Wie zijn wij – wetenschappelijke Proeverij

Wetenschappelijke Proeverij

7 mei 2013

door Vincent van Velsen

IMG_4161

7 Mei presenteerde kunsthistorisch tijdschrift Simulacrum haar nieuwste nummer genaamd Wie zijn Wij? Speciaal in het kader van My Friend My Enemy My Society gaat deze editie in op de positie van personen binnen een netwerk en binnen een vriendschap. In de kunstwereld, waarin je een instelling betaalt om vriend te mogen worden, lijkt vriendschap een zakelijke verhouding die strikt gebaseerd is op mutual benefits. Echter, tussen de kunstenaars is er veelvuldig sprake (geweest) van vriendschappen, die zich uitten in collectieven en invloedrijke stromingen . Tegelijk zijn er ook kunstwerken die vriendschap op velerlei manieren uitbeelden. Wie zijn Wij? gaat over de relatie met kunst, toeschouwer, liefhebber en maatschappij en over allerhande andere uitingen van vriendschap in de maatschappij.

IMG_4196

Het programma van de avond bestond uit drie lezingen die werden afgewisseld door een muzikaal intermezzo van Remco Jacobs. De veelbesproken en -bekeken serie Girls en de betekenis en uitbeelding van vriendschap tussen vrouwen in de populaire cultuur was onderwerp van de eerste lezing. De eerste vrouwenvriendschap in de literatuur is aanwezig in het boek The Group (1963) van Mary McCarthy. Tegenwoordig is het een geaccepteerd thema dat veelvuldig gebruikt wordt. Sex & the City is hoogstwaarschijnlijk de bekendste, het nu populaire Girls de laatste. De veelgemaakte vergelijking tussen de twee series was het uitgangspunt van Sietske Roorda. Beide series gaan over vier vriendinnen, maar de intensiteit van de vriendschap verschilt significant. Waar de vriendinnen in Sex & the City een gesloten bolwerk vormden en (bed)partners, ouders en andere vrienden nauwelijks toelieten, bestaat de vriendschap binnen Girls uit een lossere relatie. De afstand tussen de vriendinnen is groter, waardoor er ruimte wordt geboden aan andere individuen om een rol te spelen. De gehele kennissenkring krijgt meer toegang tot de individuele vriendinnen waardoor er de mogelijkheid ontstaat om alle personages uit te diepen, in plaats van een presentatie van een breed scala aan eendimensionale bijrollen. Ik ben zelf echter van mening dat alle karakters oppervlakkig zijn en te vluchtig geïntroduceerd en weer de serie uit geschreven worden. Dit geldt zowel voor de hoofd- als bijrollen: Girls is een aaneenschakeling van terloopse verhoudingen met een te korte concentratieboog om diepgang te bewerkstelligen – dit uit dan wel weer de hedendaagse omgangscultuur. Roorda komt tot de conclusie dat door dit terloopse aspect Girls realistischer is, maar Sex & the City blijft mooier: het ideaalbeeld van de eeuwige hartsvriendin.

Het geven van cadeaus valt ook onder vriendschappelijke uitingen. De tweede lezing ging over de geschenkpolitiek van Karel de Grote richting Paus Leo II. De symbolische betekenis van de objecten en de verhouding tot de manier waarop deze worden gepresenteerd aan diens ontvanger is onderwerp van het onderzoek van Diet Schlooz. Om de betekenis te achterhalen werd een vergelijking gemaakt tussen de manier waarop Karel geschenken aan een andere koning, Offa van Mercia, aanbiedt en hoe hij dit vervolgens aan de pas gekozen Paus Leo II – opvolger van Hadrianus – doet. Het essentiële verschil blijkt in de toon van de brief te liggen en het al dan niet expliciet noemen van de inhoud. Er wordt een onderdanige toon gebruikt als het niet nodig is om iemand op z’n plaats te zetten, omdat hij deze toch al kent. Daarbij wordt de superioriteit van Karel nog eens benadrukt door de geschonken materie zelf. Als het nodig is, in het geval van Leo II, dan wordt er expliciet duidelijk gemaakt wat het geschenk inhoudt en waarom het wordt geschonken. De geschenken en de bijgaande brief vertegenwoordigen Karel‘s macht en dienen als terechtwijzing voor de Paus. Een goede lezing over de verborgen betekenis van geschenken en de amicaliteit die zij uitbeelden.

Misschien wel de meest losse verhouding tot vriendschap zat in de laatste lezing, die daarom niet minder interessant was. Deze ging over de ‘vriendschap tussen natuurlijke vrouwelijk schoonheid en de extravagante couturestijl’. Onder de titel ‘Geen monster maar muze’ vertelde Shirley van de Polder over de visie en omgang van Maison Martin Margiela op/met deze relatie (in haar geschreven artikel doet zij dit met betrekking tot wijlen Alexander McQueen). Margiela stelt de onvriendelijke omgang met het vrouwenlichaam binnen de couture aan de kaak, bijvoorbeeld door middel van het spelen met proportie, het uitvergroten van details of hele kledingstukken en het gebruik van symbolische materialen. Daarnaast is zijn omgang met het ontwerperschap en de bijbehorende sterrenstatus een onderdeel van zijn aanvechten van de status quo: Margiela is anoniem. Het ontwerpteam bestaat uit gezichtsloze individuen en buiten het modehuis kan alleen gespeculeerd worden wie Martijn Margiela eigenlijk is. Ook de relatie drager/object kwam uitgebreid aan bod: Margiela speelt met de onnatuurlijke vormen van de paspop die normaliter een-op-een worden vertaald naar het levende lichaam van het model. De spreker was duidelijk gefascineerd door het onderwerp en wist dit over te brengen op het publiek.

Waar ik mij normaliter niet bezig houdt met een analyse van Girls, Karel de Grote of problematiek binnen de couture, was de serie lezingen in staat mij de gehele avond te boeien. De avond had een losse samenhang met vriendschap en verhoudingen als gemene deler. De losse samenhang wordt ook uitgebeeld door de nieuwe vorm van het magazine: een bundel blaadjes bij elkaar gehouden door een elastiek. Simulacrum, voor en door UvA studenten, onder leiding van scheidend eindredacteur Josephine Meijer, was precies wat de titel van de avond indiceerde: een wetenschappelijke proeverij.

IMG_4192 IMG_4194 IMG_4189 IMG_4193 IMG_4183