand tot atelier en podium verdwijnt. De bezoekers zijn niet slechts publiek, maar wezenlijk onderdeel van het onderzoek dat de kunstenaar aangaat.

Voor deze eerste New Ears Salon is Sarah van Sonsbeeck uitgenodigd. Deze Nederlandse kunstenaar is al lang gefascineerd door stilte. Zij ontwikkelde voor deze editie het concept ‘Let’s Think About Nothing Together’. Samen met het Ives Ensemble selecteerde zij muziek van John Cage, Alvin Lucier en Erik Satie die een meditatief effect op de bezoeker heeft, waarbij zij samen met het publiek wil onderzoeken of het mogelijk is aan niets te denken. Er zal een aantal bestaande en nieuwe werken van Van Sonsbeeck worden getoond waarvan een enkele ook als tijdelijk muziekinstrument zal dienen.

Het concert zal doorweven zijn met gesprekken met Sarah van Sonsbeeck een bijdrage van Tijs Goldschmidt (gedragsbioloog en schrijver) en begeleid worden door moderator Nathanja van Dijk (A Tale of a Tub & Frankendael Foundation).

Entree: € 45,- voor het complete programma zondag 19 april, inclusief hapjes en drankjes.

Reservering verplicht:  info@ives-ensemble.nl

NES logo

programma (o.v.)

inloop – koffie en thee

salonopening

gesproken column door Tijs Goldschmidt

John Cage – In A Landscape

John Cage – Six Melodies

Interview en publieksgesprek o.l.v. moderator Nathanja van Dijk

pauze – hapje en drankje

Erik Satie – Danses Gothiques

John Cage – Living Room Music

Alvin Lucier – Nothing Is real

rondleiding expositie met van Sonsbeeck en publieksgesprek o.l.v. moderator

 nazit – hapje en drankje

Samen met de kunstenaars willen het Ives Ensemble en Castrum Peregrini tijdens New Ears Salon  een ruimte
creëren voor kunst, makers en publiek waarbinnen de afstand tot atelier en podium verdwijnt. De bezoekers zijn niet slechts publiek, maar wezenlijk onderdeel van het onderzoek dat de kunstenaar aangaat. Het concert zal doorweven zijn met gesprekken met de kunstenaar, een bijdrage van Tijs Goldschmidt (gedragsbioloog en schrijver) en begeleid worden door moderator Nathanja van Dijk (A Tale of a Tub & Frankendael Foundation). Castrum Peregrini kent als voormalig onderduikadres natuurlijk een zeer specifieke band met stilte.

Sarah van Sonsbeeck legt zich toe op het onderzoek naar stilte. Het waren haar luidruchtige buren die van Sonsbeeck hiertoe inspireerden. In een brief vroeg zij hen tachtig procent van haar huur te betalen, precies dat deel dat ze innamen in haar huis met hun geluid. Sindsdien onderzoekt zij stilte in al haar facetten en stelt zij de gevonden betekenissen in haar werk ter discussie. ‘Architect van het antigeluid’ wordt zij daarom wel genoemd. Van Sonsbeecks werk is poëtisch, onderzoekend, intelligent, nieuwsgierig en soms ook humoristisch. Zij is met eenvoudige middelen in staat van een ogenschijnlijk alledaagse realiteit een sublieme ervaring van ruimte te maken.

Van Sonsbeeck ontwikkelde voor deze editie het concept ‘Let’s Think About Nothing Together’. Samen met het Ives Enseble selecteerde zij muziek van John Cage, Alvin Lucier en Erik Satie die een meditatief effect op de bezoeker heeft, waarbij zij samen met het publiek wil onderzoeken of het mogelijk is aan niets te denken. Er zal een aantal bestaande en nieuwe werken van Van Sonsbeeck worden getoond waarvan een enkele ook als tijdelijk muziekinstrument zal dienen (Light S.e.s.a. zie foto).

Europa Denken, Europa Doen

Europa Denken, Europa Doen.

1e aflevering Maandag 9 Maart, 16uur

–          Frank Kresin research director van De Waag Society en

–          Saskia van Stein, artistic director NAIM / Bureau Europa

–          Gespreksleider: Jotham Sietsma, MitOst (Berlijn)

In een reeks van vier events die in samenwerking met Creative Europe Desk NL in 2015 tot stand komt, komen afwisselend (EUROPA) DENKERS eDOENERS aan het woord die inspiratie en ervaring delen met de groep aanwezigen. Allen personen en instellingen die Europese plannen ontwikkelen of de mogelijkheden ervan voor hun eigen activiteiten willen onderzoeken. En telkens nieuwe sprekers.

EUROPA DENKEN, EUROPA DOEN wil positieve en attractieve rolmodellen over cultureel werken in Europa voor het voetlicht brengen, als inspiratiebron voor jonge en gevestigde cultuurmakers en vertegenwoordigers van culturele organisaties. Op die manier wil het project individuen en vertegenwoordigers van organisaties uit de culturele industrie stimuleren in Europa te ondernemen en/of samenwerkingsverbanden aan te gaan met Europese partnerorganisaties.

de datum voor de 2e aflevering Europa Denken, Europa Doen

volgt binnenkort.

Het aantal plaatsen is beperkt, aanmelden verplicht, Email mail@castrumperegrini.nl